5 maart 2011

Over the Top (1987)

Quizvraag: wat is de mannelijkste sport ter wereld? Rugby? Kickboxen? Worstelen met wilde dieren? Neen, compleet fout. Geen enkele sport laat het testosteron zo rijkelijk stromen en doet de teelballen zo angstvallig ineenkrimpen als de koninklijke discipline die armworstelen is. Een arsenaal aan bezwete gladiatoren, variërend van gespierde truckers tot hondslelijke papzakken, die met man en macht proberen om elkanders arm tegen de tafel te werken. Wat kan er mooier zijn dan dat?

En die bijna-Olympische sport wordt mooi vastgelegd in Over the Top, een Stallone-film uit 1987, geproduceerd door Cannon films. Als je weet dat dat de periode is dat Stallone films als Rocky IV, Cobra en Tango & Cash maakte worden onherroepelijk bepaalde verwachtingen gecreëerd: ongeremde actie en een heel hoog 'USA! USA!'-gehalte, zoals alleen de 80's dat kunnen. Helaas, zo zit het niet helemaal in elkaar. De grote basis van de film bestaat uit Stallone (als man der mannen 'Lincoln Hawk') die het hart van zijn zoon terug moet zien te winnen, en dat bedoel ik niet eens letterlijk. Sly heeft zijn zoon in de steek gelaten en wil nu, tien jaar later, weer in contact met hem komen. Dus hoe cool het ook klinkt: er is geen boosaardige, truckende armworstelaar die het hart van Sly's zoon in een potje bij zich houdt. Toch wel een gemiste kans.

Dat aspect van de film wordt eigenlijk verrassend goed uitgewerkt, op een heel erg 'jaren 80' manier. "Je verwacht toch niet dat je de voorbije tien jaar op twee of drie dagen kan goedmaken?", verwijt de zoon zijn vader nog aan het begin van de film. Maar een rit met een vrachtwagen, een zonsondergang op de achtergrond, de softrock tonen van ondermeer Asia en Sammy Hagar en voila: nog geen dag later rent het ventje al achter zijn vader te kwijlen als een uitgehongerde straathond die net een lap vlees heeft gekregen. In 1987 hadden ze geen Dr. Phil nodig voor dit soort zaken, één enorm coole montage is meer dan genoeg.

En pas op: Stallone staat dan nog eens degelijk te acteren ook! Het kan mensen die niet héél bekend zijn met zijn oeuvre wel eens verbazen, maar de 'Italian Stallion' is in feite een meer dan adequaat acteur. In films als First Blood en Cop Land weet hij nog altijd te overtuigen door behoorlijk ingetogen te spelen, en hier pakt hij het op dezelfde manier aan. Dat werkt natuurlijk dubbel zo goed als de personen rondom je een beetje overdrijven, en dat is hier zeker en vast het geval. Stallone is een rustpunt in een zee van roepen, tieren en met je armen wapperen; een rol die hem vrij goed ligt.

Minder overtuigend is dat rotzakje dat Sly's zoon moet spelen. Aanvankelijk moet je hem natuurlijk een beetje verachten, gezien het arrogante, verwende ventje dat hij dan nog hoort te portretteren. So far so good. Maar wanneer hij uiteindelijk openbloeit en die kant van zich laat varen heb je zowaar nog meer zin om zijn gezicht in te slaan. Een onheilige combinatie van een enorm vervelende blik en uitstraling, een ronduit irritante uitspraak, en in het algemeen gewoon een veel te hoog Jake Lloyd-gehalte. Zo kan hij bijvoorbeeld niet overtuigend wenen, al zou zijn leven er van afhangen. Nu zou dat op zich geen gigantisch probleem moeten zijn in dit soort film, behalve dan dat het rotjoch de halve film lang loopt te janken. Stallone kan hem nauwelijks aanspreken zonder dat de traantjes van deze jongen beginnen te vloeien, en hij zou dan trouwens nog eens op een militaire (!!!) school horen te zitten ook. Een kanttekening zonder duidelijke overgang van de rest van de paragraaf: Sergeant Huilebalk heet eigenlijk 'Michael Hawk', wat natuurlijk afgekort wordt naar 'Mike'. Probeer maar eens vijf keer luidop 'Mike Hawk' te zeggen. Geen wonder dat het zo'n eikel is.

Maar het hoogtepunt van de film is natuurlijk niet het familiedrama, dat is het grote armworsteltoernooi van Las Vegas. Een half uur lang vol kletsnatte mannen in veel te kleine pakjes die kreunen alsof Freddy Krueger hun prostaat hevig aan het onderzoeken is. Het is een behoorlijk moeilijke sport om interessant te verfilmen, en de film slaagt er dan ook niet volledig in. Maar in de surrealistische situatie is het wel enorm amusant om naar te kijken: een hysterisch publiek van tien- of honderduizenden toeschouwers, een vijftal scheidsrechters per wedstrijd, live-commentaar, spelers die elkaar intimideren door een sigaar op te eten of motorolie op te drinken... het is entertainend, maar uiteindelijk wel een behoorlijke scheet in een fles. Persoon X drukt persoon Y's arm naar beneden, waarop Y terug weet te vechten. X gooit zich er nog eens in, en Y lijkt bijna te verliezen, maar in een miraculeuze ommekeer wint Y de wedstrijd toch nog. Eerlijk: dat is het interessantste scenario dat ik zelf kan bedenken voor een armworstelwedstrijd, en Over the Top overstijgt dat idee dan ook niet. Dan kan je er nog tientallen shots tussen gooien van de deelnemers die hun beste Lars Ulrich-gezicht bovenhalen: het is uiteindelijk allemaal behoorlijk silly.

Wanneer je na een aantal armworstelmontages en interviews (Sly's geheime wapen bestaat er blijkbaar uit dat hij zijn pet à la Ash Ketchum omdraait voor elke wedstrijd, heel erg interessant allemaal) uiteindelijk aankomt bij Stallone die het in de finale opneemt tegen de ongeslagen wereldkampioen, weet je dat alle registers worden opengetrokken. Allereerst wordt ons een vijftal keer uitgelegd dat het kampioenschap een dubbel-eliminatie toernooi is. Dus het is 'best out of three'. Dus je moet twee keer winnen om kampioen te zijn. Dus als je één keer verliest heb je de wedstrijd nog niet verloren. Dus als Stallone de eerste keer verslagen wordt, kan hij nog altijd terugkeren. Iedereen mee? Goed, want Stallone heeft net toch wel niet zijn eerste duel verloren zeker! Wat nu gedaan?

Epische muziek doorheen de scène, de slowmotion draait overuren en iedereen juicht wanneer Stallone de ongeslagen vetzak dan toch nog verslaat. Het is behoorlijk cliché, want zo ongeveer elke sportfilm in de geschiedenis van de cinema heeft zo'n "you're the best around"-einde, maar dat neemt niet weg dat het elke keer opnieuw weer geweldig is. Hawk wint een hoop geld, de liefde van zijn zoon, het respect van zijn kwaadaardige schoonvader en een gloednieuwe vrachtwagen (nogal een specifieke prijzenpot). De moraal van het verhaal: zijnde het financieel, familiaal of materieel, met armworstelen kan je al je problemen oplossen.

Klinkt niet slecht, he? Wel, dat is het ook niet. Het is een hybride van het recente The Road en The Karate Kid in een echte jaren 80 stijl. Je moet een beetje voor die aanpak zijn natuurlijk, en voor een modern publiek zal het misschien wat overdreven cheesy zijn, maar ik zie dit soort films gewoon enorm graag. Tijdens het schrijven van deze recensie is er één film (uiteraard niet van de 80's, dat zou veel te logisch zijn) die mij steeds te binnen schiet: Free Willy. Als je dat nog steeds - nostalgie daargelaten - een degelijke, onderhoudende film vindt zal Over the Top je waarschijnlijk niet teleurstellen. En als je het om onverklaarbare redenen heel jammer vond dat Jesse en Keiko aan het einde van Free Willy niet beginnen te worstelen, zal je Over the Top helemaal het einde vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen