Posts tonen met het label Terry Gilliam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terry Gilliam. Alle posts tonen
12 september 2010
The Brothers Grimm (2005)
Na Fear and Loathing in Las Vegas probeerde Terry Gilliam het verhaal van Don Quixote te verfilmen, maar door veel problemen met de gezondheid van de hoofdrolspeler, het weer en de onvermijdelijke financiën werd dat project uiteindelijk geannuleerd (het hele verhaal wordt zeer goed weergegeven in de documentaire Lost in La Mancha). Dat project werd overigens recent nieuw leven ingeblazen, maar toen Warner Brothers bekendmaakte dat ze hun eigen, blockbuster versie van Don Quixote wouden maken werd de financiering opnieuw een probleem. Het zit hem toch echt nooit mee, die Gilliam.Maar door het falen van zijn eigen The Man Who Killed Don Quixote kreeg Gilliam steun langs alle kanten. Door het collectieve medelijden genoot hij weer een flinke status, en het imago van lastpost die drukke films maakt leek te vervagen. Hij werkte zijn eerste film in acht jaar af en het lijkt bijna onvermijdelijk: plots is Gilliam weer het buitenbeentje dat hij altijd al geweest is. Tijdens de productie waren er stevige problemen met producers Bob en
Harvey Weinstein en uiteindelijk waren noch zij, noch Gilliam 100% tevreden met de film. De Amerikaanse pers is nooit gecharmeerd geweest door Gilliams films, en bijgevolg konden ze hun ongenoegen botvieren: The Brothers Grimm werd volledig afgemaakt door de critici. "Mooie beelden, maar een verwaarloosd verhaal" bleek het algemene consensus, kritiek die al eerder onterecht over Gilliams films uitgesproken werd. Dat de prent visueel in orde is spreekt voor zich: de film is natuurlijk weer bijzonder creatief, van camerawerk tot visuele effecten en omkadering. The Brothers Grimm overtuigt op visueel vlak, dat volgepropt zit met ideeën zoals rondlopende bossen en een honderden jaren oude, bijna gecomposteerde Rapunzel. Enig nadeel is wel dat de CGI absoluut niet op punt staat en de ideeën daardoor niet altijd even sterk weten te overtuigen.Maar dat de film een narratieve rommel zou zijn is dan weer bijzonder dubieuze commentaar. Neen, niet alles in de film is erg gladgestreken en er zitten heel wat ruwe kanten aan, maar dat is nog niet rommelig. De narratieve structuur is niet zozeer lastig om te volgen: we zijn het gewoon niet gewoon om het verhaal - in dit soort film - zo lang te blijven volgen. Het grootste probleem is waarschijnlijk de gewenning aan de blockbuster, die dezer tijden veel dommer is dan vroeger. Tegenwoordig moeten dit soort films achtbanen zijn: even opgetakeld worden aan het begin om daarna van hoogtepunt
naar hoogtepunt te glijden. Dat is The Brothers Grimm hoegenaamd niet. Het is in deze tijd een gedurfde zet van Gilliam (waar hij dus ook voor afgestraft is geweest), maar niet alle pionnen worden al in de eerste akte klaargezet. De uiteindelijke schurk en hun motivatie worden bijvoorbeeld pas rond het middelpunt geïntroduceerd, iets waarmee in Amerika duidelijk niet gelachen wordt. In de gebruikelijke moderne blockbuster-structuur wordt er van je verwacht dat je na de eerste akte geen aandacht meer besteedt aan het plot, maar alleen nog maar naar de opeenvolging van glimmende setpieces kijkt. Tegenwoordig is het een trend om dit te verschuilen door een betekenisloze twist aan het einde te plaatsen, maar bij The Brothers Grimm wordt het plot effectief verdeeld over de drie aktes, waarmee duidelijk teveel van de kijker gevraagd wordt.Maar ondanks dat ik het absoluut niet met dat kritiekpunt eens ben, is dit wel één van Gilliams zwakkere films. Er zitten heel wat elementen in de film die absoluut niet werken. Zo is de finale van de film nogal saai en verwatert het plot daar in gratuite actiescènes en een magere suspense. Ook de cast is nogal wisselvallig: Heath Ledger en Matt Damon zijn degelijk en weten vooral in hun plezierig samenspel te overtuigen, en Lena Headey weet zich te redden in haar vrij platte rol. Maar Jonathan Pyrce en vooral Peter Stormare staan zo overdreven, belachelijk en zelfs frustrerend te acteren
dat ze bij momenten het plezier van Ledger en Damon weten te neutraliseren. Maar het sterkste minpunt is misschien nog wel de typische Gilliam thematiek, die nagenoeg volledig afwezig lijkt te zijn. Heath ledger is een romanticus die gelooft in sprookjes, waar Matt Damon een realist is die ze als onzin bestempelt: uiteindelijk weet het Ledger personage zich daarmee te verweren tegen de magie die blijkt te bestaan. Maar dat is een wel heel magere "fantasie vs. realiteit" boodschap, zeker in vergelijking met zijn ouder werk. In feite vertelt Gilliam hier een simpel verhaal over sprookjes, zonder daar meer mee te doen, en dat is jammer. In vergelijking met de vele platte blockbusters is deze iets intelligenter, maar binnen Gilliams repertoire is The Brothers Grimm toch vooral een weinig betekenende, zielloze film. Maar zeker en vast niet "lastig te volgen".
10 september 2010
The Fisher King (1991)
Gilliam had met The Fisher King iets te bewijzen. Na het (voornamelijk door toedoen van de studio) floppen van The Adventures of Baron Munchausen moest hij met deze The Fisher King weer proberen in de publieke gratie te vallen, en daar heeft Gilliam zich wel degelijk voor aangepast. Hij regisseert hier een script waar hij zelf niet aan meegeschreven heeft, houdt zijn budget binnen de perken, haalt voor een keer de gestelde deadline én houdt zijn Monty Python vrienden voor de eerste keer uit zijn film. Gilliam heeft zichzelf hier geforceerd, dat is zeker. Maar toch, ondanks dit alles, is dit weer een typisch Gilliam-werk: hij kan het dus ook zonder al die problemen en ruzies zijdens de productie!En dat dit een typische Gilliam is geworden is ergens wel vreemd, aangezien hij absoluut niet bij het schrijfproces betrokken was. Nochtans is dit script - van de hand van Richard Lagravenese - op vele punten vergelijkbaar met zijn eerdere films tot op dat moment. Het contrast tussen fantasie en realiteit, lagen in de maatschappij en schuld en vergeving staan centraal, net als in Munchausen en Brazil. Vooral dat laatste is interessant, want waar zijn eerdere films al eens oppervlakkig raakten aan boetedoening is het hier constant hét hoofdthema. Jeff Bridges speelt een shockradio-presentator (à la Howard Stern) die op een dag losbarst in een
tirade tegen de chiquere klasse van de bevolking. De beller aan wie deze boodschap geuit werd blijkt een psychopaat te zijn en nodigt zichzelf later die avond uit op een feest, waar hij met een shotgun lelijk huis houdt. Bridges' carrière en mentale gezondheid verschrompelen. Enkele jaren later ontmoet hij Robin Williams, die op dat feest aanwezig bleek te zijn. Zijn vrouw was die avond één van de slachtoffers en werd door dezelfde gek die Bridges gelanceerd had neergeschoten, waarna Williams nogal gestoord en volledig in zijn eigen wereldje achterbleef. Bridges probeert gedurende de rest van de film Williams te helpen om zijn misplaatst schuldgevoel weg te werken. Maar het is pas achteraf, wanneer zijn motieven om Williams te helpen minder schijnheilig worden, dat hij verlossing vindt. En nogmaals: Gilliam heeft hier niet aan meegeschreven, de ironie dat deze film over schuld en vergelding er komt na de grote problemen rond Munchausen is puur toeval.In zijn radioprogramma lacht Bridges met de problemen van andere mensen: het plebs en hun bijkomende problemen belachelijk maken is zijn job, en hij heeft er duidelijk plezier in. Maar nadat hij van zijn troon valt bevindt hij zich plots in die sociale groep waar hij nooit van moest weten. Het verhaal van een man die zich schikte naar de verwachtingen van de maatschappij, die vervolgens terechtkomt tussen individuen die de betekenis van dat woord nauwelijks nog begrijpen. Williams' personage leeft in zijn eigen wereld en het kan hem niks schelen dat hij buiten de gebruikelijke
conventies valt. En ook in dat opzicht evolueert Bridges, en het mag niemand verbazen dat vooraleer de credits passeren hij zijn scrupules heeft laten varen en zich kan schikken in een uniekere levenswijze. Zot zijn doet geen zeer in Gilliams films, integendeel: het zijn de "normalen" die de vele geneugtes mislopen. Williams' eigen kijk op de wereld is speciaal, uniek en kleurrijk, waar de conventionelere Bridges vastgeroest zit in het saaie, voorgekauwde wereldbeeld dat je langs alle kanten wordt opgedrongen door de massa. Het is een steeds terugkerend concept binnen Gilliams films, maar verbeelding is iets moois, zelfs wanneer het zo oncontroleerbaar is als bij Williams.Dusver is dit de enige keer dat Terry Gilliam die ode aan de verbeelding op zo een sobere manier brengt. Nuja, sober is een relatief begrip natuurlijk: alles wordt wederom vanuit vreemde perspectieven en hoeken gefilmd en in vergelijking met de meeste grote regisseurs is de cinematografie van The Fisher King nog steeds iets speciaals. Maar nooit krijgt de fantasie de bovenhand en de film neemt voor het grootste deel plaats in de realiteit. Er is één groot effect - een monsterlijke ridder die Williams' verleden symboliseert - en daar houdt het ongeveer op. Gilliam gaat deze keer veel subtieler (wederom zo'n relatieve term) te werk, en drukt de creativiteit van de film
uit in cameravoering, belichting en woorden. Daarmee voelt The Fisher King veel minder vol (en vooral: minder vermoeiend) aan dan de rest van Gilliams repertoire, en hoewel de film gerust een klein half uur korter had gemogen is dit misschien wel de rustigste, meest ontspannen zit die je tijdens een Gilliam-film kan beleven. Tot slot een woord over de twee hoofdrolspelers, die beide fenomenaal zijn. Robin Williams is even druk en energiek als in het gros van zijn films (zijn latere werken als Insomnia of World's Greatest Dad niet meegeteld), maar binnen dit personage past het voor een keer en hij weet zijn personage ondanks zijn drukte ook nederigheid en een hart mee te geven. Jeff Bridges op zijn beurt toont geen enkele foute noot doorheen de film, zorgt voor een handvol sterke scènes en draagt de hele film met tekenend gemak: een wereldprestatie. Zonder deze twee heren had The Fisher King zijn goede bedoelingen waarschijnlijk niet kunnen waarmaken, maar zoals het er uiteindelijk voor staat is dit Gilliams mooiste film.
9 augustus 2010
Brazil (1985)
Toen Brazil voor het eerst aan een testpubliek werd voorgesteld was het verdict hard: te ingewikkeld en deprimerend voor het grote publiek. Universal Studios begon in de film te knippen en plakte er een happy ending aan vast: Terry Gilliam was not amused. Hij forceerde de studio om zijn versie uit te brengen; ondermeer door geheime pers-screenings te organiseren en een grote advertentie in Variety te plaatsen waarin hij Sid Sheinberg - voorzitter van Universal - vriendelijk verzocht om de film toch maar eens uit te brengen. Op basis van deze geheime screenings ontving de film bijzonder veel lof en werd Brazil door meerdere vennootschappen uitgeroepen tot de beste film van het jaar. De nieuwe versie werd toen maar in de diepvries geparkeerd en Gilliams meesterwerk werd op het grote publiek losgelaten. 1-0 voor Gilliam, al zou die overwinning compleet weggeblazen worden door de problematiek rond The Adventures of Baron Munchausen.Brazil valt het best te omschrijven als een satire op 1984 zonder dictatoriale eenheid. De wereld wordt gecontroleerd door een oneindige hiërarchie van bureaucratie waar je formulieren moet invullen om andere formulieren te verkrijgen en en je een ontvangstbewijs krijgt wanneer de politie je echtgenoot arresteert. Maar de voorheen foutloze bureaucratische documentenstroom blijkt toch niet perfect te zijn wanneer er vrij letterlijk een "bug in the system" kruipt: een dood insect zorgt voor een printfout waardoor op een bepaald document niet de naam "Tuttle", maar wel "Buttle" verschijnt. De onschuldige Buttle wordt gearresteerd en vooraleer iemand de fout opmerkt
is Buttle al overleden en geschrapt uit de dossiers van gezondheid, financiën, mobiliteit, en ga zo nog maar even door. Sam Lowry maakt een weinig betekenend deel uit van deze "structuur" en moet de Buttle/Tuttle zaak op zien te lossen. Onderweg ziet hij letterlijk de vrouw van zijn dromen en richt hij zijn hele doen en laten nog maar op één ding: haar vinden. Want in die droomvrouw vinden we een vast Gilliam-thema: Lowry is ongelukkig met zijn gefaalde leven, maar vindt troost in zijn droomwereld. Lowry ziet zijn geluk binnen handbereik en lijkt bereid om alles in de saaie wereld op te geven voor slechts een poging om de vreugde die hij in zijn dromen kent te mogen beleven. Lowry neemt risico's om haar te vinden en haar vertrouwen en liefde te winnen, waardoor zijn leven heel wat meer kleur krijgt. Net als in Baron Munchausen en Time Bandits verheerlijkt Gilliam hier fantasie in de vorm van dromen, maar dan in het leven van een doodserieuze man van middelbare leeftijd.Lowry's droomvrouw wordt van terrorisme verdacht, maar of die dreiging wel zo reëel is krijgen we niet te zien. De aanslagen zouden gepleegd kunnen worden door terroristen, maar ook door de overheid zelf (dat angst gebruikt wordt om mensen te controleren weten we al langer) of misschien zijn het wel gewoon defecten in de mechanische warboel die de centrale verwarming is. We weten het niet en we kunnen het niet weten, maar alleen al dat die mogelijkheid bestaat is angstaanjagend. Mensen worden gefolterd om informatie te bekomen in de inmiddels al dertienjarige strijd tegen het onzichtbare terrorisme:
waar Gilliam zijn glazen bol gevonden heeft weet ik niet, maar de parallel met de huidige Amerikaanse maatschappij is - en dat zestien jaar voor de werkelijke katalysator in werking trad - onvermijdbaar. Brazil kent bijzonder veel van dit soort subplots die kritiek uiten op van alles en nog wat, maar stuk voor stuk tot denken aanzetten; de film duurt 140 minuten maar biedt genoeg materiaal om er minstens twee of drie keer zoveel tijd mee opgevuld te krijgen. Daarmee wordt de film er wel niet lichter op; zoals zoveel van Gilliams film is Brazil - zeker bij de eerste kijkbeurt - een uitputtingsslag die overdondert. Maar door de veelgelaagdheid wel uitnodigt om tot in het oneindige te herbekijken. Brazil is daarmee een ideale DVD-film, want zelden zal je zoveel nieuwigheden uit één film kunnen blijven halen, maar zal je bij momenten ook de nood voelen om even de pauzeknop te gebruiken.Het is nog niet evident dat zo'n knap script ook overgebracht wordt naar een onderhoudende film. De visuele stijl is natuurlijk weer niets minder dan briljant, waar Gilliam zijn onhoudbare creativiteit mag uiten in - willekeurige voorbeelden - een plastische chirurg die gezichten letterlijk uitrekt of een gevecht tussen Lowry en een metershoge samoerai. Brazil is een feest van overtuigende, maar geschifte praktische effecten; maar dat kan van zowat elke Gilliam film gezegd worden. Ook de cast laat nauwelijks een steek vallen: Jonathan Pyrce is overtuigend als het
sympathieke, onzekere hoofdpersonage en wordt omringd door gevestigde waarden als Ian Holm, Michael Palin en een bijzonder geestige Robert De Niro. De enige valse noot in de film is Kim Greist als de droomvrouw die - en ookal stoort het zelden écht - niet geweldig staat te acteren. De wereld van Brazil wordt heel erg precies opgebouwd: van de erg toffe themesong tot de indrukwekkende, claustrofobie-opwekkende sets zit de film altijd juist qua sfeer. Er valt nog heel veel te zeggen over Brazil, en dan vooral de verscheidene draden binnen het plot: slechts weinig films hebben het ooit aangedurfd om zoveel te zeggen binnen één verhaal, en het is al een overwinning op zich dat Brazil ondanks deze gigantische opgave geen onkijkbare chaos is geworden. Integendeel: dit is een gestructureerde en perfect te volgen chaos, en die contradictie zegt veel over het meesterwerk van een groot regisseur.
7 augustus 2010
The Adventures of Baron Munchausen (1988)
Tijdens het maken van Brazil vocht Terry Gilliam een stevige strijd uit tegen Universal. Die strijd werd door Gilliam gewonnen toen hij na veel gekibbel met de grote baas zijn eigen versie mocht uitbrengen en daarvoor overladen werd met prijzen, lof van de critici en - minstens even belangrijk - ook flink wat centen. Bijgevolg kreeg hij carte blanche voor zijn volgende project bij Columbia, maar die studio bleek geen betere keuze te zijn. Op een budget van 35 miljoen mocht hij de film maken en na een hoop problemen - het is en blijft een Terry Gilliam film - heeft hij zijn project uiteindelijk volledig kunnen afwerken. Ondertussen werd de grote baas van Columbia ontslagen, de studio verkocht en werd de film na een hoop financieel gekibbel niet voldoende ondersteund door de nieuwe voorzitters: ondanks de positieve recensies werd er geen reclame gemaakt en werd de film in bijzonder weinig zalen uitgebracht, een film die binnengehaald werd door de vorige top van Columbia mocht absoluut geen succes worden.Baron Munchausen is een entertainer: hij vertelt verhalen in een theater, verhalen over hoe hij naar de maan reist, Goden in een vulkaan ontmoet en ingeslikt wordt door een gigantische vis. In hoeverre hij de waarheid vertelt zullen we nooit weten, maar daar staat Munchausen - en u kan zelf de autobiografische parallel naar Gilliam meteen doortrekken - ook voor: vergeet de saaie logica en verdwijn in de magie en onverklaarbaarheid die fantasie is. Dat conflict tussen realiteit en verbeelding is zowat het paradepaardje van Gilliam geworden, en ook in The Adventures of Baron Munchausen wordt het escapisme tegengewerkt door
een nors, ééndimensionaal personage à la de schooldirecteur in een 80's studentenfilm (en wees maar zeker dat dat een grote middelvinger naar de filmmaatschappijen is). Aan het begin van de film wordt een soldaat tot bij deze man gebracht: hij heeft eigenhandig tien vijandige Turken vermoord én zes kanonnen vernietigd. "Liquideer hem", beveelt de schooldirecteur, "anders denkt het volk dat we dit gedrag aanmoedigen". Dit is een serieuze wereld waar niet buiten de lijntjes gekleurd mag worden, waar helden niet getolereerd worden en fantasie beperkt wordt tot iets zuiver lucratief. Zoals steeds in Gilliams films overwint uiteindelijk de fantasie, maar in de realiteit bracht de film nog geen kwart van het productiebudget op en werd Gilliams reputatie van ruziemaker niet weggespoeld, integendeel: het werd weer opnieuw onderstreept. Met wat meer geluk had Gilliam al lang dé toonaangevende fantasy-regisseur van de laatste decennia kunnen zijn, maar hij komt steeds weer zo'n schooldirecteur tegen.De film ging uiteindelijk weer flink over budget en kostte een voor die tijd duizelingwekkende 45 miljoen dollar. Maar van dat budget is elke cent op het scherm te zien: indrukwekkende speciale effecten en sets domineren op elk moment de film. Er zit geen shot in de film dat niet bruist van de originaliteit, of het nu de omgeving is of een klein detail in een hoekje. Gilliam werpt zijn ideeën op het doek en alles blijft plakken, The Adventures of Baron Munchausen is niets minder dan een visueel meesterwerk. Tussen
al die geweldige effecten lopen ook acteurs rond: John Neville zet een heerlijk charmante Munchausen neer (die erg doet denken aan de Burger King mascotte), Uma Thurman en Sarah Polley zetten hun eerste stapjes in de filmwereld overtuigend en de rest van de cast is opgebouwd uit zekerheden zoals Eric Idle en Robin Williams. Dit alles zorgt ervoor dat de film vol zit met geweldige scènes: de baron vliegt weg in een luchtballon gemaakt uit honderden vrouwenonderbroeken, een vulkaan stopt met werken terwijl de reuzen - die de vulkaan bedienen - onderhandelen met hun God over een beter loon, een Obelix/Jerom-figuur slingert drie schepen de lucht in, etc. Het zijn heel erg plezierige, memorabele momenten die stuk voor stuk iconisch hadden kunnen worden moest de film wat meer succes behaald hebben. Maar daarin schuilt ook de zwakte van Munchausens avonturen.De film is een opvolging van bijna losstaande stukjes en voelt zo ook aan. Het fragmentarisch karakter overstijgt de film, die soms op zichzelf geen degelijk uitgewerkte structuur lijkt te bevatten. Kort gezegd: het eerste bedrijf is te lang, het tweede mist motivatie en de finale probeert teveel ineens te doen. Gilliam heeft zijn creativiteit niet onder controle en lijkt de zelfkritiek om inhoud te schrappen te missen: als hij iets bedenkt dat opzichzelfstaand werkt gooit hij het de film in zonder aan de balans van het geheel te denken. The Adventures of Baron
Munchausen sleept daardoor bij momenten wel verder aan een traag tempo, wat een film die boordevol goede ideeën zit soms een beetje saai maakt. Doodzonde, want ookal is het een chaos: het is een chaos die opgebouwd wordt uit knappe en wonderbaarlijke elementen. Het is niet Gilliam's beste film, noch is het een absoluut meesterwerk: het is een plezierige film die heel erg veel biedt maar daar een beetje stuntelig mee omspringt. Dit is het type film dat ik als kind helemaal het einde zou gevonden hebben: een wondere wereld waarvan je meer wil zien zonder dat het basisplot je al te veel interesseert, maar de avonturen van Munchausen des te meer. Maar ondanks dat alles is The Adventures of Baron Munchausen toch wel een aanrader door de briljante wereld en effecten, zeker in een tijd waar schooldirecteurs meer macht dan ooit hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)