20 augustus 2010

Salt (2010)

Nadat Tom Cruise toch maar bedankte om hoofdpersonage Edwin Salt te spelen werd er een beetje herschreven aan het script: het personage werd omgetoverd tot Evelyn Salt, en wanneer de protagonist in eender welke actiefilm van de laatste 10 jaar een vrouw is kom je bijna automatisch bij Angelina Jolie uit. Phillip Noyce - vooral bekend van middelmatige actiethrillers als The Bone Collector en Patriot Games, maar verraste iedereen met Rabbit-Proof Fence - mocht alles in beeld brengen en er werd een stevig budget aan de film gehangen. Maar berg die goede hoop maar snel terug op: het scenario is van de hand van Kurt Wimmer, die sinds het voorgekauwde Equilibrium-succes het ene Hollywood-misbaksel na het andere uit zijn pen perst.

Evelyn Salt is een CIA-agente die op een dag geconfronteerd wordt met een Rus die beweert dat zij een Russische spionne is. Ze slaat op de vlucht: omdat ze schuldig is, of toch uit angst voor het proces en uit bezorgdheid om haar man? Dat is de vraag die ons moet bezighouden; geen geweldige premisse, maar het zorgt er wel voor dat er anderhalf uur rondgesprongen en geschoten kan worden. Dit basisconcept wordt veel te sterk benadrukt in de marketing rond de film (slogans als "Who is Evelyn Salt?"), want na tien minuten ben je er zelf al uit wat ze precies is, en na een half uur wordt het je zelfs gezegd. Dat is ruim drie kwartier aan flitsende actie aan een snel tempo, en eerlijk gezegd: die kant van de film was vrij aangenaam. De actie wordt vrij netjes en gecoördineerd in beeld gebracht door Noyce, wat je van héél veel actiefilms tegenwoordig al niet meer kan verwachten. Het is jammer voor hem dat hij niet al te veel heeft om mee te werken, want ondanks de grote hoeveelheid zit er weinig originaliteit binnen de actie. Wanneer Jolie van een brug springt om op een vrachtwagen te belanden is dat een cliché. Wanneer ze van die vrachtwagen naar een andere vrachtwagen springt is dat niets dat we niet eerder hebben gezien. Wanneer ze van die vrachtwagen naar een kleine camionette springt is dat nogal belachelijk en wordt het wel héél flauw (jaja, Salt is vrij flauw; de komische mogelijkheden zijn eindeloos).

Jolie heeft als al-dan-niet-spionne flinke superheld-neigingen: een normaal mens zou in bovenstaande scène alle ledematen die zich beneden diens broeksriem bevinden breken of kwijtspelen, maar Jolie heeft er allemaal bijzonder weinig problemen mee. Later in de film daalt ze in een liftschacht af door als een CGI-aap van rand naar rand te springen; ze kreunt er elke keer wel een zuchtje uit, maar verder heeft ze daar nooit last van. Salt bezit veel te veel James Bond elementen terwijl het zijn best doet om een Bourne film te zijn, maar zelfs op mijn meest vergevend kan ik die twee enkel in dezelfde zin noemen als ik erbij vermeld dat Salt eerder neigt naar Charlie's Angels dan de succesvolle samenwerkingen tussen Paul Greengrass en Matt Damon. Het jammere is dat het dan juist de slechtste elementen van dat Angels-misbaksel leent: wat de film compleet ontbreekt is een beetje zelfrelativerende humor. Dat is een groot gemis wanneer je actiescènes - wanneer ze niet naar het superheldgenre afstevenen - een wel héél erg hoog déja-vu gehalte hebben. Een latex masker waarmee de heldin haar identiteit verborgen houdt: Mission Impossible. Jolie die een rakketlanceerder bouwt uit poetsproducten, een bureaustoel, een tafelpoot en een brandblusapparaat: MacGyver. Er zit welgeteld één scène in de film die het bizarre plezier van films als Crank en Shoot 'em Up weet over te brengen: Jolie die een chauffeur met een taser als marionet gebruikt om hem gas te laten geven. Verder is er helemaal niets te vinden dat als humor of zelfs maar lichtzinnige actie door kan gaan, en dat is zonde. Een lichthartige aanpak zou de bijna onvermijdelijke sequel een pak amusanter maken; Salt 'n Pepper, waar Jolie samen met een klagende sidekick van een etnische minderheid op patrouille gaat en spionnen oppakt, zou op zijn minst heel wat leuker dan deze Bourne-lite.

Maar ook onder die zware zie-hoe-serieus-we-zijn aanpak is Salt kijkbaar als popcornfilm. Het is nooit echt goed of slecht, maar over de volle lijn perfect omschrijfbaar als matig. De film springt niet uit tussen het dozijn aan actiefilms dat we elk jaar in de bioscoop terugvinden, maar het is ook niet slechter dan die films. Maar op een of andere manier heeft Kurt Wimmer het voor mekaar gekregen om dat allemaal enorm hard te verpesten in de derde akte. Er komt een handvol Russische spionnen in de film die natuurlijk elk hun eigen Lex-Luthor-motieven hebben. En daarbij: wie gebruikt de Russen nu in Godsnaam nog als schurken in hun film? Dit is 2010, de Moslims zijn nu de slechterikken, dat weet toch iedereen. De spionnen hebben een groots plan, maar er wordt flink wat verraad gepleegd en er zijn dubbelspionnen en een personage blijkt toch niet dood te zijn en etc. etc. Omstreeks de vijfde plotwending begint het allemaal bijzonder geestig te worden. De ironie wil dat het laatste half uur van Salt heel goed zou werken in een persiflage op het genre, om aan te tonen hoe overdreven al die spionage-films wel niet zijn. Maar doordat de film gedurende het grootste deel een gestrekt gezicht behoudt gaat dat effect voor een groot deel verloren. Als de weg naar de finale zoals het eerder genoemde Crank of Shoot 'em Up was zou dit dienst gedaan hebben als een uitstekende parodie. Maar op deze doodserieuze manier?... Neen, geef mij dan maar Salt 'n Pepper.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen