8 januari 2011

De 10 slechtste films van 2010

Driewerf hoera, het is weer lijstjestijd! Verreweg het tofste aan de jaarwisseling is de terugblik op het afgelopen jaar. Op vlak van film was 2010 weer dubbel en dik de moeite met enkele héél sterke films, maar er is natuurlijk ook een hoop brol uitgekomen. Onvermijdelijk, maar helaas. Nu, dit zijn altijd verreweg de minst accurate lijstjes: slechte films probeer je natuurlijk bovenal te vermijden, maar toch trap je vaak genoeg in de val en is een top 10 jammer genoeg weer moeiteloos samen te stellen. Nu zijn slechte films iets speciaals: soms kan een film bij de release middelmatig lijken, maar ontwikkel je er achteraf pas echt haat tegenover de film. Anderzijds is er nog zoiets als de quotering: als ik een film destijds een 6 gaf, betekent dat niet dat die in principe niet onder een 3 kan belanden (ik hanteer ook slechts een vaste puntenschaal sinds halfweg dit jaar). U kan natuurlijk ook afkomen met opmerkingen als "Waarom zit Zot van A. niet in deze lijst?" Het antwoord zal in ieder geval zijn: "Omdat ik die film niet gezien heb, en jij had hetzelfde moeten doen". Dus maakt u zich daar vooral niet te druk om: dit zijn in mijn hoofd momenteel de 10 slechtste films van 2010. Ze kunnen technisch in orde zijn, ze kunnen zelfs Oscars gewonnen hebben: dit is de lijst van films die onder mijn huid gekropen zijn en mij tot in het oneindige geïrriteerd hebben. En voor wie de originele recensies wil lezen: klik op de banners.


Image and video hosting by TinyPic

Goed, The Book of Eli is verre van een afschuwelijke film. Sterker nog, gedurende een groot deel van de film vond ik em vrij matig. Oké qua regie en acteren, een flauw verhaal dat nogal overdreven Christelijk is, maar kom: we hebben veel erger gezien. Maar dan dat afschuwelijke, desastreuze einde! Om mijn keuze bij te lichten zal ik het hier spoilen, dus als je deze film alsnog wil zien: sla deze alinea gerust over. Voor de rest: het boek waar iedereen op uit is is de bijbel in braillevorm, want Denzel Washington is blind. Niet dat dat op andere momenten effectief zo lijkt: hij vecht bijvoorbeeld onder een brug tegen een schurk met een kettingzaag. Probeer een blinde onder een brug maar eens aan te vallen met een kettingzaag, dan mag hij nog over een volgroeid spider-sense beschikken, hij gaat jou heus niet in elkaar slaan. Een verschrikkelijk vervelende twist die het voor elkaar gekregen heeft om een film waarin Gary Oldman de schurk speelt te verpesten.


Image and video hosting by TinyPic

In Clash of the Titans tonen de Goden zich in het openbaar, maar toch trekken de sterfelijken hen in twijfel. En daar stopt Clash of the Titans met enigszins steek te houden en verdwijnt de film in een achtbaanrit. Een bijzonder matige achtbaanrit die in zowat elk aspect teleur wist te stellen. Ralph Fiennes en Liam Neeson in één film zonder indruk te wekken: check. Matige special effects: check. Het superieure origineel overhoop gooien: check. Bah.


Image and video hosting by TinyPic

Prince of Persia krijgt het dan weer voor elkaar om de kritiekpunten op #9 en #10 samen te voegen. Ook dit is een matig indrukwekkende achtbaanrit die nooit echt opwindend wordt, maar toch verpest wordt door het einde. Op een nog frustrerende manier dan Book of Eli dat al deed: wat is er vervelender dan de complete film te verprutsen? Wel - en dit zijn uiteraard weer spoilers - de complete film gewoonweg uitwissen. Weg ermee, alsof het nooit gebeurd is. Aan de climax van de film wordt de film ongeveer een uur teruggespoeld, waarna Jake Gyllenhaal alles oplost en de duidelijkste badguy van het jaar Ben Kingsley al confronteert voor hij effectief iets mispeuterd heeft. Om jezelf naar de haren te grijpen.


Image and video hosting by TinyPic

Dit is zo'n film waar ik bij de release te mild voor geweest ben. Mijn mening over Alice in Wonderland was een beetje verward, waardoor ik uiteindelijk te gematigd was. Maar enkele kritiekpunten die bijna een jaar ja de release nog altijd vers op mijn geheugen branden : Johnny Depp als de Mad Hatter. De Mad Hatter als gewoonweg Jack Sparrow die soms Schots praat of een tekenfilmfiguur nabootst. Het complete plot van A tot Z. Het feit dat er überhaupt een plot is. De stem van Christopher Lee. Het weinig gebruiken van de paar toffe personages. De koppijn-opwekkende 3D. De finale hoegenaamd "epische" veldslag. DE FUTTERWACKEN! Deze film gaf ons de futterwacken... ik denk dat dat mijn keuze wel rechtvaardigt. Maar ere wie ere toekomst: de eerste film in deze lijst die niet gebogen gaat onder een constante, gatlelijke kleurenfilter.


Image and video hosting by TinyPic

Oh wat zou Percy Jackson toch al te graag Harry Potter zijn. Maar helaas: de serie is slechts een klein fenomeen en daardoor vooral een luide poging om een franchise te creëren. Pierce Brosnan met het onderlichaam van een paard, dat was amusant ja... Verder is dit vooral een hoop veredelde cameo's van toch niet de eerste de beste acteurs, product placement tot in het belachelijke (Uma Thurman als Medusa die een iPhone gebruikt...) en gewoonweg een film die half-half over de Griekse Mythologie gaat, maar toch muziek van Lady Gaga gebruikt. Verwerpelijk.


Image and video hosting by TinyPic

Proficiat Kurt Wimmer: u schreef het belachelijkste scenario van 2010. Is Angelina Jolie nu een Russische spionne of niet? Ja! Maar is ze ook een dubbelspionne? Ja! Maar is ze ook een driedubbelspionne? Ja! Zo kunnen we nog wel even doorgaan, denk ik. Het plot wordt tot in het oneindige gewrongen tot het een abstracte vorm heeft aangenomen, en net wanneer je dat accepteert wordt Salt 2 aangekondigd...


Image and video hosting by TinyPic

Dit was een film die makkelijk zo slecht had kunnen zijn dat het weer goed werd. Het acteerwerk van Pattinson én Brosnan (tweede keer in deze lijst!) in combinatie met het meest hilarische einde dit jaar had voor een komisch meesterwerk kunnen zorgen. Maar neen, het staat vol van het kinderlijke pseudo-drama en voelt aan als een zit van minimaal drie uur. Dat is iets wat ik zelfs met de Twilight-franchise nooit ondergaan ben. Bijna onkijkbaar saai.


Image and video hosting by TinyPic

Niets pijnlijker dan een slechte komedie. Een slecht drama (zoals Remember Me hierboven) heeft altijd nog de potentie om grappig te zijn, maar zo'n onbedoeld komisch effect is nu eenmaal onmogelijk bij komedies. Nu, normaal heb ik daar niet zoveel last van: de Movie-franchise vermijd ik als de pest (geen Vampires Suck in deze lijst!), net als films van het kaliber Grown Ups, Little Fockers en zoveel meer. Maar wanneer Kevin Smith een film uitbrengt wil je het toch altijd wel eens proberen - Zack and Miri make a Porno was nu eenmaal een recente poging én vrij degelijk - maar deze Cop Out... makkelijk het slechtste dat hij ooit gemaakt heeft. Niet één goede grap. Niet één...


Image and video hosting by TinyPic

Zelden zo'n slechte adaptatie gezien als The Last Airbender. Neen, ik heb de serie nog altijd niet gezien - dat zal eerder laat dan vroeg gebeuren - maar toch had ik er geen enkele moeite mee om de individuele afleveringen uit deze film te vissen. Stukjes van 5 à 10 minuten staan compleet los van elkaar, er zit geen enkele spanning, humor of zelfs maar iets om interesse te wekken in deze film. The Last Airbender is een vervelende zit die - op de pakweg 1 minuut tai-chi na - absoluut geen toegevoegde waarde kent. Misschien wel Shyamalans slechtste. Precies ja: Shyamalans slechtste, een zwaarder oordeel werd nooit eerder geopperd.


Image and video hosting by TinyPic

Ik had al een gigantische hekel aan deze film toen hij nog Precious (Based on the Novel Push by Sapphire) heette, en mijn walging is alleen maar gegroeid nu hij blijkbaar plotsklaps omgetoverd werd tot Precious (Base on Nol by Saf). Heeft er hier iemand een reden voor, zoja: gelieve mij zo snel mogelijk in te lichten. Enfin: belachelijk slecht geschreven drama, zwak geregisseerd (die gebakken eieren tijdens een verkrachting, om in te lijsten) en zwak geacteerd (fuck die Oscar!). Is Precious echt zoveel slechter dan de films hierboven? Het zal een nipte race worden, maar wat hier de doorslag geeft is dat ik zowat de enige lijk te zijn die de rotzooi lijkt in te zien. Gelauwerd door critici, publiek én awards, maar op zo'n moment zal ik mijn mening absoluut niet herzien. Sterker nog: iedereen is zot, behalve ik!

6 januari 2011

How to Train your Dragon (2010)

Hoera, Dreamworks heeft met deze How to Train your Dragon eindelijk een animatiefilm op Pixar-niveau gemaakt. Nu ben ik één van die mensen die Pixar tot in het belachelijke overschat vindt, maar het is een vaststaand feit dat ze met kop en schouders boven Dreamworks uitsteken. Maar hun nieuwste is een mooi verhaal dat niet bol staat van de popcultuur-verwijzingen of fysieke humor, en alleen al om die reden is How to Train your Dragon gigantisch veel beter dan de vele Over the Hedge of Flushed Aways die het productiehuis in het verleden heeft uitgebracht. Gezien dit voor een groot deel een Pixar-film lijkt te zijn verrast het mij ook niet dat de film enorm populair en - in mijn ogen - flink overschat wordt, want net als bij quasi de volledige Pixar-catalogus worden er weinig risico's genomen, is het verhaal niets speciaals en kent de film meer dan genoeg fouten. Maar toch: dit is duidelijk de beste film die Dreamworks dusver naar voren heeft gebracht, maar toch kan het niet tippen aan Toy Story 3.

Denk er vooral niet aan dat regisseurs Dean DeBlois en Chris Sanders verantwoordelijk zijn voor Lilo & Stitch, anders klinkt het basisconcept al meteen als recyclage. Hiccup is een Viking zonder Viking-kwaliteiten: klein en mager. In een wereld waar Vikingen tegen draken vechten is hij nogal een buitenbeentje. Hij weet dan een niet-gecatalogiseerde draak neer te halen, en al snel leert hij dat die draken zo slecht nog niet zijn. Pas op: het wordt véél beter uitgewerkt dan dat het in Lilo & Stitch gebeurde, maar origineel is dat natuurlijk niet meer. En ja, ik weet dat de film gebaseerd is op een boekenserie en dat maar half gegronde commentaar is, maar dat verandert de manier waarop je het verhaal ervaart niet.

De manier waarop Hiccup met zijn draak (Toothless) leert omgaan is behoorlijk amusant om te bewonderen. Draken zijn in feite weinig anders dan katten: Toothless is aanvankelijk bang van Hiccup, tempert mettertijd, trekt gekke gezichten en is vooral bezig met eten en slapen. Maar goed, katten zijn dan ook enorm coole dieren en dat gedrag maakt deze draken alleszins aangenaam om bezig te zien. Even belangrijk binnen het verhaal zijn enkele menselijke relaties. De manier waarop Hiccups liefdesinteresse Astrid geschreven werd is hopeloos oppervlakkig: Astrid heeft een half uur lang een hekel aan Hiccup, wordt dan ontvoerd voor een vlucht op Toothless (trouwens een grote Aladdin-ripoff) en plots houdt ze van hem. Dat is even het oude Dreamworks dat weer om de hoek komt kijken. De relatie tussen Hiccup en zijn vader is dan weer veel sterker: de twee lijken in de verste verten niet op elkaar - de vader is het prototype van een Viking - en je ziet hoe moeilijk hij het daarmee heeft. Zeker wanneer de affaire met Toothless uiteindelijk uitkomt voel je hoeveel pijn het de oerprincipiële leider doet om zijn zoon te moeten straffen.

Maar toch is het scenario niet altijd even sterk. Er zijn genoeg plotgaten te bespeuren, zo leren een hoop secundaire personages in de tweede helft van de film op draken vliegen. Net als Hiccup, met als verschil dat Hiccup daar dagen voor nodig had, en die anderen op een half uurtje tijd naar vijandige draken toegegroeid zijn. Nog knapper is echter de moraal van het verhaal; zoals u ongetwijfeld niet zal verbazen is dat er een van tolerantie. De relatie tussen Hiccup en Toothless leert de Vikings dat draken helemaal niet zo slecht zijn als ze altijd dachten. Goed, ze lijken misschien wel groot en gemeen, maar dat zijn slechts vooroordelen. In wezen zijn ze draken even bang als de Vikings zelf zijn. Zouden deze twee groepen niet in harmonie kunnen samenleven? Kunnen we niet..... wat? Een nog grotere, schijnbaar nog gemenere draak? AFSLACHTEN!!!

Voor de stemmen werd er uitvoerig van de Apatow-crew geleend. Jay Baruchel heeft naar mijn mening een te vervelend stemgeluid om als protagonist door de film te gaan, maar Jonah Hill en Christopher Mintz-Plasse zijn degelijk in minder belangrijke rollen. Beste stemacteur is met gemak Gerard Butler als de grote Vikingleider Stoic: Butler amuseert zich duidelijk met de bombast van het personage. Wat wel heel sterk opvalt zijn de accenten: waar de volwassen Vikings met een Schotse tongval praten (in de USA geldt nu eenmaal: Europa is Europa) praten de kinderen dan weer met een Amerikaans accent. Dat Hiccup anders praat, dat zou nog wel kunnen (hij hoort immers "anders" te zijn), maar aangezien het ook voor de andere kinderen geldt stoort deze opzet gewoon heel erg.

En dan is er nog de animatie. Sommige vlieg-sequensen (die iedereen in 3D zo bejubelde) lijken soms een beetje lang door te gaan, iets dat we wel vaker tegenkomen binnen films die het 3D-effect willen gebruiken. Verder leken mij vooral de monden van de volwassen Vikingen (waar meestal een baard voorhangt) niet altijd natuurlijk te bewegen, maar dat is op zich geen groot punt. De film is namelijk prachtig geanimeerd en het overgrote deel is een genot om naar te kijken... maar niet alles. Ik vind het raar dat ik deze opmerking verder niet gehoord heb, maar er zitten 5 à 10 minuten in deze film waar de Vikingpersonages afschuwelijk slecht geanimeerd zijn. De stijl die binnen de hele wereld gebruikt wordt vergaat dan, en het lijken wel (matig tot slechte) videogame filmpjes. Ik heb geen idee hoe dat dit kon gebeuren: te weinig geld of te weinig tijd? Wat mij vooral schokt is dat ik deze commentaar niet eerder gehoord heb: het is overduidelijk en niet zomaar een detail. We doen de vergelijkende test.

Dit is hoe de film er voor een groot deel uitziet. Scherp, realistisch op een cartooneske manier en vooral zeer expressief. Dit is een personage dat emoties kan tonen op een overtuigende manier. En dan kijken we nu naar die enkele mindere momenten (in totaal een stuk of 5 à 10 minuten van de film): de screenshots zien er iets beter uit door de verkleining, dus beeld er de iets minder scherpe texturen zelf bij in. En in beweging wordt het natuurlijk al helemaal triestig.

Deze screenshots doen de verschrikking absoluut geen recht aan, maar er is toch duidelijk een kwaliteitsverschil (ookal lijkt het veel kleiner dan het werkelijk is). Misschien is het een gevolg van de conversie (3D + mist = slechte 2D?), maar het is wat mij betreft toch wel een flinke smet op een - ondanks de vele minpunten - heel aangename film. Dreamworks' beste film, maar er zijn nog altijd meer dan genoeg aspecten om te verbeteren.

4 januari 2011

Mr. Nobody (2010)

Mr. Nobody was een titanenstrijd die ons land zelden gezien heeft. Jaco van Dormaels (van Toto le Héros en Le Huitième Jour) eerste film in veertien (!!!) jaar. In die tijd heeft hij ondermeer zeven jaar aan het scenario gewerkt, een jaar gemonteerd en nog een flinke tijd centen bijeen geschraapt. Uiteindelijk is het met een budget van 37 miljoen euro de duurste Belgische film ooit, waarvan elke cent op het scherm te zien is. Indrukwekkende speciale effecten toveren de surrealistische wereld op het scherm en er werken bekende acteurs als Jared Leto en Diane Kruger mee. Dit is waarschijnlijk de meest Hollywood-aanvoelende Belgische film aller tijden, maar inhoudelijk zou het onmogelijk verder van de hoofdstad van de cinema kunnen staan.

Tegen mijn gewoonte in kent deze recensie spoilers. Ik "verklap" ondermeer het einde, en in hoeverre dit soort film echt spoilbaar is worden de "verrassingen" hieronder wel benoemd. Dat getuigt alleen maar van de impact die deze film op mij had: ik had er nood aan om mijn gedachten in verband met deze film op orde te brengen, en deze blog is daar het perfecte medium voor. Maar als lezer bent u gewaarschuwd.

Nemo Nobody heeft de bijzondere gave dat hij alle mogelijkheden van het zogenaamde "butterfly-effect" kan zien. De theorie die beweert dat elke keuze die we maken een drastisch gevolg kan hebben in ons leven. Gedurende de film volgen we Nemo's mogelijke paden: we zien hoe ongelukkig hij is bij vrouw A en hoe hij sterft bij vrouw B. En dan is er nog vrouw C: Anna. Bij Anna leidt Nemo het leven dat we allemaal willen: puur geluk. Maar door dom toeval blijft dat ook niet duren. In de verscheidene scenario's die we doorheen de film zien is er geen één waarin alle rozegeur en maneschijn is.

Van Dormael refereert vaak naar allerhande wetenschappelijke theorieën, en de film kent gelijkenissen met onder andere de chaos- en snaartheorie. "Zolang je geen keuze maakt blijft alles mogelijk", wordt een aantal keer vermeld. Keuzes worden beschouwd als energiekwanta, die vooraleer ze "beslissen" over een lading (positief of negatief) beide tegelijk zijn, gezien ze over het potentieel beschikken. In iets mindere abstracte vorm valt dat te bezien als Schrödingers kat: er zijn twee mogelijke situaties, maar zolang er geen zekerheid is (in de vorm van een keuze) zijn ze beide tegelijk realiteit. En dat is hoe de film beleefd wordt. Centraal staat één grote keuze: Nemo's ouders scheiden en hij moet op één specifiek ogenblik kiezen bij wie hij blijft. Gezien zijn gave ziet hij wat voor ons anderhalf uur film betekent: een aantal mogelijke paden binnen zijn leven. Als kijker probeer je maar te achterhalen welk pad hij moet volgen om een gelukkig leven te leiden. Aan welke (in feite miljarden, maar binnen de film slechts een stuk of drie) variabelen moet hij voldoen om de rest van zijn dagen met Anna te mogen slijten? Wel... geen enkele.

Een gigantische pluim in de hoed van Van Dormael is dat het scenario effectief dynamisch is. Het is niet voldoende om alles te lezen (zoals, laat ons eerlijk zijn, in quasi 99% van alle films), het moet ook binnen de juiste tijdsgeest beleefd worden. Het als kijker zoeken naar de juiste keuze voor Nemo is een essentieel onderdeel om de film te begrijpen. Gezien er geen juiste keuze is klinkt dat behoorlijk deprimerend, maar uiteindelijk worden we gezegend met de zeemzoete levensles: er is geen juist pad, maar ook geen verkeerd. Elk pad is de moeite waard en kent een zekere schoonheid die als kijker onzichtbaar is. Hoe kan je schoonheid zien binnen het leven waar Nemo's vrouw manisch depressief is en hem uiteindelijk verlaat? Het is een heel "pluk de dag" gebeuren: wij beschikken niet over Nemo's gave en moeten het stellen met de keuzes die we maken, ookal belanden we op ons dertigste in een coma.

Want uiteindelijk is vrije wil een illusie, ookal wordt het in Mr. Nobody compleet omgekeerd weergegeven. Een keuze maken zonder de uitkomst van beide kanten te weten is gokken, en gokken is dan weer het exact tegenovergestelde van een eigen keuze maken. Voor de kijker die niet over Nemo's gave beschikt bestaat er dus niets als een keuze, alleen maar een gok. En zelfs al zouden we alle uitkomsten weten: wat als er geen enkel eindpunt voor ons bestaat waar we mee willen leven? Daar valt nu eenmaal niets aan te veranderen. Dat lijkt allemaal behoorlijk deprimerend, luguber en zelfs sadistisch, en dat is het op dat moment ook.

Maar de keuze die Nemo uiteindelijk maakt lijkt compleet haaks te staan op de verdere thematiek van de film. Hij kiest voor vader, noch moeder en loopt weg van de situatie. Hij weigert te kiezen en houdt op die manier beide mogelijkheden open. Gedreven door "het lot" eindigt hij - in tegenstelling tot eender welke keuze hij doorheen de film ook maakt - samen met Anna. Ik weet het, dat klinkt als "romantische komedie" materiaal, maar hou die zucht nog even achterwege. Gezien vrije wil in het grote geheel onbestaand is, zal iedereen uiteindelijk eindigen "waar hij hoort te eindigen". Er is een levensweg voor ons voorgeschreven, en ongeacht wat we denken te kiezen, zullen we bij het juiste einde aankomen. Of dat juiste einde even mooi is als dat van Nemo is een andere zaak, maar zolang de tijd lineair is bestaat er geen manier om te weten hoe je leven anders verlopen zou zijn. Want ookal is het volkomen menselijk om melancholisch terug te denken ("als ik die andere job had gekozen zou mijn leven er zoveel beter uitzien"), toont Nemo Nobody dat zo'n zaken onmogelijk in te schatten zijn. Door het lot te laten beslissen blijkt dat de film die tien minuten eerder nog zo'n duistere thematiek kende, gelooft in de ware liefde. Hij belandt bij de persoon bij wie hij hoort te belanden, ondanks de zoveel duidelijkere mogelijkheden.

Misschien is het juist daarom dat Mr. Nobody zo'n indruk op mij heeft achtergelaten. Een film die zo sterk teert op de wetenschap, maar uiteindelijk gewoon even dom romantisch is als de gemiddelde romcom. Het stemt in met het beeld dat ik mezelf graag voorhou: als man van wetenschap die niet verbitterd raakt door pure feiten. Bestaat ware liefde? Bestaat vrije wil? Bestaat er een God? Het zijn twee kanten van een spectrum die steeds weer met elkaar botsen: er is de rede, en er is het geloof. Maar waarom zouden we een kant moeten kiezen? Mr. Nobody is een mooie weergave van hoe we als mens ook in wezen een energiekwantum zijn: zolang we geen kant kiezen zijn we vrij om beide tegelijk te zijn. Het bestuderen van de wetten van de wetenschap, maar ook je eigen spiritualiteit onderzoeken en jezelf onderwerpen aan minder tastbare ideeën. Het is één van de weinige filosofische zaken waar ik zelf als eens aan denk, en Mr. Nobody heeft deze dogma's in mijn ogen - al zij het indirect - sterk geneutraliseerd.

En dat is slechts de oppervlakte van de thematiek in Mr. Nobody. Van Dormael heeft nog veel meer te zeggen over minder existentiële zaken, en de schrijver/regisseur komt maar net weg met die karrevracht aan onderwerpen. Op een gegeven punt lijkt de film te gaan barsten onder zijn eigen gewicht, maar het weet dat probleem feilloos te omzeilen. Mede door het plot zelf. Als kijker ben je logischerwijs bezig met al de mogelijkheden van Nemo's toekomst, maar uiteindelijk heeft dat nauwelijks met de essentie van de film te maken. Om Mr. Nobody in zijn meest ruime betekenis te kunnen begrijpen is die ingewikkelde structuur niet nodig: dat had gerust korter én op een lineaire manier gekunnen. Maar door deze vertelstijl prikkelt Van Dormael zijn publiek: we denken mee en blijven daardoor geïnvesteerd in de film. Want emotioneel is er nu eenmaal geen gigantische band met de film (alsnog sterker dan het gros der hedendaagse films), daarvoor is Nemo Nobody nu eenmaal te plat; je kan een personage dat ruim tien verschillende vormen aanneemt ook niet echt grondig uitbouwen. Maar door de uitdagende structuur kan je Mr. Nobody echt beleven, waar veel gelijkaardige films simpelweg ondergaan zouden worden. Inception deed het op dezelfde manier: zorg ervoor dat je publiek zijn focus behoudt door niet alles driemaal hapklaar voor te schotelen. Met het verschil dat het bij Mr. Nobody nog eens écht allemaal iets te betekenen heeft ook. Wie durft beweren dat "Inception te complex is" hoeft aan deze Mr. Nobody niet te beginnen: het is een gelijkaardige manier van film kijken, ookal verschillen de films verder op zowat elk vlak.

Er wordt goed geacteerd, de cinematografie is bijzonder knap en de soundtrack is fenomenaal. Maar dat zijn zaken waar ik in het geval van Mr. Nobody niet echt over wil uitbreiden. Want hoewel het op elk vlak een zeer knappe film is, is dat niet de reden waarom ik er zo intens van genoten heb. Cinema als medium is op zijn sterkst wanneer het een introspectieve kijk biedt en bijna persoonlijk lijkt te worden, en zo heb ik geen film meer gezien sinds... Where the Wild Things Are? Al is dit nog van een heel ander kaliber. Uiteindelijk is er ook sinds Inception geen film meer geweest die zo bij me is blijven rondspoken, al was dat bij Nolans film alleen maar in verband met het verhaal. Ach, het zal wel duidelijk zijn: ik ben onder de indruk van Mr. Nobody. Ik zou er nog een hele tijd over kunnen doorgaan, maar ik rond af om niet in herhaling te vallen en het enthousiasme binnen de recensie niet te laten uitdoven. Die 37 miljoen euro zullen ze nooit terugverdienen, maar Mr. Nobody was elke cent waard.


Mijn excuses voor de meest nerdy videogame-referentie quotering die deze blog dusver kent, maar ik wou absoluut geen oranje vis onder deze recensie plaatsen. Voor de duidelijkheid: dat is dus zonder twijfel een 5/5.

2 januari 2011

Devil (2010)

De dochter van de demonische vrouw in Drag me to Hell, een goedkopere versie van Samuel L. Jackson, een oude vrouw die dwangmatig steelt, Joseph Gordon-Levitt's beste vriend in (500) Days of Summer en een louche mechanicus stappen een lift in. Alles gaat goed (zover een drukke liftcabine goed kàn gaan) wanneer de lift stilvalt. Geen bijster interessante film, denkt u, maar er is meer. Eén van deze vijf personages is namelijk Lucifer, Beëlzebub, Dracula, El Diablo, Satan, jawel: de duivel hemzelve! Daarmee weet je vanzelf al dat je geen grootse cinema moet verwachten, maar toch: is dit redelijk interessante uitgangspunt voldoende om de rit interessant te houden, of liet deze helse whodunnit ons toch maar koud?

Wie mij een beetje kent weet dat ik van de naam M. Night Shyamalan altijd enthousiast word. Shyamalan-films zijn nu eenmaal "like a box of chocolats" wanneer je suikerziekte hebt: goede films heeft die man nooit echt afgeleverd (Unbreakable heeft mij nooit iets gedaan en The Sixth Sense bleek grotendeels plagiaat). Maar ik geef hem op basis van de wonderbaarlijke hilariteit die The Happening is toch nog minstens vijf films krediet. Zijn eerste kans wist hij finaal te verprutsen met het afschuwelijke The Last Airbender, en zijn tweede kans... wel, dat zou in principe deze Devil moeten zijn. Maar van een Shyamalan kunnen we niet echt spreken. Vooraf werd gezegd dat de zogenaamde Night Chronicles-trilogie (hoe dik kan een nek überhaupt worden?) opgezet zou worden uit Shyamalan-scripts, die door andere regisseurs gedraaid zouden worden. Niets van dat: het scenario werd geschreven door Brian Nelson (die eerder met Hard Candy al een gelijkaardig "een aantal mensen in een kleine ruimte" script schreef) en Shyamalan wordt enkele genoemd als schrijver van het verhaal. In principe is dit dus een film waar Shyamalan andere filmmakers bij zich nam, en zei "maak eens een film zoals Tien Kleine Negertjes, maar dan in een lift met de duivel". Meer dan dat heb je niet nodig om de epische bewoording "The Night Chronicles" te verdienen.

Devil komt door zijn beperkte scope en korte speelduur (ongeveer een uur en een kwartier) over als een aflevering van een Twilight Zone-achtige serie. Er worden vijf platte personages in een specifieke situatie gedropt, enige thematiek of personageontwikkeling moet je daar niet in verwachten. Devil draait puur om de rit: hoeveel fun heb je met het volgen van deze situatie? En in dat opzicht is het één van de beste films waar Shyamalan zijn naam al mee heeft besmeurd.

Belangrijk bij een whodunnit is natuurlijk de ontknoping. Gezien Shyamalan's reputatie zoekt iedereen vanaf het begin naar de twist (wat in een film als The Village voor een bijzonder pijnlijke tegenvaller kan zorgen), en het is aangenaam om nog eens écht verrast te worden. Jawel, ik zag em totaal niet aankomen! Natuurlijk heb je tegenwoordig altijd mensen die zullen zeggen dat ze het wisten: in een film als Shutter Island kan dat natuurlijk, maar iemand die beweert dat hij van begin tot eind wist wie de duivel is verdient een klap in het gezicht.

Ik las achteraf pas op IMDB dat Shyamalan het scenario niet geschreven heeft, en dat heeft mij effectief verrast. Vooral omdat het er echt alle schijn van heeft dat dit scenario uit de pen van deze ex-nachtwinkeluitbater geperst werd. Zo is er een bepaald plotpunt dat zo volkomen hilarisch is dat het probleemloos binnen The Happening had gepast. Onder de crew die de beelden van de beveiligingscamera observeert zit een hypergelovige Mexicaan. Op een bepaald ogenblik is hij er van overtuigd dat één van de vijf personen de duivel is, maar hoe kan je andere mensen overtuigen van zo'n lastige zaak? "When he's near, everything goes wrong", zegt hij, waarop hij een boterham met confituur de lucht in gooit. De boterham landt met de besmeerde kant naar beneden: de duivel is aanwezig! Of gewoon compleet ridicule dialogen, zoals de politieagent die de vijf liftgevangenen gerust probeert te stellen: "You won't have to keep up with this much longer, we have the building surrounded by police".

Qua regie is het behoorlijk secuur, met een aantal schoonheidsfoutjes. De film beginnen met een omgekeerde skyline is belachelijk en de sterftes binnen de lift zijn niet echt geïnspireerd. Maar toch weten John Erick Dowdle en zijn broer een zekere spanning te creëren. Atmosferisch zit de film zeer goed, vooral tijdens de scènes die zich in de lift afspelen. Het is slechts wanneer we buiten die kleine ruimte treden dat Devil een beetje van zijn glans verliest.

Want niet alleen zijn die scènes minder interessant om volgen, maar er wordt ons ook een hoop zinloos subplot opgedwongen. Een wel heel domme bewaker die zichzelf elektrocuteert, het verleden van een resercheur, ... Devil heeft het allemaal niet nodig. Het lijkt vooral opvulling om een min of meer acceptabele speelduur te bereiken. Dus in principe is Devil te dun gesmeerd om echt over een goede film te kunnen spreken. Het materiaal biedt drie kwartier lang dikke fun, maar er zit wat afval tussen dat wat afbreuk doet aan de film en het tempo soms een beetje doet stotteren. Devil is absoluut niets hoogstaands en je kan met gemak flinke gaten in de dunne (maar amusante) premisse prikken. Maar de amusementswaarde ligt vrij hoog en - ik blijf erbij - het einde is gewoon gigantisch tof. Kom maar op met die tweede Night Chronicles.

1 januari 2011

Scott Pilgrim vs. The World (2010)

Goed, ik ben een beetje een geek. Nu ook weer niet zo'n sociaal gehandicapte puistenkop met een bokaalbril op zijn neus, maar gezien mijn voorliefde voor retro-videogames, progrock (de meest nerdy aller muziekstijlen), sciencefiction én mijn internetverslaving kan ik het nu niet bepaald ontkennen. Lotgenoten (ruw geschat twintigers die met Nintendo opgegroeid zijn) zullen zich bijzonder sterk met Scott Pilgrim vs. The World kunnen vermaken. De film zit vol met verwijzingen naar oude games en films en speelt zich zelfs af als een game: Scott moet de zeven exen (als het ware levels in een game) van zijn nieuwe vriendin verslaan. Dat is een nogal plat uitgangspunt, toegegeven, maar dat moet daarom nog niet negatief zijn.

Er wordt nogal vaak gezegd dat Scott Pilgrim puur draait om de stijl, en dat daaronder niets te beleven valt. Dat is een flinke overdrijving; met wat goede wil kan je in Scott Pilgrim een coming-of-age zien. Als visualisering van de hele zogenaamde slacker-generatie (ik steek spontaan mijn hand omhoog) beslist Scott aan het einde van de film wat hij met zijn leven wil aanvangen - iets ambitieuzer dan het bereikte 'leef in het moment' hadden we niet verwacht - en leert hij wat dingen over liefde, zelfrespect en al die andere basiszaken. Iets interessants? Maar neen, natuurlijk niet. Maar het is wel 'iets', en dat iets wordt bijzonder mooi verpakt.

Want het is wel degelijk een stijl boven inhoud film, en wie durft daar in deze tijden nog over klagen? Avatar was verdomme een flink spektakel, en zelfs de Avatar-haters zullen zich met pakweg The Untouchables flink vermaakt hebben. Soms moet je een film gewoon beleven zonder er te veel bij na te denken, en in dat opzicht is Scott Pilgrim vs. The World meer dan geslaagd.

Het kostte de film ongeveer vijftien seconden om mij te doen zwichten. Eerst is er een shot van een gepixeliseerd Universal-logo, compleet met een 8-bit variant op de welgekende muziek. Ik moest al meteen glimlachen. We krijgen een korte opzet van het hoofdpersonage, waarna de camera Star Wars-achtig naar beneden beweegt, onder de tonen van The Legend of Zelda: A Link to the Past. Tja, vanaf dat moment ben ik compleet verkocht. Op die twee referenties alleen al had ik wel een kwartier kunnen teren, maar er zit zoveel meer in deze film. Persoonlijke favoriet: Scott's band noemt 'The Sex Bob-Ombs', een geniale samensmelting waar mijn muziek- en mijn Mario-hart sneller van begint te kloppen, ongeacht mijn gigantische hekel aan 'The Sex Pistols'. En ook de filmgeeks worden niet vergeten, zo zijn er referenties naar pakweg Seinfeld, Eternal Sunshine of the Spotless Mind en The Big Lebowski. "It's a league game".

Nuja, dat is niet zozeer stijl als een Where's Waldo-filmervaring. Maar ook de effectieve stijl van de film is om in te kaderen. Regisseur Edgar Wright (van het geweldige Shaun of the Dead en het nog geweldigere Hot Fuzz) toont zich wederom als een pracht van een filmmaker. Net als bij zijn persiflages ligt het tempo zeer hoog en is er geen moment om je te vervelen, en door de spitsvondige dialogen (Wright heeft ook weer aan het screenplay geholpen) stoort dat tempo ook niet. Gezien de plot in principe uit zeven opeenvolgende gevechten bestaat had de film enorm repetitief kunnen worden, maar er zit genoeg variatie binnen het geheel om dat probleem compleet te omzeilen. Eén van de gevechten is bijvoorbeeld tegen een veganist die over Saiyan-krachten (kent uw Dragon Ball Z) beschikt, maar misleid wordt tot het drinken van melk, waarna de "Vegan-police" zijn krachten komt wegnemen. Dat is zo bizar dat het eigenlijk niet zou mogen werken, maar toch ga je er in mee. Verder bevestigt Wright gewoon het meesterschap dat we in zijn vorige films al zagen: zijn scènes steken gewoon zeer goed in elkaar, en in Scott Pilgrim valt het vooral op hoe goed hij zijn shots samenstelt. Het ideale voorbeeld om zijn kunde aan te tonen: de gevechtscènes in deze film (en dat zijn er een hoop, want dit is in feite ongeveer een Jackie Chan-film) zijn gewoonweg van op een genietbare afstand gefilmd én aan een toepasselijk tempo in elkaar gemonteerd. Daar kan zowat elke actiefilm van de laatste tien jaar een flink punt aan zuigen.

Nog zoiets wat opmerkelijk goed is in deze film: de speciale effecten. De Street Fighter-eske gevechten zijn natuurlijk één ding, met vliegende projectielen en lichtzwaarden overal, maar ook doorheen de film wordt de stijl van het stripboek ("graphic novel", mijn gat!) perfect gehanteerd. Van de prachtige oldskool Batman-achtige "KAPOW"s die luchtig in het rond gestrooid worden tot de mozaïek-shots: alles werkt perfect. Visueel is de film gewoon af, en ook de muziek is fenomenaal met hopen alternatieve rock, punkrock en weer doorspekt met een gigantische hoeveelheid referenties. Je had van Scott Pilgrim vs. The World onmogelijk meer kunnen verwachten. De film hanteert een aantal keer zelfs een animatie-stijl zonder in een treinramp als Revolver uit te draaien; die Edgar Wright weet donders goed waar hij mee bezig is.

Nog zo'n frequent kritiekpunt is Michael Cera: ja, hij speelt altijd hetzelfde personage en staat weer op zijn meest Michael Cera te spelen, dat klopt. De "cool kid" en "vrouwenverslinder" status die je uit de dialogen opmaakt zien we echt niet bij hem terug, want hij is nog altijd dezelfde vreemde, stille jongen die hij in Arrested Development was. Maar uiteindelijk heb ik mij daar niet aan gestoord: Cera draagt de film verrassend goed en ik vond hem enigszins charismatisch, hoe gek dat ook moge klinken. Hij is misschien wel weer diezelfde sukkel uit Juno en Superbad, maar die sukkel past misschien wel beter binnen Scott Pilgrim dan de befaamde vrouwenverslinder zou zijn. En Michael Cera doet nochtans zo hard zijn best. Hij zegt als Canadees personage zelfs één keer het befaamde stopwoordje, in de zin "So this is a date, eh?". Fargo is er niets tegen.

En de rest van de cast is gewoonweg foutloos, zowel in keuze als in uitvoering. Mary Elizabeth Winstead als nerdchick? Wees maar zeker. Anna Kendrick als liefhebbende zus? Foutloos. Anna Kendrick als liefhebbende jongere zus? Errrr, ok, dat wringt een beetje. We zien zelfs oude Arrested Development bekende Mae Whitman (zij?) terug als één van de zeven ex-vriendjes (je leest het juist). Maar binnen deze geweldige cast zijn er twee acteurs die met de film gaan lopen. Kieran Culkin, broer van Home Alone-schreeuwlelijk Macaulay Culkin, schittert als hilarisch droge, homofiele kamergenoot van Scott. En ongeveer-debutant Ellen Wong steelt zowat elke scène waarin ze zit als Knives Chau, Scott's zeventienjarige Aziatische vriendin met wie hij het vergeet uit te maken wanneer hij zijn nieuwe vlam ontmoet. Ze weet naast de onoverkomelijke schattigheid (ze speelt nu eenmaal een jong, Aziatisch schoolmeisje) ook meer in haar rol te steken, een rol die heel makkelijk gereduceerd had kunnen worden tot een plat, eendimensionaal iemand.

Het moge duidelijk zijn: Scott Pilgrim vs. The World is een geweldig frisse film. De visuele aanpak weet de manier waarop strips (op serieuze, duistere strips als Watchmen na) verfilmd worden te herdefiniëren. Het vliegt voorbij, staat vol van de immens leuke details en is een genot om naar te kijken. Jammer dat deze hoogst originele film geen winst wist te boeken, maar artistiek gezien is het ongetwijfeld een succes.


En het lijkt mij meer dan waarschijnlijk dat dat cijfer tijdens één van de volgende kijkbeurten (die ongetwijfeld zullen volgen) nog met een halfje zal stijgen.

31 december 2010

Frits en Freddy (2010)

De meest zelfzekere Vlaamse film in zeer lange tijd, zoveel is zeker. Doordat producenten Mark Punt en Guy Goossens gedeeltelijk zelf voor de financiering van Frits en Freddy zorgden moeten ze nu maarliefst 350.000 (!!!) bezoekers lokken om nog maar uit de schulden te komen. Gezien de Vlaamse film het tegenwoordig zéér goed doet, de propaganda voor deze film enorm was en de mond-aan-mond zijn werk goed doet (de zaal waar ik was zat overvol, en dat op een donderdag) is dat geen onmogelijke opdracht, maar toch op zijn minst dapper. En daar sta ik dan als nietsbetekendende internetrecensent, klaar om een finaal oordeel uit te spreken. En... hoe zou ik het überhaupt over mijn hart kunnen krijgen deze film af te raden? Frits en Freddy is een straatartiest die slechts een handvol van je kleingeld vraagt, en in ruil bieden ze echt wel degelijk entertainment.

Geschreven door Mark Punt en geregisseerd door Guy Goossens. Dit duo bracht ons eerder de volprezen serie Matroesjka's, dus je weet al dat het om te lachen is. Ditmaal geen Russische prostituees of oerdegelijk geweld tegen vrouwen, maar een onvervalste 'Fargo met een hoek af'. Kidnappers en gekidnapte bekokstoven samen een plan, waarna vanalles misloopt. Allesbehalve origineel, natuurlijk, maar uiteindelijk werkt dit uitgangspunt (inmiddels al behoorlijk cliché) verrassend goed.

Al is er nog wel wat meer te beleven dan enkel dat, natuurlijk. Frits en Freddy zijn twee broers die bijbels verkopen en ook al eens iemand durven overvallen. Wanneer ze bij Wim Opbrouck binnen- en buitenwandelen (op zoek naar zijn zwart geld) binden ze hem vast. Maar de antihelden hebben de pech dat Opbrouck een maffiabaas (of iets in die trend) is, dus hij gaat bij hen op bezoekt en blaast de auto van de broers hun moemoe op. Waarop zij dan weer zijn vrouw kidnappen en naar de Ardennen trekken. Onderweg kidnappen ze per ongeluk ook nog een politieagent en een liftster, want zo'n dingen gebeuren nu eenmaal. Ondertussen is er natuurlijk heel wat te doen rond allerhande zaken, zoals daar zijn losgeld (oké, een mix van Fargo en The Big Lebowski is misschien een meer gepaste omschrijving), de camionette van de buren en de Freddy die 'ne gevaarlijke zot' is.

In ware Woestijnvis-stijl (ookal heeft dat productiehuis hier niets mee te maken; we zien toch grotendeels dezelfde gezichten) is Frits en Freddy een bijzonder amusant kijkstuk met meerdere grappen waarvan je hardop zal moeten lachen. Het verschil tussen takken en wortels, een chihuahua verpletteren onder een staande klok, ... het zijn allemaal bijzonder geslaagde gags. Maar het beste aan de film is ongetwijfeld de interactie tussen de broers Frits en Freddy. Door de compleet perfect op elkaar ingespeelde Peter van den Begin en vooral Tom van Dyck (de beste Vlaamse comedy-acteur, met gemak) valt er altijd wel iets te lachen. Er zit duidelijk zoveel speelplezier binnen die twee personages dat je gewoon geen hekel aan deze film kan hebben, daar is het allemaal veel te plezant voor.

En ook de rest van de cast wordt aangevuld met sterke rollen. De altijd even droge Frank 'vuilen absjaar' Aendenboom, de jammerende Lukas van den Eynde, een charismatische Tania Kloek, brulaap Wim Opbrouck, etc. etc. Een verzameling grote Vlaamse acteurs die allemaal sterk staan te spelen. En dan is er nog Erika van Tielen: schoon snoetje en allerminst onaardig om naar te kijken, maar dat acteren gaat haar toch niet goed af. Toegegeven, het is haar debuut en ze staat tussen gevestigde waarden, maar ze verbleekt er toch compleet naast. Ze zou er goed aan doen eerst wat ervaring op te bouwen bij enkele TV-programma's, want ze is duidelijk nog veel te groen achter de oren om met de echte acteurs mee te spelen, ookal is het maar een kleine rol. Maar het is zeker niet zo storend dat het je uit de film zal halen, want als dat wel het geval is moet je jezelf maar eens tegen het hoofd slaan om je eraan te herinneren dat je naar Erika van Tielen zit te kijken: acteren komt op de tweede plaats.

En hoogstaande cinema is dit natuurlijk niet. De ontknoping zie je van kilometers ver afkomen en enige spanning zit er hoegenaamd niet in. Frits en Freddy is er puur om je ermee te amuseren, en slaagt daar sterker in dan veel grote producties die van over de grens komen. Eén van de meest amusante én grappigste films dit jaar, dus trommel maar snel 350.000 vrienden op en ga dit zien!


Wat ook opviel was dat het geluid in mijn bioscoop bijzonder zwak stond. Geen idee of dat aan de geluidsband of de cinema lag, maar het stoorde wel.

29 november 2010

It Came from the West (2007)

Wanneer je als Deense filmmaker een kortfilm in elkaar wil flansen heb je een origineel idee nodig om een publiek aan te trekken. Beginnen doe je met zombies: iedereen houdt nu eenmaal van zombies, daar kan je weinig fout mee doen. Vervolgens wil je een originele setting: het wilde Westen van cowboys en indianen past perfect. Een zombiewestern is een prima onderwerp om een aangename kortfilm over te maken, maar zoiets kost nu eenmaal centen. Je moet grote western-sets bouwen, je acteurs aankleden, zombies schminken, etc. etc. Op zo'n momenten komen de échte genieën met inspiratie, en zo ook Tor Fruergaard: niet alleen vond hij een manier om de kosten te besparen, maar ook om zijn kortfilm nog origineler te maken: It Came from the West is namelijk een poppenfilm.

En meer moet je niet weten: als je nu nog niet héél veel zin hebt gekregen om deze kortfilm op te zoeken is er iets mis met je. En je zal niet teleurgesteld worden, want naast het hoogst originele uitgangspunt is de uitwerking hier ook van een hoog niveau. De film vliegt met zijn 17 minuten belachelijk snel voorbij, door een hoog tempo aan te houden en over genoeg originele ideeën te beschikken zodat er geen zinloze schermvulling nodig is. Een naakte zombiepop wordt met dynamiet bestookt, enkele poppen worden in brand gestoken én er komt een door stoom aangedreven kettingzaag met ingebouwd kanon kijken. Er zit genoeg schwung in het script om fris te blijven en het fun-niveau doet denken aan klassiekers als Evil Dead II of Braindead. En dan is er nog het typische poppen-effect: een cowboy-handpop moet nog maar via de klapdeuren het saloon binnenlopen of het is al geweldig amusant, door de wilde bewegingen en de twee stokjes die de armen bedienen. Het design van de poppen is geweldig (elke wijziging qua gezichtsuitdrukking is een grijns waard), de muziek is heerlijk authentiek en het hele stijltje is eigenlijk simpelweg perfect. Het had in principe vooral langer mogen zijn dan de 17 minuten dat het nu duurt, maar je merkt gewoon dat de film met deze lengte enorm veel tijd en werk gekost heeft. Een magistrale kortfilm.