12 september 2010

A Clockwork Orange (1971)

A Clockwork Orange was, samen met Lolita, Kubricks meest controversiële werk. Niet verwonderlijk ook: de film brengt bijzonder expliciet geweld en verkrachtingen in beeld, die enkel en alleen uitgevoerd worden voor amusement. En dan is er nog de pikzwarte ideologie die doorheen de hele film schuilt. Na Lolita leverde hij Dr. Strangelove en 2001: A Space Odyssey, waardoor het misschien wel leek dat hij dit soort extravagante thematiek uit de weg ging, maar A Clockwork Orange bleek de meest provocatieve en ontstellende film die hij ooit zou produceren. Maar tegelijk ook zijn interessantste, diepste en - en dit is een gevaarlijk statement - de beste film die hij ooit zou creëren.

Allereerst: technisch gezien is dit zeer degelijk (alsof Kubrick ooit tegenvalt op dat vlak), met ondermeer de introductie van een camerabeweging die zijn volgende film zou definiëren. Een keer of drie - ondermeer in het openingshot - begint Kubrick ingezoomd op één element, om vervolgens de camera langzaam uit te laten zoomen en zo een breder beeld van dezelfde situatie te tonen. Deze technische vaardigheid zou later het definiërende shot van Barry Lyndon worden. Hij gebruikt ook opmerkelijk frequent een wide-angle lens, vaak om de omgeving en andere personages rond Alex lichtjes te vervormen. Verder zitten er nog een aantal geïnspireerde shots (een slowmotion gevecht en - in contrast - een fastforward seksscène), maar technisch gezien is de film minder opmerkelijk dan veel andere Kubrick-films. Dit is geen 2001: A Space Odyssey: de technische kant is duidelijk ondergeschikt aan de inhoud. Deze cameravoering wordt ondersteund door een ronduit briljante soundtrack, bestaande uit verscheidene klassieke muziekstukken en een bijzonder sfeervol synthesizer-themanummer. In de cast vinden we karakterkop Malcolm McDowell, die nooit sterker schitterde dan als Alex de psychopaat: hij beschikt over een onnatuurlijk sterk charisma en heeft nooit nood aan meer dan één blik om perfect weer te geven wat er door het personage heengaat. De rest van de cast bestaat uit minder bekende acteurs, die grotendeels weten te overtuigen. Er zitten echter twee valse noten in de cast: zowel Patrick Magee als Aubrey Morris overdrijven in hun spel, maar Kubrick kennende kan dat niet anders dan met opzet zijn. In Aubrey Morris' geval is dat nog begrijpbaar, maar waarom Magee zo overdrijft is nooit tot mij doorgedrongen. Maar dit zijn nauwelijks criteria om A Clockwork Orange op af te rekenen, want hoe geweldig het soms in beeld gebracht wordt en hoe fenomenaal de muzikale score ook is: de kracht achter de film schuilt puur in het verhaal.

Kubrick blijft de roman van Anthony Burgess grotendeels trouw. Het is een populair en vrij ruim aangenomen gedacht dat de mens in wezen goedaardig is, maar de maatschappij hem vervuilt. Kubrick en Burgess geloven echter dat de mens fundamenteel slecht is. Een kwaadaardig wezen. In essentie wil de mens, instinctief, anderen pijn doen. Het duidelijkst wordt dit weergegeven in hoofdpersonage Alex en zijn droogs (een groepering jongeren in witte bodysuits en zwarte hoeden). 's Avonds spenderen ze hun tijd aan het zogenaamde ultra-geweld: zonder reden slaan ze zwervers in elkaar, verkrachten ze vrouwen en vernielen ze andermans bezit. Er is geen aanleiding, er is geen motivatie: ze doen dit simpelweg voor het plezier. Alex en zijn vrienden zijn enkele van de meest verschrikkelijke fictieve personages ooit beschreven. Maar dat zijn slechts enkele individuele gevallen: die lijn kan later ook doorgetrokken worden naar de slachtoffers. Nadat Alex de Ludovico-behandeling ondergaat (later meer daarover) is hij min of meer bevrijd van zijn eerder gedrag: hij is niet meer in staat om geweld te plegen, en is voor het naakte oog eigenlijk een nette, eerlijke jongeman geworden. Maar hij komt in contact met al de mensen die hij in het verleden verkeerd behandeld heeft, en die slachtoffers zoeken stuk voor stuk vergelding. Zijn ouders gooien hem op straat, zwervers slaan hem in elkaar, de schrijver die in zijn eigen huis aangevallen werd martelt hem, ... Wanneer de omstandigheden juist zitten - in dit geval dus gevoelens van wraak en vergelding - laat iedereen zijn sociale façade vallen en is elk personage in de film in staat tot dezelfde gruwelijke daden als Alex. En als kijker vinden we het niet eens vreemd: we voelen hoogstens medelijden voor de hervormde Alex, maar nooit zorgen deze acties voor hetzelfde gevoel als wanneer Alex ze in de eerste helft uitvoerde, enkel en alleen omdat hij niet over een duidelijk motief beschikt.

Maar er is één element dat deze opvatting in de weg zit: het laatste hoofdstuk van de roman. Dit werd uit de Amerikaanse release weggelaten en zorgt voor een duidelijk optimistischere ondertoon: Alex ziet in dat zijn ultra-geweld verkeerd is en wordt een normaal lid van de maatschappij, totdat hij kinderen krijgt en de cyclus opnieuw begint. Betekenis: geweld is kinderachtig en leer je uiteindelijk af. Een verschrikkelijk zoetsappige blik waar pessimist Kubrick niets voor voelt. De film eindigt waar de originele Amerikaanse release van het boek eindigt: Alex ligt in het ziekenhuis en wordt gebruikt voor politieke doeleinden. Hij ontmoet een psychiater, bij wie hij een alternatieve Rorschach-test uitvoert. Tijdens dit moment komt hij weer in contact met zijn oude, hypergewelddadige zelf. De effecten van de Ludovico-behandeling worden weggeveegd en Alex wordt als het ware genezen, en één laatste blik van Alex impliceert dat hij volledig zal revalideren en hervallen in zijn oude doen. Want al dat geweld is niet zomaar een gevoel: het is instinct. Je kan proberen om dat instinct weg te steken of te negeren, maar uiteindelijk zal het altijd terug komen bovendrijven. En dat strookt heel wat beter met de bovenstaande alinea: als de mens slecht is, valt dat niet eeuwig te onderdrukken en zal dat vroeg of laat komen bovendrijven.

De eerder vernoemde Ludovico-behandeling is het grote draaipunt in de film. Het is een kuur die gevangenen op sadistische wijze manipuleert om uiteindelijk terug mee te kunnen draaien in de maatschappij. Gevangenen krijgen een serum toegediend waardoor ze onwel worden en stevige pijn lijden, en worden dan geforceerd om urenlang gruwelijke films vol geweld, verkrachting en andere verschrikkingen te zien. Door deze klassieke conditionering leert het lichaam om te reageren op het geweld: wanneer de gevangenen later in contact komen met de geziene zaken zullen ze vanzelf het gevoel en de pijn krijgen waar het serum voor zorgt. Dit zorgt voor ongewenste neveneffecten: zo wordt Alex ook ziek van Beethovens muziek en elke vorm van seks, in plaats van alleen verkrachting. En zo wordt hij opnieuw de wereld ingestuurd: gelimiteerd in gedrag én in genot. Maar zoals geconstateerd werd is de maatschappij even gevaarlijk als Alex zelf, en zonder geweld tot zijn beschikking is hij maar een zielepoot waar iedereen overheen loopt. Hij wordt zonder reden geprovoceerd, uitgescholden en door een bende zwervers in elkaar geslagen; Alex kan niets terugdoen, zelfs niet weglopen. Wanneer de hele maatschappij slecht is, kan je het niet veroorloven om als individu goed te zijn. Je doet mee met de rest van de mensheid of houdt het niet lang vol. Niet alleen is dit instinct ononderdrukbaar, het is zelfs noodzakelijk om in deze maatschappij te overleven.

Maar dat levert ook nog een interessant moreel vraagstuk op. In de gevangenis probeert hij de bewakers te overtuigen dat hij een veranderd mens is en dat hij zijn fouten heeft ingezien. Maar in feite is hij nog altijd dezelfde schurk die ze in de eerste plaats opgesloten hebben. Maar wanneer hij door de Ludovico-behandeling vrijgelaten wordt verkeert hij ongeveer in dezelfde situatie. Het is niet zo dat hij geweld heeft afgezworen: hij is er fysiek niet meer toe in staat, maar de wil is wel nog aanwezig. In welke mate is een mens goed als hij niet over de keuze tussen goed en slecht beschikt? Sterker nog: in welke mate behoudt hij zijn menselijkheid? Het is niet zozeer de actie die goed gedrag definieert, het is eerder het onderscheid tussen goed en slecht kunnen maken dat daar voor zorgt. Daardoor is Alex uiteindelijk geen beter mens geworden, hij is nog altijd dezelfde slechterik die beperkt wordt in zijn keuze. Hij dient geen onderscheid te maken, en wanneer hij het effect van de behandeling uiteindelijk overwint is hij dezelfde man die eerder als een gevaar werd beschouwd. Daarmee lijkt de film ook onrechtstreeks vragen te stellen bij gevangenissen en de hervorming van een mens in het algemeen: is het überhaupt wel mogelijk om het gedrag van een persoon die over vrije wil beschikt te vervormen tot het sociaal acceptabel is? Kubrick lijkt daar niet in te geloven. Daarmee is A Clockwork Orange gitzwart qua ideeën: het ontbreekt elk geloof in de mensheid en is uiteindelijk vrij deprimerend. Maar wat valt er te zeggen wanneer veertig jaar later het ultra-geweld realistischer lijkt dan toen het verhaal bedacht werd? A Clockwork Orange is relevanter dan ooit, en dat is een beangstigende constatering.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen