10 september 2010

The Fisher King (1991)

Gilliam had met The Fisher King iets te bewijzen. Na het (voornamelijk door toedoen van de studio) floppen van The Adventures of Baron Munchausen moest hij met deze The Fisher King weer proberen in de publieke gratie te vallen, en daar heeft Gilliam zich wel degelijk voor aangepast. Hij regisseert hier een script waar hij zelf niet aan meegeschreven heeft, houdt zijn budget binnen de perken, haalt voor een keer de gestelde deadline én houdt zijn Monty Python vrienden voor de eerste keer uit zijn film. Gilliam heeft zichzelf hier geforceerd, dat is zeker. Maar toch, ondanks dit alles, is dit weer een typisch Gilliam-werk: hij kan het dus ook zonder al die problemen en ruzies zijdens de productie!

En dat dit een typische Gilliam is geworden is ergens wel vreemd, aangezien hij absoluut niet bij het schrijfproces betrokken was. Nochtans is dit script - van de hand van Richard Lagravenese - op vele punten vergelijkbaar met zijn eerdere films tot op dat moment. Het contrast tussen fantasie en realiteit, lagen in de maatschappij en schuld en vergeving staan centraal, net als in Munchausen en Brazil. Vooral dat laatste is interessant, want waar zijn eerdere films al eens oppervlakkig raakten aan boetedoening is het hier constant hét hoofdthema. Jeff Bridges speelt een shockradio-presentator (à la Howard Stern) die op een dag losbarst in een tirade tegen de chiquere klasse van de bevolking. De beller aan wie deze boodschap geuit werd blijkt een psychopaat te zijn en nodigt zichzelf later die avond uit op een feest, waar hij met een shotgun lelijk huis houdt. Bridges' carrière en mentale gezondheid verschrompelen. Enkele jaren later ontmoet hij Robin Williams, die op dat feest aanwezig bleek te zijn. Zijn vrouw was die avond één van de slachtoffers en werd door dezelfde gek die Bridges gelanceerd had neergeschoten, waarna Williams nogal gestoord en volledig in zijn eigen wereldje achterbleef. Bridges probeert gedurende de rest van de film Williams te helpen om zijn misplaatst schuldgevoel weg te werken. Maar het is pas achteraf, wanneer zijn motieven om Williams te helpen minder schijnheilig worden, dat hij verlossing vindt. En nogmaals: Gilliam heeft hier niet aan meegeschreven, de ironie dat deze film over schuld en vergelding er komt na de grote problemen rond Munchausen is puur toeval.

In zijn radioprogramma lacht Bridges met de problemen van andere mensen: het plebs en hun bijkomende problemen belachelijk maken is zijn job, en hij heeft er duidelijk plezier in. Maar nadat hij van zijn troon valt bevindt hij zich plots in die sociale groep waar hij nooit van moest weten. Het verhaal van een man die zich schikte naar de verwachtingen van de maatschappij, die vervolgens terechtkomt tussen individuen die de betekenis van dat woord nauwelijks nog begrijpen. Williams' personage leeft in zijn eigen wereld en het kan hem niks schelen dat hij buiten de gebruikelijke conventies valt. En ook in dat opzicht evolueert Bridges, en het mag niemand verbazen dat vooraleer de credits passeren hij zijn scrupules heeft laten varen en zich kan schikken in een uniekere levenswijze. Zot zijn doet geen zeer in Gilliams films, integendeel: het zijn de "normalen" die de vele geneugtes mislopen. Williams' eigen kijk op de wereld is speciaal, uniek en kleurrijk, waar de conventionelere Bridges vastgeroest zit in het saaie, voorgekauwde wereldbeeld dat je langs alle kanten wordt opgedrongen door de massa. Het is een steeds terugkerend concept binnen Gilliams films, maar verbeelding is iets moois, zelfs wanneer het zo oncontroleerbaar is als bij Williams.

Dusver is dit de enige keer dat Terry Gilliam die ode aan de verbeelding op zo een sobere manier brengt. Nuja, sober is een relatief begrip natuurlijk: alles wordt wederom vanuit vreemde perspectieven en hoeken gefilmd en in vergelijking met de meeste grote regisseurs is de cinematografie van The Fisher King nog steeds iets speciaals. Maar nooit krijgt de fantasie de bovenhand en de film neemt voor het grootste deel plaats in de realiteit. Er is één groot effect - een monsterlijke ridder die Williams' verleden symboliseert - en daar houdt het ongeveer op. Gilliam gaat deze keer veel subtieler (wederom zo'n relatieve term) te werk, en drukt de creativiteit van de film uit in cameravoering, belichting en woorden. Daarmee voelt The Fisher King veel minder vol (en vooral: minder vermoeiend) aan dan de rest van Gilliams repertoire, en hoewel de film gerust een klein half uur korter had gemogen is dit misschien wel de rustigste, meest ontspannen zit die je tijdens een Gilliam-film kan beleven. Tot slot een woord over de twee hoofdrolspelers, die beide fenomenaal zijn. Robin Williams is even druk en energiek als in het gros van zijn films (zijn latere werken als Insomnia of World's Greatest Dad niet meegeteld), maar binnen dit personage past het voor een keer en hij weet zijn personage ondanks zijn drukte ook nederigheid en een hart mee te geven. Jeff Bridges op zijn beurt toont geen enkele foute noot doorheen de film, zorgt voor een handvol sterke scènes en draagt de hele film met tekenend gemak: een wereldprestatie. Zonder deze twee heren had The Fisher King zijn goede bedoelingen waarschijnlijk niet kunnen waarmaken, maar zoals het er uiteindelijk voor staat is dit Gilliams mooiste film.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen