14 februari 2011

127 Hours (2011)

Danny Boyle is altijd de man geweest die entertainment brengt waar een ruim publiek voor te vinden is, maar meer moet je van hem ook echt niet verwachten. Slumdog Millionaire, Sunshine, The Beach, ... niet bepaald films met een duidelijke moraal, of die een of ander debat proberen aan te gaan, maar die door Boyle's drukke regie veelal een enorme flow behouden en daardoor altijd wel prettig wegkijken. Een hele hoop vraagtekens bij 127 Hours dus, een concept waar die aanpak niet echt bij lijkt te passen. Het is een beetje als Michael Bay die een Holocaust-film gaat draaien, of Kevin Smith die een romantische komedie ineen flanst. Want in dit waargebeurde verhaal zien we hoe sportman Aron Ralston met zijn arm vast komt te zitten tussen twee rotsen. Het overgrote deel van de film vindt dus plaats op één locatie met slechts één personage, niet bepaald iets waarvoor Boyle zijn flitsende stijl kan toepassen, dus. Nuja......

Wel dus. Boyle pakt deze film aan op precies dezelfde manier als hij dat bij Slumdog Millionaire deed. Felle warme kleuren, tot daar aan toe, maar zo gebruikt hij ook opvallend vaak een dubbel splitscreen, waarbij we drie verschillende beelden binnen één frame zien, uiteraard op de tonen van niet altijd even toepasselijke popmuziek. Of wanneer Aron bijvoorbeeld het beeld op zijn camera terugspoelt, vindt Boyle het noodzakelijk om in te zoomen tot binnenin de camera, om ons zo te tonen hoe dat mechanisme precies werkt. Binnen de feelgood sfeer van Slumdog werkte dat: het enthousiasme was aanstekelijk en Indië zag er prachtig uit, maar bij 127 Hours werken die trucjes niet, integendeel. Je kan moeilijk kleiner gaan qua scope dan dit, en daardoor is dit dus voornamelijk een acteursfilm. Het milieu rond de film zorgt ervoor dat dit soort films perfect de emoties van de protagonist op de kijker kunnen projecteren, en altijd als zoiets hier dreigt te gebeuren zorgt één van Boyle's gimmicks ervoor dat de dynamiek compleet verdwijnt. Je kan niet in de film verdwijnen omdat de overgeregisseerde drukte je er steeds attent op maakt dat dit toch maar een film is.

Maar zelfs al werd er wat soberder met deze prent omgegaan had dat geen verschil gemaakt, want je hebt nu niet bepaald het gevoel dat je iets gemist hebt. Er valt niet al te veel interessants te beleven binnen Aron's psyche: hij verliest uiteraard zijn grip op de werkelijkheid, wat zich uit in enkele hallucinaties (meermaals is een opblaasbare Scooby Doo aanwezig), maar echt veel moet je daar niet van verwachten. En wanneer je denkt dat je op je sterfbed ligt krijg je wat spijt van het verleden: oh, wat had ik mijn moeder toch vaker moeten terugbellen. Oh, wat had ik wat meer rekening moeten houden met ex-vriendin "de ware" haar gevoelens. Oh, waarom moest ik zo nodig de superheld uithangen en heb ik niemand verteld waar ik naartoe ging? Het zijn voorspelbare reacties die absoluut niet sterk uitgediept worden. Die psychologie is iets wat Boyle niet interesseert, terwijl dat toch wel het punt is waar je dit soort film interessant kan maken.

De film zou daardoor eigenlijk vooral moeten teren op het al dan niet overleven van Aron, en dat is dan ook weer een dubbeltje op zijn kant. Hoewel dat aspect wél sterk opgebouwd wordt is er alleen een artificiële spanning aanwezig. Door het vakmanschap voelen sommige scènes wel spannend aan, maar in het algemeen is de sfeer vrij gelaten. De grote dooddoener is natuurlijk het feit dat we allemaal al weten hoe dit verhaal gaat aflopen. Het is een waargebeurd verhaal waarvan de echte Aron Ralston een boek geschreven heeft, dus we weten dat hij nu al lang niet meer tussen die rotsen steekt, terwijl er qua marketing berichten de wereld in gestuurd werden over kijkers die flauwvielen tijdens de amputatiescène. Als we dan zien hoe Aron zich probeert te bevrijden is er geen spanning aanwezig, noch voelen we sterk met hem mee: we weten op voorhand al dat het niet gaat lukken, en dat hij zijn eigen arm zal moeten amputeren.

Wie de film dan wel nog weet te redden is James Franco, die bijzonder sterk staat te spelen. Evident is dat niet, want vanaf het punt dat hij vast komt te zitten zijn er geen dialogen om op te teren, en van enige lichaamstaal is er ook niet echt sprake. Franco krijgt een tiental minuten om zijn personage te realiseren, en meer heeft hij niet nodig om ons te overtuigen dat die Aron best wel een toffe gast is. Wanneer hij dan eenmaal vastzit krijgt hij een paar monologen voor de camera, en verder moet hij het compleet van zijn mimiek hebben. En daarin schittert Franco: hij weet de aftakeling van Aron bijna tastbaar te maken, puur met gebruik van zijn gezicht en sprekende ogen. Een zeer knappe prestatie.

Zo valt 127 Hours wel het beste te omschrijven: een indrukwekkende acteerprestatie, overladen met een veel te drukke regie. Door het gebrek aan diepgang durft de films zelfs wel eens een tikkeltje saai te worden, en lijkt er zelfs wat opvulling te zitten in deze film van amper 90 minuten. Maar veel van die minpunten worden geneutraliseerd door een sterke James Franco die ons doorheen de lijdensweg loodst; op basis van het scenario zul je geen band met Aron voelen, maar Franco weet dat wel op zijn eentje te realiseren en deze film van complete middelmatigheid te onderscheiden. Hah, een volledige recensie zonder flauwe woordspeling, en dat was toch wel allesbehalve handig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen