24 januari 2012

De beste films van 2011

2011 was een degelijk jaar voor filmliefhebbers. Zo'n jaar waar je 365 dagen loopt te vloeken dat het allemaal tegenvalt, maar waar je bij het opstellen van een lijstje toch moet concluderen dat je enkele fameus goede films moet laten vallen. Een jaar waar, na het trio The Dark Knight - Avatar - Inception, nog eens géén film is die iedereen gezien heeft. Zo'n jaar waar je Ryan Gossling met stokken van je af moest slaan. En hoewel 2012 er oneindig veel sterker uitziet (Gravity, The Master, Moonrise Kingdom, The Dark Knight Rises, Prometheus, The Girl With the Dragon Tattoo, The Muppets, Django Unchained, Skyfall, The Hobbit, Porco Rosso 2, ... ik kan nog even doorgaan) viel het allemaal wel mee. Dus een kort overzicht, om daarna meteen in de top 10 te duiken. En om die alvast een beetje te plaatsen: The Artist, Hugo en Midnight in Paris heb ik helaas nog niet gezien. En voor u het vraagt: deze lijst is gebaseerd op releasedata in België. Dus u denkt misschien dat sommige films hier nog van 2010 zijn, maar dan denk ik waarschijnlijk dat sommige van de films in uw lijst van 2012 zijn, dus dat lost zichzelf op.



  • Nuttigste film van het jaar: The Green Hornet, die er op z'n eentje voor gezorgd heeft dat ik zowel The Green Lantern, Captain America als Thor aan mij heb laten voorbij gegaan. Tevens bijzonder vaak fout getypt als 'The Green Horney', de invloed van Seth Rogen is duidelijk.
  • Mannen weten waarom: Vrouwen zullen er ongetwijfeld ook niet blij van worden, maar voor mannen die spontaan ineen krompen en hun handen naar hun kruis brachten was Rundskop toch net wat straffere kost.
  • Minst aangename bioscoopervaring: Erachter komen dat de kleinste zaal in mijn gebruikelijke bioscoop te dunne muren heeft. Dat stotteren in The King's Speech wordt toch net wat minder meeslepend wanneer je nagenoeg constant Justin Bieber: Never say Never op de achtergrond hoort.
  • Seksscène van het jaar: Ik schaam me er niet eens voor, en ik ga ook geen excuses zoeken: neen, geen naakte vrouwen, wel "Nicolas Cage never disrobes before a gunfight". Het kan me niet schelen wat je nu over mij denkt.
  • Meest efficiënte opportunisme: Neem Hollywood's meest charmante, sympathieke acteur. Geef hem kanker. Het is oh zo makkelijk, maar 50/50 is daardoor wel een bijzonder geslaagde 'dramedy'.
  • Ongemakkelijke regiekeuze: Toen X-Men: First Class het woord 'slavernij' eindelijk in de mond durfde nemen, bleef de camera toch net een beetje te lang op die éne gekleurde mutant hangen.
  • Beste 30 minuten in een verder tegenvallende film: De grote vechtscène van 13 Assassins.
  • Beste 2 minuten in een verder tegenvallende film: De eigenlijke amputatie in 127 Hours.
  • Entertainende film met een dubbele laag: Attack the Block, in een poging om racisme te bestrijden. Het wist subtiel de situatie van veel probleemjongeren aan te halen, en de blik op 'een held' in een ander perspectief te plaatsen. Het verweeft een alien invasie met sociale kritiek en een milieustudie. Het kaart zaken als racisme en bendevorming aan zonder daarover te oordelen. Fascinerende, maar ook leuke film.
  • Meest racistische reacties gelezen over: Attack the Block.
  • Minst begrepen grap: De redelijk briljante opmerking over drugs in Super 8. Onwaarschijnlijk hoeveel mensen dit als een serieus anti-drugs boodschap zagen. Het lijkt me daaruit wel duidelijk dat drugs je hersenen aantasten. Drugs zijn zoooooooo slecht.
  • De "jeugd met hun flippo's en gameboys" van het jaar: Deze zat er aan te komen: Cyberbully. "want to see nekkid girls in locker room, not taylor slut gross".
  • En nu we toch bezig zijn, dé filmscène van het jaar: http://www.youtube.com/watch?v=fStdkvn4tnw
  • Meest gehandicapte plotmiddel van het jaar: Gooi een stuk toast met confituur de lucht in. 50% kans dat de besmeerde kant naar boven ligt, 50% kans dat DE DUIVEL IN JE MIDDEN IS. Shyamalan, Devil, hilarisch.
  • Ik ben er trots op dat ik dit moment nauwelijks vernoemd heb: Hey iedereen, er zat een lesbische scène in Black Swan!
  • Drol van het jaar: Battle LA.
  • Verrassend genoeg niet de drol van het jaar: Transformers 3: Dark of the Moon. Het eerste anderhalf uur is weer van een onmenselijk laag niveau, maar de uiteindelijke actie is, tja... vrij cool! Nog steeds geen goede film, allesbehalve, maar wel een paar keer transformers die toffe dingen doen en decepticons die te onderscheiden zijn en dat soort zaken. Dé grote meevaller van het jaar.
  • Titel die ik nog vaker fout hebt getypt dan The Green Horney: Transformers 3: Dark Side of the Moon.
  • Best getimede grap in de geschiedenis van ooit: True Grit. Jeff Bridges. Man in beerkostuum. "You are not LeBoeuf".
  • Meest ondergewaardeerde film: Sucker Punch. Neen, het was zeker geen goede film, maar er was echt geen reden om deze film zo te stigmatiseren en te verwerpen. Waar was al dat gedoe nu voor nodig? Roland Emmerich heeft ondertussen een film gemaakt waarin hij de nooit bewezen (noch door eender wie geaccepteerde) theorie dat Shakespeare zijn stukken niet zelf geschreven heeft als feit presenteert. Richt je woede daarop. Sucker Punch is een film die probeert en faalt, en daar heb ik oneindig veel meer respect voor dan iets als The Hangover Part II.
  • Meest ondergewaardeerde acteur: Iedereen was na Melancholia maar bezig over hoe goed Kirsten Dunst is, en terecht ook wel, want het was een complete verrassing. Maar in haar schaduw heeft Charlotte Gainsbourg zich langzaamaan ontwikkeld als één van de beste actrices van het moment.
  • Meest overgewaardeerde acteur: Christian Bale in The Fighter. Entertainend, zeker en vast, maar trok ook storend veel aandacht naar zich toe. "Maar zo is de echte Dicky ook", zeggen mensen die het verschil tussen film en werkelijkheid eens moeten leren begrijpen dan.
  • Meest overgewaardeerde film: We Need to Talk About Kevin. Tilda Swinton is fenomenaal en de film behandelt een onderwerp dat niet vaak besproken wordt in film. Maar daar houdt het ook op. Wat is hier zo goed aan? Het kind is een eendimensionaal satansgebroed dat rechtstreeks uit The Omen lijkt gekropen. Het symbolisch gebruik van rood lijkt een beetje op Krzysztof Kieślowski's Rouge, gebracht met de voorhamer der subtiliteit van James Cameron. Het is een karakterstudie waarbij de essentie van het karakter gebruikt wordt als climax, zodat je in feite geen idee hebt waar je de hele film naar kijkt. Gigantische teleurstelling.





En ik begin de top 10 door vals te spelen. A Separation haalde de lijst net niet, maar verdient het toch om vermeld te worden. Het is een drama dat vooral uitblinkt in haar personages: elke kant van het centrale drama wordt bijzonder sterk uitgebalanceerd. Iedereen heeft wel zijn motivatie en mindere aantrekkelijke karaktertrekken: het voelt aan alsof je échte personen bekijkt, en als je dàt kan zeggen weet je dat je over grootse cinema spreekt. Komt daar nog bovenop dat dit een blik is op een cultuur die we niet goed kennen, en het toevoegen van de vervreemdende aspecten rond hun normen en waarden zorgt ervoor dat de film constant interessant blijft. Het is een zeer sterk drama dat constant boeiend en aangenaam weet te blijven. Maar...

De reden dat ik A Separation nog net meeneem in dit lijstje is om één grote vraag te stellen. Ik erken de kwaliteiten van deze film, en ik apprecieer ze heel erg (het scheelt echt een haar met nummer 10), maar als ik zie hoe lyrisch anderen er soms over praten... Een 94 op Metacritic, 100% en gemiddeld 8.8 op RottenTomatoes, een 8.6 en op moment van schrijven #94 in de IMDB top 250, ... er is duidelijk iets dat ik gemist heb. Een argument dat ervoor zorgt dat A Separation meer is dan 'slechts' een zeer goed drama. Welke lagen heb ik gemist in het narratief? Welke verdiensten neem ik misschien onterecht voor vanzelfsprekend aan? Waarom wordt dit blijkbaar gezien als de Heilige Graal van moderne cinema? Dat zijn geen retorische vragen: ik heb deze vraag al meermaals gesteld aan mensen die de film zo hoog beoordelen, en ook op openbare fora. Maar tot op vandaag heb ik niet één degelijk antwoord gekregen. Dus moest iemand die dit leest toevallig het antwoord weten: verlos mij uit dit vraagstuk.

Bon, dan kunnen we nu écht beginnen.



Stel dat de relatie tussen u en uw vriend/vriendin toch niet meer is wat het geweest is. Je wil een punt achter die relatie zetten, maar hoe kan je daar nu juist tactvol mee beginnen? Simpel: misleid het slachtoffer tot het zien van Blue Valentine. Niet te moeilijk: er staat al 'Valentijn' in de titel, vermeld de twee jonge, aantrekkelijke, populaire acteurs in de hoofdrol, toon misschien eens een romantisch shot als dat hierboven, ... Het werk doet zichzelf, en Blue Valentine verkoopt zich moeiteloos als romantische komedie. Twee uur later kan de pijnlijke zelfreflectie beginnen.

Blue Valentine is een beetje de natuurlijke tegenpool rond de romantische komedies die tegenwoordig weer zo populair zijn. De helft van de speelduur wordt ingevuld door Ryan Gosling en Michelle Williams die hun eigen Eternal Sunshine of the Spotless Mind proberen te creëren. En het doet dat ongeveer even goed als de beste films in het genre dat de voorbije jaren hebben gedaan. Het is allemaal heel erg leuk, schattig, rozengeur en hartverwarmende maneschijn. Je leeft mee met deze personages, je wil ze zo gelukkig zien worden.

De andere helft van het verhaal speelt zich vele jaren later af. Waar ze allebei vastgeroest zitten in een doodlopende job die ze niet willen, waar ze een kind proberen op te voeden, maar vooral waar van verliefdheid geen sprake meer is. En dat is niet de oorzaak van een of ander groot conflict: we weten niet waar of wanneer, maar de liefde is verdwenen. Waarschijnlijk is het een langzaam proces geweest, gevuld met kleine irritaties en het langzaam binnensluipen van de deprimerende realiteit, maar van de dolverliefde tieners is geen sprake meer. Ondertussen realiseren ze zich dat ze hun leven misschien wel weggegooid hebben. Het is zware kost.

Maar wat Blue Valentine zo goed maakt, is dat deze twee verhaallijnen constant door elkaar verteld worden. Het is niet zo dat we deze relatie gewoon zien evolueren, zoals gebruikelijk zou zijn in dit type film. We beginnen met een blik in de latere, duistere periode en slalommen steeds weer heen en weer. Dat klinkt op zich gimmicky, en doet misschien wel denken aan het concept van (500) Days of Summer, maar het doet het zoveel beter dan die film. Geen ideeën die handig aan een personage gebonden worden, geen romantisering van het drama, maar steenharde realiteit. Het is een emotioneel zware film doe nooit de makkelijke oplossing kiest, en laat nog tijden een bittere nasmaak achter. Niet de leukste film van het jaar, maar wel een verdomd sterke.



U bent vast wel al bekend met het verhaal van 'The Borrowers'. Dan wel de originele roman van Mary Norton, of de kinderfilm met John Goodman en Jim Broadbent, of waarschijnlijk de muizen in Disney's animatiefilm Assepoester. Kleine wezentjes die alledaagse voorwerpen van mensen in bruikleen nemen en voor fascinerende doeleinden gebruiken. Wel, Ghibli (met Miyazaki enkel als schrijver deze keer) heeft dit verhaal ook eens onder handen genomen. U krijgt één alinea de tijd om na te denken in welk aspect The Secret World of Arrietty zo goed werkt.

Ghibli lijkt conceptueel terug naar Miyazaki's succesperiode (My Neighbour Totoro - Kiki's Delivery Service - Porco Rosso) terug te keren. Na enkele films die wat groter van opzet zijn, waardoor ze ook in het Westen veel succes en respect gewonnen hebben, keren ze nu blijkbaar terug naar de kleinere, intieme verhalen. In Ponyo was dat al te zien, met als jammerlijke kantopmerking dat het ook gelijk één van de slechtste films van de studio is. Maar Arrietty is gelukkig weer een schot in de roos: het is zo'n klein verhaaltje - ik denk dat de hele film over ongeveer twee dagen plaatsvindt - maar dat is waar Ghibli altijd het best in is geweest. Niet teveel bombast en poespas, maar een sfeervol, intiem vertelsel dat constant luchtig en schattig blijft. Met een perfect en mooi einde dat nog maar eens alle conventies aan zijn laars lapt.

Maar veel belangrijker dan het narratief is de manier waarop de wereld tot leven gecreëerd wordt. Niet alleen is de animatie fantastisch - het gebruik van kleuren is het beste dat Ghibli dusver al heeft laten zien - maar ook de manier waarop de kleine mensjes hun bestaan hebben opgebouwd. Een mok wordt gevuld met één gigantische druppel thee, postzegels doen dienst als schilderijen, een rij nietjes worden dan weer als ladder gebruikt, ... De film kent een paar kleine minpunten (in één scène komt Miyazaki's prekerige toon weer opzetten, en het themanummer wordt compleet misplaatst binnen de film verwerkt), maar die wegen absoluut niet op tegen de visuele pracht die in elk shot opnieuw getoond wordt. Het is één van de beste stukjes animatie die de studio al heeft uitgebracht, en dat wil me dunkt heel wat zeggen.



Niet elke film hoeft wereldschokkend te zijn. Deze Australische prent kan best omschreven worden als een briljante film die je al vaak gezien hebt. Het doet echt niets nieuws; goed, het trekt een parallel tussen het gangstermilieu en de dierenwereld, maar meer dan een leuk ideetje wordt dat nooit. Verder is het gewoon weer eens een blik in de criminele wereld op een manier zoals we sinds The Godfather al ontelbare keren gezien hebben, meer deze keer met meer kangoeroes, boemerangs en algemene zatlapperij.

Maar het wordt zo onwaarschijnlijk goed uitgevoerd dat dat echt niet uitmaakt. De spanning die debutant David Michôd op weet te bouwen kan zich meten met het beste dat het genre al laten zien heeft, en het onderhoudende script weet - en dat is tegenwoordig niet meer zo evident - de voorspelbaarheid op elk moment ver weg te houden.

Maar de persoon die Animal Kingdom bijna eigenhandig deze lijst inwerpt is Ben Mindelsohn in de rol van Andrew 'Pope' Cody. Het moet van Javier Bardems nichterige haarscheiding in No Country For Old Men zijn dat een personage nog zo'n dreigende sfeer wist uit te stralen, ondanks dat hij zijn uiterlijk niet meeheeft. Mindelsohn mag er dan op elk moment uitzien alsof hij net terug is van een lange dag brieven bezorgen, maar uiteindelijk kan je het personage het best vergelijken met Joe Pesci in Goodfellas. Mindelsohn weet mysterie aan dreiging te koppelen en heeft zo'n sterke presence dat zijn aanwezigheid voldoende is om een scène compleet van toon te doen veranderen, zelfs als hij gewoon op de achtergrond in een zetel zit. Het is de meest angstaanjagende verschijning in een Hawaïaans hemd sinds Wayne Knight in Jurassic Park, en juist dat beetje extra wat een goede genrefilm nodig heeft om een geweldige genrefilm te worden.



Kuifje is een vreemde film gebleken. Het kan nauwelijks vergeleken worden met de originele strips of tekenfilmserie; daar stond het mysterie en onderzoekwerk nog centraal, terwijl Spielbergs versie uiteindelijk vooral een excuus is om zoveel mogelijk exuberante actiescènes aan elkaar te linken. Dat klinkt op zich als Guy Ritchie die zich maar net kan bedwingen om Sherlock Holmes geen leren jas te laten dragen en af en toe 'ayyyyyyyyyy' te laten roepen, maar dat is het gelukkig absoluut niet geworden.

Hoewel het Amerikaans publiek terecht opmerkt dat de film een emotionele kern en een sterk hoofdpersonage mist, zijn dat tekortkomingen die bij de serie horen. Kuifje is altijd nauwelijks een personage geweest, en de serie is ook nooit geïnteresseerd geweest om de personages grote arcs mee te geven. De franchise heeft altijd gedraaid rond het gevoel voor avontuur en spanning dat synoniem staat met de serie, en dat weet de verfilming perfect te imiteren, ondanks dat het vormelijk een paar gigantische stappen uit de buurt van het bronmateriaal neemt. Maar het begrijpt het materiaal tenminste; Captain Haddock is tenminste geen straatvechter met paranormale gaven.

Dat, en de onwaarschijnlijk knappe visuele stijl, zorgen ervoor dat Kuifje een waardige adaptatie is. Wat het een geweldige film maakt, zijn de actievolle sequensen die de film constant aan elkaar naait. Spielbergs onmiskenbaar geniale gevoel voor timing doet me een beetje aan Raiders of the Lost Ark terugdenken, en dé grote achtervolging doorheen Marokko mag zich nu al één van de meest intense achtbaanritten uit de filmgeschiedenis noemen. Het is geen grootse cinema die belangrijke thema's aansnijdt, en het is niet eens een goed uitgevoerde genrefilm als Animal Kingdom. Het is gewoon heel erg veel plezier in de geest van Kuifje, en dat dat in 2011 gemaakt kan worden is - voor de fans des te meer - eigenlijk een grote verrassing.



Weet u nog hoe Lars Von Trier in Dogville gebruik maakte van een extreem minimalistische set en een theatrale narratieve structuur om ons te vertellen dat de mens per definitie slecht is? Of hoe hij in Antichrist een zwaar drama op zijn kop zette om er een psychologische horror van te maken, waarin hij ons wou overtuigen dat de mens kwaadaardig is? Nu is er Von Triers nieuwste, Melancholia, waar de mogelijke vernietiging van de aarde getoond wordt als een zegen, die haar van de ziekte die de mensheid is zal ontdoen. Een manusje van alles, onze Lars.

Ergens vind ik Von Trier in dat op zich wel een beetje een overroepen filmmaker. Hij doet zich wel voor als een of andere diepe filosoof, maar eigenlijk is hij simpelweg een standaard misantroop die zijn makkelijke wereldbeeld deelt met de hopen alternatieve tieners die op school nooit mochten meespelen met de andere kindjes. Het is een platte, goedkope boodschap die eigenlijk nauwelijks serieus te nemen valt, zeker omdat dit hét constante thema is doorheen Von Triers oeuvre...

...maar wat is die man toch een briljante regisseur. Dat het centrale thema ongeveer evenveel om het lijf heeft als Emily Browning in een zelfverklaard kunstproject is zowat de enige fout die Von Trier - weliswaar keer op keer - maakt. Verder is het puur genieten van de cinematografie, shotkadrering, het gebruik van Wagner, de prestaties die hij uit de voltallige cast weet te krijgen, etc. Als deze man eens flink gaat nadenken over een goed onderwerp maakt hij binnen de kortste keren een tijdloze klassieker, zonder twijfel. Nu is het vooral een prachtige film die perfect in elkaar gestoken wordt, maar waar je toch maar niet te lang bij stil moet blijven staan.



Ik weet echt niet wat ik van J.J. Abrams moet denken. Lost, Alias, Cloverfield, ... ik ben er helemaal niet zo gek op. Hij heeft zijn hele carrière gebouwd rond dingen niet laten zien, vragen te stellen die zo intrigerend zijn, dat ze onze aandacht vast moeten houden tot aan het altijd weer teleurstellende einde (als dat er al is). Het wil wat zeggen dat Cloverfield over het algemene gezien wordt als een Abrams film, terwijl hij enkel en alleen als producer optrad. Eerlijk, ik had het niet zo op hem, iemand die mysterieuze marketing en sfeer belangrijker vindt dan het eigenlijke verhaal dat hij vertelt; neen dank je, dat soort platte gimmicks levert nooit sterke cinema op. Maar nu zitten we een paar jaar verder en heeft hij met Star Trek en Super 8 twee van de beste blockbusters in jaren gemaakt. Mijn mening is dus herzien, zeker?

Moest Super 8 in de jaren '80 gemaakt zijn, het zou afgeschilderd worden als een standaard blockbuster, die sterk doet denken aan The Goonies en E.T. Maar nu we ruim twintig jaar verder zitten valt Super 8 heel sterk op. Het blockbustermilieu is dusdanig veranderd dat het grote publiek deze film afkeurend als cliché bestempelt; in een tijd waar elke grote blockbuster volgens hetzelfde stappenplan gemaakt wordt, is dat op zijn minst opmerkelijk. Ja, Super 8 zit vol met tropes en clichés van '80s Hollywood, maar waarom is dat zo'n grote misdaad? We leven in een tijd waar nagenoeg elke grote zomerfilm via hetzelfde stappenplan ineen wordt geklungeld, maar dit is een probleem voor het publiek? Dus nog maar eens een origineverhaal via een normaal personage dat extra mogelijkheden krijgt, daarmee moet leren omgaan, hoe hij de verantwoordelijkheid niet op zich wil nemen, maar in een climactische strijd zijn lot accepteert: dat is OK. Maar dat de emotionele kern van het hoofdpersonage dat na zijn arc nog eens extra benadrukt wordt, dàt is een afknapper? Hollywood, maar ook de modale bioscoopganger tegenwoordig, heeft nood aan flinke zelfreflectie.

Uiteindelijk is het gewoon een sterke ode aan de cinema die Steven Spielberg groot heeft gemaakt. Avontuur, mysterie, actie, humor, en een groot hart, allemaal constant aanwezig, met daar nog een grote brok liefde voor filmmaken in vermengd tijdens de eerste helft. Het is feelgood-cinema van een hoog niveau. Ja, je kan er objectief grote gaten in prikken: het is emotioneel nogal manipulatief, de tweede helft zal lang niet voor iedereen even onderhoudend zijn, de oplossing is net een beetje te makkelijk, ... maar voor een jaar dat sowieso al redelijk goed was voor de zomerblockbuster (X-Men: First Class en Rise of the Planet of the Apes vielen allebei heel goed mee) is Super 8 nog zonder enige twijfel de sterkste, de veelzijdigste en simpelweg de leukste film van het jaar.



De voorbije jaren heeft Zuid-Korea haar nut aan de rest van de wereld bewezen; er is namelijk één kunst gebleken waar die Koreanen zo verbijsterend goed in zijn, dat alleen dat al het bestaansrecht van heel dat land goedpraat. Een zaak waarbij ze zoveel inzicht tonen in de mechanismen van het genre, waar ze zich zo uitgesproken tot koning van de opbouw en het opzetten van de structuur hebben getoond, dat dit deel van de moderne cultuur voor eeuwig onmiskenbaar verbonden zal zijn met de Koreanen. Andere volkeren moeten er niet meer aan beginnen, de Koreanen zijn koning...... maar naast Starcraft zijn ze ook heel erg goed in wraakfilms.

I Saw the Devil kan zich perfect meten met publieksfavoriet Oldboy, dat moet genoeg zeggen over hoe goed deze genre-uitoefening wel is. Regisseur Ji-Woon Kim (u kent hem van A Tale of Two Sisters, A Bittersweet Life en The Good, The Bad and The Weird) creëert hier een ijzersterke, onvoorstelbaar spannende thriller die ruim twee uur lang voorbijvliegt zonder een moment te geven waarbij je tot rust kan komen. Het grijpt je bij de ballen en sleurt je met zoveel kracht mee dat je enkel mag hopen dat je Jee-Woons volgende film (met Arnold Schwarzenegger in de hoofdrol!) zal kunnen kijken zonder eerst een kussen op je stoel te leggen.

Het is gewoon een bevestiging van al het goede dat Korea de laatste jaren heeft laten zien. De productiewaarden zijn hoog, maar ook met veel flair ingevuld door een erg getalenteerde regisseur. De voltallige cast (Min-Sik 'Oldboy' Choi uiteraard als meest opvallende) laat goed werk zien, en het scenario steekt zeer sterk ineen, zowel qua plot en twists als karakterontwikkeling (dat einde!). Het is gewoon een zoveelste bewijs dat je voor sterke actiethrillers tegenwoordig in Azië moet zijn. Fantastische film.



Er waren Crazy, Stupid Love en The Ides of March. Er was Blue Valentine, één van de beste films van het jaar. Maar er was natuurlijk vooral Drive, met voorsprong de grootste verrassing van het jaar. Dat er in niet-Amerika goede films worden gemaakt waar je nog niet van gehoord had: dat spreekt voor zich. Dat Kuifje en Super 8 verrassend toffe blockbusters werden is ook een verrassing. Maar een film met een titel (en trailer) als Drive, met die gekke Deen die dat bizarre Bronson maakte aan het roer... als het nu nog een toffe actiefilm was geworden, dàt had ik misschien nog begrepen. Maar dat Drive uiteindelijk zo goed is: dat is de grote verrassing van het jaar.

Mensen wijzen al snel naar Darren Aronofsky als de man die mainstream en arthouse weet te combineren (Black Swan haalde de lijst overigens net niet), en dat is op zich wel begrijpelijk. Maar met deze ene film heeft Nicolas Winding Refn - in mijn ogen, weliswaar - al minstens evenveel bereikt als Aronofsky over zijn hele carrière. Het is écht niet evident om een romance en een wraakfilm zo naadloos aan elkaar te rijgen, tussendoor je personage even sterk neer te zetten, hem vervolgens compleet te vervormen (met een minimum aan woorden, nota bene), om zo'n laag tempo te creëren zonder dat het zinloos lijkt, zo cool te zijn in je eigen stijl én tussendoor constant te wisselen tussen je hart te laten versnellen dan weer te verzakken... Het is een simpelweg sensationele prestatie die Refn hier neerlegt.

Het is een film die verrassend populair geworden is: niet door een brede doelgroep aan te spreken, maar door juist heel veel kleine doelgroepjes aan te spreken: fans van romantiek, suspense, arthouse, exploitation, atypische cinema, Ryan Goslings blauwe kijkers, Ron Perlman's holbewonerkaak etc. etc. En dat is iets dat niet veel films voor elkaar krijgen, vooral niet omdat elk van deze doelgroepen uiteindelijk tevreden zal zijn bij het zien van het eindresultaat. Drive is in theorie geen grote crowdpleaser, maar blijkt desondanks toch gewoon gemaakt te zijn voor een gigantische groep mensen. Enfin, laat ik gewoon kort zeggen dat Drive fantastisch veel bereikt heeft voor een film die aan de man wordt gebracht alsof Vin Diesel in de passagiersstoel zal zitten. Ohja: vooral uitkijken naar de nieuwe Refn-Gosling film - Only God Forgives - volgend jaar, waar een politieman uit Bangkok en een gangster hun verschillen uitwerken in een thaibox wedstrijd. Zo'n gekke genrefilm kan toch écht niet zo goed als Drive worden, toch?



In 2009 won The Hurt Locker de grote Oscar voor beste film; het was niet veel meer dan een actiefilm, maar hey, het sprak een beetje over de oorlog in het Midden Oosten en zorgde ervoor dat Avatar niet de boeken in ging als de beste film van dat jaar. Oké, waarom ook niet. Een jaar later komt Incendies, en het kan niet eens beste buitenlandse film (een categorie waar toch flink met de pet naar wordt gegooid) winnen? Alvast een voorbeeld om te onthouden als argument waarom die Oscars zo weinig betekenis hebben.

Het Midden Oosten is de voorbije jaren een populair thema geworden in de filmindustrie. Logisch, het is ook een populair thema in onze maatschappij. We zagen films en documentaires voorbijkomen die benadrukten wat voor een hel het voor de mensen in die oorlogsgebieden wel niet moet zijn. Incendies doet dat in feite ook, maar in plaats van dit punt omslachtig proberen over te brengen, zorgt het ervoor dat je de chaos en het drama ook effectief voelt. En dat is een wereld van verschil. Na afloop ligt je maag zodanig in een knoop en bloedt je hart van de schokkende taferelen die je gezien hebt, dat Incendies je nooit meer zal loslaten. Het laat zo'n krachtige indruk op je achter dat het onmogelijk is om onverschillig te blijven ten opzichte van één van de belangrijkste thema's van de afgelopen jaren. Ik kan me geen grotere prestatie neerzetten die een film zelfs maar kan ambiëren.

Dat is niet om te zeggen dat Incendies objectief beter is dan veel films die ik hier al genoemd heb, er zijn wel foutjes. Vooral het plot steunt naar de climax toe op enkele enorme toevalligheden die niet iedereen even makkelijk zal kunnen accepteren. Maar dat valt in het niets bij de krachtige dreun die één kijkbeurt met zich meebrengt. Het wisselen tussen twee tijdlijnen maakt de plot nog sterker dan het in Blue Valentine deed (en die deed het al ontelbaar veel sterker dan We Need to Talk About Kevin), visueel is het echt een pareltje, je ziet enkele van de meest spectaculair sterke acteerprestaties van het jaar (ondermeer van de Belgische Lubna Azabal), ... het is een meesterwerk dat weliswaar enige tekortkomingen heeft, maar nog steeds een meesterwerk is. Een onvergeetbare film.



Tja, bestond hier nog enige twijfel over? Iedereen die mij een beetje kent wist dat dit bovenaan zou staan. Het is in mijn ogen niet alleen de beste film dit jaar, het is de beste film sinds 2007 (There Will Be Blood) en zelfs nu al één van mijn favoriete films aller tijden. Grote woorden, voor één van de meest polariserende films ooit gecreëerd, want bedolven onder de cinematografische mijlpaal die dit is (onvoorstelbaar dat er nog steeds geen blu-ray uitgave bestaat in de benelux!) schuilt een van de minst begrepen, onwetend gedemoniseerde films uit de filmgeschiedenis.

Veel mensen hebben The Tree of Life met een verkeerde instelling benaderd. Ze verwachtten een film type Kubrick, waar elke scène van symbolisch belang is en op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden. Ze zijn aan het nadenken, proberen hun interpretaties te plaatsen in een geheel en worden op die manier bedolven onder scènes waarvan ze het nut niet inzien, die niet te begrijpen zijn. Mensen, dit is geen Paul Thomas Anderson. Dat zijn verkeerde verwachtingen die de kijkervaring alleen maar vervuilen; alsof je Schindler's List bekijkt en op zoek gaat naar subtiele grappen.

Het is eerder een soort gematigd expressionisme geworden: de thema's zijn daar, ze worden zelfs letterlijk uitgesproken. De overige speelduur speelt al eens een beetje rond met het thema, maar over het algemeen is The Tree of Life gevoelscinema. Je hoort je er volledig aan over te geven: ga op in de beelden en muziek, projecteer je gedachten en herinneringen op wat je ziet. Het heeft helemaal niets te maken met diepgaande ideeën of pretentie: het is eerder lichtjes abstracte kunst. Een term die ik nog nooit gebruikt heb om een film te omschrijven, maar het is de meest treffende omschrijving die ik kan bedenken.

En zoals de meeste kunst is het dan ook compleet subjectief. Er bestaat niet echt iets als objectieve kritiek of lof wanneer je over The Tree of Life spreekt. De film is niet saai: jij vond het saai. Het is geen intense trip: jij beleeft het enkel op die manier. Aangezien het zoveel regels van de filmkunst breekt kan je er simpelweg niet in die conventies over gesproken worden. Het enige dat telt, en echt niets anders is van belang, is de reactie die jij erop hebt. Het is de ultieme subjectieve film: je kan na tien minuten al op je horloge beginnen kijken, of het kan zo sterk resoneren dat het je hele levensbeeld overhoop gooit. En de enige manier om te ontdekken in welk kamp jij zit is door er een dikke twee uur van je leven aan te spenderen. De reacties die je hoort zullen zowel afschrikkend werken als hoge verwachtingen creëren. Maar denk dus vooral niet dat je deze film dan maar links moet laten liggen omdat je toch geen bal van 2001: A Space Odyssey begrepen hebt, want het zijn twee 'genres' die helemaal niets met elkaar te maken hebben. The Tree of Life is met enige voorsprong de meest persoonlijke film die ik ooit ervaren heb, en daarom - of u het zelf nu als positief of negatief ervaren hebt - is dit dé grote film waar 2011 in de toekomst om herinnerd zal worden. Dus doe uzelf een plezier, terwijl ik blijf wachten of die zes uur durende cut ooit het licht zal zien, en geef het tenminste een kans. Hoe raar dat ook mag klinken is het zelfs één van de weinige films waar ik begrip voor kan tonen moest u hem na een half uurtje reeds afzetten, maar zorg gewoon dat u The Tree of Life met een open visier, ongehinderd van alle vooroordelen, geprobeerd heeft. Het zou zowaar één van de mooiste filmervaringen kunnen zijn die u ooit zal beleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen