19 januari 2011

Mega Shark vs. Crocosaurus (2010)

Mega Shark with a Vengeance! Je dacht dat de Megalodon aan het einde van Mega Shark vs. Giant Octopus dood de dieperik in zonk? Dommerik! The Asylum kende met die film een succes dat ze nooit hadden zien aankomen en bijgevolg hebben ze daarmee hun eerste franchise beet. Mega shark keert nu terug om het tegen Crocosaurus op te nemen, en niet alleen is de titel van deze opvolger nog cooler dan de vorige (ik daag iedereen uit om de titel luidop uit te spreken zonder te glimlachen): de film is ook nog eens een pak beter.

2010 was een goed jaar voor iedereens favoriet productiehuis. Mega Piranha was nogal overdreven silly, maar was zeer amusant. Met Moby Dick werd al duidelijk dat ze het medium steeds beter begrijpen en de 90 minuten steeds beter opvullen, en Sherlock Holmes was simpelweg de beste Asylum-film die ik dusver gezien heb. Ze sluiten hun succesjaar af met Mega Shark vs. Crocosaurus, een werkstuk waaruit blijkt dat al die andere films geen toeval waren: de films worden - verrassend genoeg - kwalitatief gewoon steeds beter en beter. Dus houdt u zich alvast klaar voor het aankomende Mega Python vs. Gatoroid.

Het heeft bijzonder lang geduurd, maar The Asylum heeft de succesformule eindelijk gekraakt. Dit soort films vraagt nu eenmaal om onnozeligheid, en je zou zeggen hoe meer hoe liever. Maar dat is niet altijd zo. Mega Piranha kende zoveel vreemde zaken (ik zal uw geheugen opfrissen: gigantische piranha's die ontploffen wanneer ze tegen gebouwen springen) dat de film zijn drive erin verloor. Het was een halve film lang vervelend om te kijken, en een halve film een opeenhoping van toffe, dwaze scènes. Die eerste helft was echter zo vervelend omdat de film niets te bieden had buiten de over the top scènes die het einde van de film opvulde. Nog vervelender is wanneer er te weinig van dat soort hoogtepunten zijn: zo was er dit jaar ook Dinoshark - van die andere "Masters of Disaster": Syfy - dewelke ik niet gerecenseerd heb omdat er gewoon zo weinig over te vertellen viel: saai, saai en nog eens saai. The Asylum begint nu echter stilaan te beseffen dat je film ook kijkbaar moet zijn wanneer er geen monsters of slechte CGI het scherm bedelven.

Misschien is regisseur Christopher Ray daar wel de oorzaak van. Hij is een min-of-meer debutant, maar wel de zoon van B-film legende Fred Olen Ray, die in 2011 trouwens met Super Shark komt (waar blijven ze het toch halen!). Ray heeft in tegenstelling tot veel regisseurs van andere Asylum-projecten zijn film onder controle: hij zet toffe personages neer, verspreidt het verhaal over het volledige anderhalf uur uit en lijkt van begin af aan te weten waar hij naartoe wil. Dit soort films hebben al eens de gewoonte om nogal rommelig naar de climax toe te prutsen, maar in Mega Shark vs. Crocosaurus zit altijd een lijn. En er zitten zelfs twee scènes in waar hij de Michael Bay aanpak hanteert - slow motion, ronddraaiende camera, veel explosies - en daar eigenlijk beter in slaagt dan Bay zelf. Het is te hopen dat hij nog meer films voor The Asylum inblikt - hij doet ook de aankomende Thor mockbuster - want dit is iemand die weet waar hij mee bezig is.

Zit u goed? Wees klaar om van puur enthousiasme uit uw stoel te springen: de hoofdrol hier wordt ingevuld door Jaleel "Steve Urkel" White. De man met de bretellen en het komische brilmontuur, het klunzige genie, de dagelijkse ergernis van Laura én Carl Winslow, ... wel, daar hadden ze op zich wel wat beter mee kunnen omspringen. Jaleels prestatie ligt ergens tussen Steve Urkel en Stefan Urquelle in: dat hoge stemmetje komt soms nog wel eens terug, net als dat gestamel wanneer hij nerveus wordt, maar over het algemeen behoudt hij zijn cool wel vrij goed. En dat is jammer, want er zijn slechts een handvol scènes waar je echt kan lachen om White. Goed voor hem, neem ik aan, maar dit is een Asylum-film, verdomme! Er zit niet eens een "Did I do that?" in het scenario, of een "I'm fallen and I can't get up". Ik kan begrijpen dat je geen plotse pauze kan inlassen zodat iedereen de Urkel kan dansen, maar een paar kleine referenties konden toch geen kwaad, zeker? Urkel heeft naar het einde van de film toe een halve mentale instorting en heeft nog een paar amusante scènes doorheen de film, en slaagt er de hele film in om niet vervelend te worden. Hij doet het eigenlijk vrij goed, het is gewoon een hele hoop ongebruikt potentieel.

Nog belangrijke personages: Sarah Lieving - binnenkort ook te zien in het eerdergenoemde Super Shark - als een staatsagent. Het soort ijskoude bitch dat geen enkele emotie toont en waarschijnlijk een guillotine verborgen houdt tussen haar benen. Ze doet dat ok, maar een uitdaging is dat natuurlijk niet. Cooler - véél cooler zelfs - is Gary Stretch als een Australische krokodillenjager. En niet zo'n halfbakken Crocodile Dundee: Gary speelt de karikatuur van een Australiër, zoals het hoort. Hij is dus heel erg OHSTRALIAN MATE, drinkt niets dan whisky en bedreigt al eens een kleuter met een pistool. Het is het soort acteerprestatie waarbij het af en toe ongepaste mompelen van de acteur doet vermoeden dat er wel eens echte Jack Daniels in die borrels zat. Dikke fun, dus.

Maar goed, in het soort film dat tegenwoordig als CGI-sploitation bestempeld wordt is de CGI natuurlijk behoorlijk belangrijk. Ook hier lijkt The Asylum eindelijk zijn draai te vinden. Om nog eens terug te grijpen naar Mega Piranha: daar was de CGI erbarmelijk slecht. Daar kan je al eens mee lachen, maar uiteindelijk haalt het je ook wel heel sterk uit de film. Op dat vlak zit de balans nu ook beter: het is nog altijd duidelijk low budget en bij momenten behoorlijk grappig, maar het is niet zo afschuwelijk dat je elke keer opnieuw verrast bent door de afschuwelijke effecten. De Mega Shark ziet er simpelweg uit als een matig gerenderde haai en de Crocosaurus ziet eruit als een... wel, gewoon een te grote krokodil. Wat wel behouden is - we zouden het echt niet anders willen - is de proportionele continuïteit. Het allereerste shot dat we van Mega Shark zien is hoe hij over een slagschip springt. Als kijker weten we meteen: deze haai is min of meer even groot als de boot. Nog geen twee minuten later is zijn vin alleen al echter ruim 200 meter hoog. Er zit een shot in de film van de Crocosaurus, waardoor we weten dat die ongeveer de grootte van een vrachtwagen heeft. Even later slaat hij echter een helikopter uit de lucht met zijn staart. Een helikopter die er trouwens voor een keer wél overtuigend uitziet, wat een grote vooruitgang is voor The Asylum, aangezien ze in zowat elke film dat ze produceren wel in helikopters kruipen.

Dus, is dit een aanrader? Natuurlijk! Liefhebbers van andere Asylum-werken zullen zich hier dik mee kunnen amuseren. Weg is de saaiheid: dit is nog eens een film die niet voor drie kwart uit louter opvulling bestaat. Daarmee is het gelijk één van de beste Asylum-films, zonder aan memorabele scènes te moeten inboeten (vooral de crocosaurus die doorheen een stad rondloopt is tof om te zien). Het plot is coherenter dan in hun vorige delen en kent zelfs een toffe climax: ik wil niet te veel weggeven, maar Mega Shark wordt Nuclear Mega Shark en Crocosaurus vormt een klein leger. Als dat klinkt als iets voor u: niet twijfelen, dit is meer dan geslaagd entertainment.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen