8 februari 2011

Rundskop (2011)

Hoera, hoera, driewerf hoera! Een Vlaamse film waar we dat lelijke Antwerps of onverstaanbare West-Vlaams niet constant moeten aanhoren: in Rundskop mogen we naar het boerse Limburgs luisteren, en ich kan dich neet zegge wielenk vè doarop hemme moete wachte, jong. Hah, dat die andere provincies ook maar eens ondertitels beginnen te lezen!

Het debuut van Michaël R. Roskam is dé filmhype van het moment, en met goed recht. De Vlaamse film is een fenomeen dat duidelijk nog niet op zijn hoogtepunt is; er wordt tegenwoordig meer en meer aandacht besteed aan de serieuzere films, waar vroeger alle aandacht ging naar de blockbusters van Erik van Looy of de marginale wegwerp-cinema van Jan Verheyen. Deze Rundskop is waarschijnlijk één van de meest ambitieuze films die ons land ooit gekend heeft, een film die meer probeert te doen dan een amusant verhaal te vertellen, en alleen al daarom verdient Roskam respect.

Rundskop is tegen de verwachtingen in geen milieuschets rond de hormonenmaffia geworden. Die gangsters zitten wel degelijk in de film en we zien meer volgespoten koeien rondlopen dan in de gemiddelde sociale woonwijk, maar dat doet slechts dienst als achtergrond binnen de film. In feite is Roskam (what's in a name) meer geïnteresseerd in de psyche achter Jacky Vanmarsenille, een landbouwer die meer dan een beetje fucked up is. Hij is flink getraumatiseerd geweest in zijn jeugd en is daardoor sociaal behoorlijk gehandicapt geraakt, vooral naar vrouwen toe. Dat soort karakterstudie zien we niet al te vaak terug in de Vlaamse cinema, en het is uiteraard een grote stap vooruit, maar uiteindelijk moet je het objectief beoordelen: de thematiek achter Rundskop is goed, maar ook weer niet fenomenaal. Het is vooral een beetje magertjes: er wordt grotendeels gericht op Jacky's drang naar een gezinsleven, en bij momenten komt er een analogie met zijn eigen runderen bij kijken, maar veel dieper wordt er niet echt op ingegaan. Of dat genoeg is zal iedere kijker voor zichzelf moeten uitwijzen, maar zo'n interessant personage had wat meer uitdieping mogen krijgen, zeker als dat is waar je film op gebouwd wordt.

Maar goed, verder niets dan positieve zaken. Roskam bouwt zijn film zeer goed op en er zijn een aantal zéér mooie omgeving-shots te bezichtigen. Hij is niet helemaal foutloos; het gebruik van slow motion om belangrijke shots te benadrukken was in de jaren 90 al cliché, nu is het een beetje idioot. Net als het laten ontbreken van achtergrondmuziek tijdens specifieke scènes: voor één keer is dat interessant, maar de derde keer begint dat nogal gimmicky te worden. Maar verder heeft Roskam zijn film goed in handen en is hij zeer goed in het duidelijk uiteenzetten van de structurering. Het effectieve trauma waar Jacky mee kampt leren we bijvoorbeeld pas kennen wanneer we min of meer halverwege de film zitten, tot op dat punt lijkt de film wel min of meer over de hormonenmaffia te gaan en lijkt Jacky simpelweg onze lichtjes vreemde protagonist. Het is een gewaagde zet om Jacky's voornaamste karaktertrek zo laat te introduceren, maar het zorgt wel voor een sterke impact.

Verder is Rundskop ook opvallend amusant voor een zwaar drama. Frank Lammers is een genot om bezig te zien als de vettige Limburger met een enorm zwaar accent. Zowat elke scène waar hij in zit kan je om hem lachen, en dat is een hele verdienste. En toch valt het op dat de bedoelde grappen wel héél erg zwak zijn: een drug die DHV heet, met als punchline "niet BHV, hé". Lachen, gieren, brullen. Er is zelfs een belangrijk personage dat homoseksueel is, enkel en alleen om tijdens een knuffel met Jacky de grap "ge zijt toch geen potter he?" te kunnen maken. En daar worden dan een stuk of drie scènes aan opbouw aan besteed. Of nog zoiets, de twee Waalse garagisten die als een moderne Laurel & Hardy tegen elkaar op mogen kwaken: pijnlijk niet-grappig. Nu we het daar toch over hebben: quasi elk Waals personage is dom, luidruchtig of extreem gevaarlijk, iets dat lezers die de ideologie van het Vlaams Belang een warm hart toedragen vast zullen kunnen appreciëren (al betwijfel ik of dat er nog veel zijn, dit is immers al de vijfde alinea van een tekst zonder prentjes). Maar het is tijdens deze onbedoelde grappige (of misschien wel gewoon subtielere?) momenten dat Rundskop toch behoorlijk grappig is, zonder dat het drama daardoor aan kracht moet inboeten.

In verband met de cast is er één duidelijk probleem: de kinderen. Een deel van de personages zien we in flashbacks van hun jeugd, en ik begrijp dat het moeilijk is om kinderen te vinden die helemaal op de volwassenen lijken, maar je kan toch wel een béétje je best doen. De gigantisch brede Jacky is als kind een klein, zwartharig ventje, terwijl zijn kleinere, kale vriend als kind breder, groter én ros is. Het zorgt heel eventjes voor lichte verwarring, en simpelweg een niet overtuigende continuïteit. Niet dat die kinderen slecht acteren, totaal niet zelfs, maar ze passen gewoon niet bij deze cast.

Barbara Sarafian stelt helaas teleur. Ze is een fenomenaal sterke actrice, maar haar rol heeft gewoonweg niets om het lijf. Sterker nog: de film zou even goed werken moest haar rol compleet uit de film geschreven worden, want ze heeft niet één actie die echt een gevolg kent. Daartegenover staat Jeroen Perceval héél sterk te acteren; ik heb hem nooit eerder ergens in gezien, maar hier weet hij indruk te wekken. Maar ook hij moet wijken voor wat natuurlijk dé ster van de show is: Matthias Schoenaerts, die in navolging van Robert DeNiro 25 kilo is bijgekomen voor deze film door 2400 (vierentwintighonderd!) blikken tonijn te eten. Hij weet de vreemde psyche van Jacky perfect te weerspiegelen in zijn presence: een dikke neus, vettige huid, enorm dreigende blik, ... hij is eigenlijk gewoon compleet onherkenbaar en compleet overtuigend. Je voelt dat er altijd iets kan gebeuren wanneer hij in de buurt is, en die dreiging past niet alleen perfect binnen zijn personage, maar geeft ook een extra aan de textuur van de film.

Rundskop kende een fenomenaal openingsweekend: ruim 60.000 bezoekers, de op één na beste opening voor een Vlaamse film aller tijden. Natuurlijk deed Loft beter, en is het allesbehalve zeker of het het succes van pakweg De Zaak Alzheimer ook behaald zal worden, maar het zou wel absoluut verdiend zijn. Dit is een intelligente film die toch wel een tijdje blijft hangen, en hoe goed het ook gaat met de Vlaamse cinema: dat is een zaak die meestal op de tweede plaats gezet wordt. Dat dit succes duidelijk moge maken dat we genoeg whodunnits, politiefilms en Koen de Bouws gezien hebben: het is tijd dat het filmmilieu meer naar deze kant migreert. En in dat opzicht is Rundskop meer dan goed genoeg om voorop de strijd in te gaan.

Om eens een eigentijdse popcultuur-referentie te maken: 4 Kalfke Willys op 5!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen