8 juli 2010

Pontypool (2008)

In Pontypool volgen we het uitbreken van een zombie-epidemie in het dorpje Pontypool (vandaar de idioot klinkende titel dus). Dat hebben we al zo vaak gezien natuurlijk, maar deze film toont enigszins originaliteit en biedt een uniek uitgangspunt: ons hoofdpersonage - Grant Mazzy - is een radiomaker. De man is bezig aan zijn ochtendshift wanneer er allerlei vreemde berichten binnen komen over grote groepen mensen die gebouwen aanvallen enzo. We zien deze gebeurtenissen nooit zelf, maar we horen hoe nieuwsberichten en bellers het beleven.

Daarmee voelt Pontypool nauwelijks aan als een film, maar eerder als een radiodrama à la Orson Welles The War of the Worlds. Het grootste gedeelte van de film is gewoon zo'n radiodrama: je kan het scherm uitzetten en de ervaring zal voor een groot deel onveranderd blijven. Niet dat het kijken naar de film daardoor saai wordt; regisseur Bruce McDonald biedt genoeg dynamiek in zijn camerabewegingen zodat je je nooit begint te vervelen. De opbouw is heel erg [Rec]-achtig: de ochtend begint doodnormaal en het eerste half uur is er geen vuiltje aan de lucht. Je kijkt gewoon naar een fictief radioprogramma dat bericht over de locale nieuwtjes en het weer, wanneer er berichten binnenstromen van de aankomende misère. Er is de twijfel of dit geen hoax is, maar langzamerhand beseffen de radiomakers in welke shitstorm ze terecht zijn geraakt. Nu zijn radiodrama's natuurlijk niet al te populair meer en zal de film daarmee niet voor iedereen weggelegd zijn: de hele film wordt gedragen door dialogen en monologen, vaak door personages buiten beeld. Het hele eerste uur zie je nauwelijks iets anders dan Grant in zijn hok terwijl hij communiceert met zijn luisteraars, bellers en producers. Dat claustrofobische gevoel geeft Pontypool een geheel eigen gezicht in een tijd waar de meeste zombiefilms heel erg ongeïnspireerd aanvoelen.

Het doet een beetje denken aan het begin van George A. Romero's Dawn of the Dead, waar een groep mensen in een televisiestudio via de buitenwereld meer info verkrijgt over de situatie. Maar je komt niet weg me het omvormen van zo één scène tot een volledige film als er niet goed geacteerd wordt. Stephen McHattie (in de rol van Grant Mazzy) is een erg charismatisch acteur en weet perfect de oude cowboy met een grote mond neer te zetten en ook in de interactie met Lisa Houle (zijn echtgenote in het echte leven) en Georgina Reilly voelen de reacties natuurlijk aan, wat zorgt voor aangename personages die je vrij snel accepteert. Maar het zijn de gesproken rollen die er voor zorgen dat de film zo goed werkt: de monologen van toeschouwers worden zo overtuigend gebracht dat je volledig de film in wordt gezogen en op ieder moment aan hun lippen hangt. De angst voor de zombiehorde is bijna tastbaar en de suggestie werkt veel beter dan eender welke voorstelling zou kunnen doen. Zo is er een regel tekst: "de mensen doen het geluid van ruitenwissers na". Dat klinkt heel erg idioot, totdat je het zelf gaat inbeelden: een grote groep moordlustige doden die dat geluid maken, dat is vrij eng. Het voel op die momenten ook echt niet aan alsof je gewoon naar Grants dwaze kop zit te staren: je bent volledig weg en beeldt je de verschrikkingen zelf in. Dat is de kracht van goede boeken en radioprogramma's die je zelden tegenkomt in films, maar hier zowat constant aanwezig is.

Maar toch is Pontypool niet de revolutionaire zombieprent die het had kunnen zijn, en de reden daarvoor is het plot. Waar de opbouw in het radiostation vrijwel perfect is, is het achtergrondverhaal niet bepaald alledaags. Ik ga het hier niet helemaal uit de doeken doen omdat het bij deze film vrij belangrijk is dat je 'zuiver' en zonder teveel voorkennis de film in gaat, maar de manier waarop mensen in de zombie-achtigen veranderen houdt simpelweg héél weinig steek. Het is fysiologisch onmogelijk en wordt ook niet voldoende uitgelicht. Dat stoort niet héél veel, want we weten gewoon evenveel als de radiomakers. Maar wanneer die radiomakers uiteindelijk het hele besmettingsgedrag wél blijken doorgrond te hebben, voel je je toch wel als een buitenstaander. De fases binnen de ziekte zijn wat vaagjes en vooral de logica achter de min-of-meer remedie is mij gewoon volledig ontgaan. Op zich stoort dat niet zo veel tijdens de film: je zit geboeid te kijken en je kan alles wel volgen, alles lijkt logisch. Maar als je dan achteraf - zoals tijdens het schrijven van een recensie, bijvoorbeeld - het geheel terug bijeen probeert te puzzelen gaat dat verrassend moeizaam. Misschien ligt het probleem wel bij mij en zie ik zombies niet graag zo ver buiten mijn comfortzone terug, maar als het plot iets wetenschappelijker onderbouwd was had dit een klassieker kunnen worden. Nu is het nog altijd een geweldige zit die je nergens anders vindt, maar er komt net wat teveel hocus pocus bij kijken om er helemaal verliefd op te worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen