18 april 2010

Sherlock Holmes (2009)

Wanneer Guy Ritchie een legendarisch personage als Sherlock Holmes verfilmd is wacht je vooral bezorgd af, want zijn laatste vier films (en die TV-film die geen mens gezien heeft) waren nu niet bepaald hoogstaande stukjes cinema. Toegegeven; zowel Lock, Stock and Two Smoking Barrels als Snatch waren bij momenten zeer amusant en toen nog vrij fris, maar door de Tarantino coolness-in-tien-stappen handleiding flink te misbruiken is die frisheid overgeslagen naar een lichtjes rottende imitatiegeur. Combineer dat met het mysterie en de stoffige, actieloze deductie die kenmerkend zijn voor deze held van weleer en je hebt op zijn minst een beetje stront aan de knikker. No shit, Sherlock.

En deze versie van Ritchie is dan ook onafwendbaar een heel erg moderne interpretatie. Weg zijn het vergrootglas en de deductie, welke werden vervangen door borderline superkrachten. Het is mooi om te zien dat Ritchie de logica in de originele Sherlock Holmes verhalen wil behouden, maar het is jammer dat de regisseur daarvoor toevlucht zoekt tot bovennatuurlijke krachten. Holmes loopt een kamer binnen en merkt binnen de seconde door de modder op iemands schoenen en een scherpe geur waar die man eerder de dag geweest is, van enig intensief onderzoek is er nooit echt sprake. Maar Holmes is ook een gerenommeerd straatvechter die met rasechte Jet Li-precisie een paar gerichte stoten op de kaak of lever bezorgt die elke normale mens ten val brengt (pijnlijk zelfbewust in beeld gebracht). Het is niet echt een verdienste om op die manier een zaak op te lossen, dat is zoals Wolverine die een boksmatch wint van Muhammad Ali: heel knap gedaan maar iedereen had hem neer kunnen halen met messteken, het is pas zonder valsspelerij wanneer het echt interessant wordt. Er zijn zelfs X-Men die minder speciale gaven hebben dan Holmes, een film die in feite dichter bij het superheldengenre ligt dan het detectivemysterie dat je ervan verwacht en het simpelweg hoort te zijn.

De vreemdste eigenschap van Sherlock Holmes is dat het volledig uitspeelt als een lange Scooby Doo aflevering, dat klinkt onnozel maar volg even mee. In eens als intro gemaskeerde actiescène zien we Holmes en Watson die een pseudo-tovenaar arresteren: Holmes trekt de kap van de slechterik af waarop Watson verrast zijn naam uitroept: "Lord Blackwood!", waarna het plaatselijke korps hem arresteert. Het gaat zonder vermelden dat hij er zonder die twee bemoeiallen nog mee was weggekomen ook. Blackwood wordt zonder veel boe of ba een doodvonnis aangemeten wat meteen wordt uitgevoerd, maar op de derde dag blijkt Blackwood herrezen van de doden waarop Holmes en Watson in hun mystery machine springen en op onderzoek uitgaan. Dit punt van de film - wat tevens min of meer de basis van het verhaal is - wordt bereikt na drie kwartier, wat extreem lang is voor zo'n dunne verhaallijn maar desondanks is de film absoluut niet saai te noemen op dit punt. De film zit namelijk vol met scènes die absoluut niets met het plot te maken hebben maar het tempo van de film wel hoog houden. Zo trekt het duo naar een abattoir (omdat de schrijvers hen daar blijkbaar heel graag aanwezig hadden) waar een set-piece in werking wordt getreden: een klassieke James Bond val waar de love interest geplaatst wordt op een onontkoombare loopband die eindigt in een face-à-face met een kettingzaag. Aanwezigheid van personages noch film is ergens ook maar iet of wat behulpzaam voor het plot: geen mysterieuze informant, geen achtergelaten kledingsstuk en zelfs geen doosje lucifers met de naam van een hotel erop. Dat soort schrijven zorgt enerzijds wel voor een flinke drive waardoor de film aan een snel tempo lijkt te gaan, maar het plot blijft dan wel rustig stilstaan.

Dat is gelijk ook het beste stuk van de film, want daarna komt het plot helaas opzetten. Een of andere geheime Britse groepering wordt binnengedrongen door Blackwood wanneer zijn trawant Lord Coward aan de macht komt. Nu beweer ik geen psycholoog te zijn, maar in een avonturenfilm zou Lord Coward misschien wel de laatste persoon zijn die ik zou vertrouwen. Het is eigenlijk jammer dat deze subtiele naamgeving niet doorheen de hele film gehanteerd wordt, want namen als Sir Badguy en Miss Loveinterest zijn narratief zeer interessant. Natuurlijk wordt Sir Badguy op het einde gepakt door Holmes waarbij alle hocus pocus eigenlijk een heel logische verklaring blijkt te hebben - het is nu eenmaal een Scooby Doo aflevering - maar dat betekent niet dat de hele film dat soort logica aanhoudt. Want één van de meest betreurenswaardige beslissingen is toch wel dat Sherlock een grote opening in de zaak ziet na een of ander voodoo ritueel, iets dat nogal haaks staat op de superlogica die tot op dat punt wordt gebruikt en - geheel in stijl van het half-assed schrijfwerk - plaats laat voor een lange monoloog waarin het plot wordt uitgelegd. De belachelijke gemakzucht tijdens het onderzoek, de idiotie van de schurk en de overclimax van één specifieke vechtscène (waar Holmes zijn slachtoffer effectief laat gaan om hem in een over-the-top bootscène te grazen te kunnen nemen) zie ik door de vingers door de entertainmentswaarde, maar magie in een film over logica brengen gaat simpelweg te ver. Dat is als een voetbalwedstrijd winnen met behulp van een machinegeweer: je kan de vijand er makkelijk mee verslaan, maar dat is vooral omdat iedereen zich afvraagt waar je het vervloekte ding vandaan haalt.

Maar toch is Sherlock Holmes ergens wel genietbaar. De casting van Robert Downey Jr. (ookal lijkt hij op elk punt zijn Iron Man kostuum boven te kunnen halen) en Jude Law is perfect en de twee amuseren zich duidelijk in hun interactie (hoewel dat bij momenten op het randje van kinderachtig durft te komen), en ook de ondersteunende cast is vrij degelijk met een meer dan bevallige Rachel McAdams centraal. Guy Ritchie staat zoals altijd weer hevig met zijn armen te zwaaien om aan te tonen dat de film boven alles heel erg hip is, maar het wordt nooit zo vervelend als in Revolver of RocknRolla. De hele stijl van de film houdt zich eigenlijk wel goed staande, van de omgevingen en cinematografie tot de bij momenten zéér amusante en energieke folk-soundtrack. Sherlock Holmes is als een leeg cadeau: mooi verpakt en leuk om open te maken, maar daarna blijf je met lege handen en een gevoel van teleurstelling achter. Al is dat wel degelijk een vooruitgang op de berg dode muizen en vogels die Guy Ritchie vroeger al eens bij je voordeur achterliet.


6.0

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen