11 april 2010

Green Zone (2010)

Dat Paul Greengrass en Matt Damon weer samenwerken wil allerminst zeggen dat dit een nieuwe Bourne is, ookal wil de marketingcampagne je dat maar al te graag wijsmaken. Green Zone laat zich makkelijk omschrijven als een nieuwe Hurt Locker die wèl iets te zeggen heeft over de politiek achter de oorlog. Daarmee is het de eerste politieke thriller in flinke tijd die op een hoog budget werd geproduceerd, wat helaas ook betekent dat de film dusver een flinke verliespost blijkt.

Roy Miller (een zoals altijd zeer sterk spelende Matt Damon) is een Amerikaans militair wiens job bestaat uit het opsporen van massavernietigingswapens. Wanneer de tip die ze ontvangen voor de derde keer op rij foute informatie blijkt te bevatten is het genoeg geweest voor Miller: er is duidelijk iets niet al te koosjer in Irak en hij zal uitzoeken wat dat precies is. Samen met de eveneens curieuze CIA-agent Martin Brown (Brendan Gleeson, wat heeft die man toch een geweldige presence) voert hij zijn eigen onderzoek. Tegenover hen staat Clark Poundstone, een hoge piet die vooral bezig is met zijn informant 'Magellan' en duidelijk over een geheime agenda beschikt. Losjes gebaseerd op het non-fictie boek Imperial Life in the Emerald City geeft Green Zone een verhaal waarin vooral één vraag centraal staat: waren er effectief massavernietigingswapens in Irak, of werd de hele invasie gebaseerd op een leugen? In hoeverre de fictionele invulling van deze vraag de waarheid is kunnen we op dit moment absoluut niet zeggen, en hoewel Greengrass wel degelijk partij lijkt te trekken is het vooral opmerkelijk dat hij die vraag gewoonweg durft stellen. Een erg atypische houding voor een Amerikaanse oorlogsfilm, wat de film op zijn minst al heel wat respect oplevert.

Deze film lijkt in feite op een samensmelting van Greengrass' laatste films: de Bourne vervolgen en United 93. Green Zone is de actiefilm die zich baseert op een man die alles in zijn eentje lijkt op te knappen, maar het is ook de realistische blik op een recente historische situatie, en waar de film in het laatste half uur dat realisme verliest is het toch op zijn minst een verfrissende aanpak. Dat laatste half uur is grotendeels het punt waarop Roy Miller beslist dat er wat meer ass mag gekickt worden en hij de dingen wat gaat forceren, in plaats van de vele dialogen die de film tot op dat punt rijk is. Dit uit zich voornamelijk in een achtervolgingscène doorheen bezet gebied die te lang, niet goed uitgebalanceerd en te chaotisch is. Die chaos, als u het nog niet geraden had, is toe te schrijven aan Greengrass' terugkerende shakycam en overactieve montage. Net als in de Bourne films worden de actiesequensen namelijk weer gefilmd met een handycam wat gelijke hoeveelheden energie en frustratie in de film pompt. Want hoewel een schokkende camera van tijd tot tijd werkt moet er vooral een lijn binnen het camerawerk zitten, waar dat bij Green Zone vaak lijkt te missen. De cameraman spurt zo vaak met de personages mee dat je als kijker soms nauwelijks nog weet waar te kijken, iets wat zowel in de openings- als slotscène voorkomt waar Irak overkomt als een vibrerend eiland in een wasmachine tijdens een aardbeving. Dat je als regisseur een schokkende oorlogsfilm wil maken is te begrijpen, maar dit is niet de juiste aanpak.

Al is die chaos ook wel een beetje terug te leiden naar het plot, dat helaas niet van hetzelfde kaliber is als het verhaal. De film spurt van begin naar einde aan een razend tempo, maar het is pas rond het middelpunt waar de bal echt aan het rollen gaat en het verhaal op gang wordt getrokken. Je zit te lang naar een aantal gebeurtenissen in de stijl van The Hurt Locker te kijken vooraleer de twee plotlijnen geïntroduceerd worden en wanneer die samenkomen nadert de film haar einde al. Niet dat die eerste helft daardoor saai is, verre van, maar het zou het verhaal enige kracht hebben bijgezet moest de opbouw beter gespreid gaan over de volledige speelduur. Maar dat zijn kritiekpunten op een sterke film die tot nadenken uitnodigt, terwijl de film voorbijvliegt door het sterke acteerwerk en de pompende soundtrack. We kijken alvast uit naar de volgende Greengrass en Damon samenwerking, al hoop ik dat de cameraman met Parkinson eens een keer thuisblijft.


7.5

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen