18 februari 2010

The Wolf Man (1941)

Na Dracula en Frankenstein eigende Universal zich Wolf Man toe als derde grote filmmonster. Niet de eerste keer dat weerwolven op het scherm getoverd werden (die eer gaat naar Werewolf of London) , maar wel de film die het personage echt op de kaart heeft gezet. Het klassieke verhaal van Lawrence Talbot die - nadat hij gebeten wordt door een weerwolf - zelf plots buitenproportionele hoeveelheden haar op zijn snuit terugvindt staat nog altijd als een huis en heeft tonnen sequels en varianten opgeleverd: een klassieker is The Wolf Man zeker, maar om over een ècht meesterwerk te kunnen spreken voelen de wolfscènes helaas veel te gedateerd en zelfs saai aan.

In tegenstelling tot de twee andere grote Universal monster-acteurs Boris Karloff (Frankenstein) en Bela Lugosi (Dracula) is Lon Chaney Jr. geen sinistere of duistere aanwezigheid. Chaney is iemand om sympathie en tegelijk weemoed voor te voelen, iets wat hem al lukt binnen een scène of drie. De man heeft zo'n sympathiek smoelwerk dat je hem na elke tegenslag die hij te verduren krijgt gewoon eens een dikke knuffel zou willen geven. In dat opzicht een perfecte casting, al heeft Chaney wel wat meer moeite met andere, extremere emoties. Maar één van de grote verschillen met de andere monsterfilms zit hem in deze casting, want de film probeert niet zozeer om angstaanjagend te zijn, maar bestaat juist voor 90% uit drama. The Wolf Man gaat grotendeels over het effect van de aandoening op Lawrence en de depressieve impact op zijn personage: de eigenlijke weerwolf wordt grotendeels aan de kant geschoven. De scènes waarin de befaamde behaarde mens ronddwaalt zijn zelfs nauwelijks aanwezig en de legende krijgt slechts een dikke vijf minuten screentime. Maar dan nog zijn het juist die scènes die de film beperken.

Want in tegenstelling tot Dracula en Frankenstein tien jaar eerder weet de weerwolf 70 jaar later niet meer te overtuigen. De schmink mag dan wel indrukwekkend geweest zijn bij de release, de plukken haar op Chaneys gezicht en zijn artistieke interpretatie van een wolvensnuit zien er - in combinatie met een wel héél fout kapsel - precies uit als wat het is: een mens vol make-up. Dat is een stapje omhoog van Werewolf of London waar het bij een flinke snor en bakkebaarden gehouden werd, maar nog steeds weinig indrukwekkend. Het zal ook nog wel aan andere zaken liggen, maar er gaat nu eenmaal weinig dreiging uit van de weerwolf; het gebrek aan speciale effecten en enige gore helpt daar ook niet bij (de slachtoffers lijken vooral gewurgd te worden). Het is jammer, maar met een weerwolf kan je simpelweg niet zoveel kanten op als de andere grote Universal iconen. Pas in de slotfase weet de wolf enigszins (lichtjes) te overtuigen, maar tegen dan is het kalf al enige tijd verdronken en het is jammer om te moeten constateren dat de climax niet meer overtuigt in deze tijd.

Het is extra pijnlijk omdat de hele opbouw tot op dat punt echt wel knap in mekaar steekt. Het script is zeker en vast niet van het sterkste dat je in die tijd tegen kwam, maar het wordt voldoende opgevuld met gebeurtenissen zodat de gebreken mooi gecamoufleerd worden. Met behulp van de korte speelduur (70 minuten) wordt de film nooit saai en zorgt het hoge tempo voor een onuitputtelijke energie. Door de niet langer overtuigende wolfscènes is het juist het script dat de film redt, want de balans ligt overduidelijk op het Lawrence personage en - ookal wordt hij al zeer snel gebeten - verliest de film nooit de focus op het menselijke aspect. Natuurlijk zitten er nog andere slecht verouderde kanten aan de film (het bijna constante over- of underacten valt heel erg op), maar dat zijn dingen die je kan accepteren in een film van die tijd. Dat het monster minder overtuigend is dan die van tien jaar eerder is wat lastiger te verwerken, maar gelukkig blijkt dat maar een klein deel van deze verder aangename film te beslaan.


7.5

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen