1 januari 2011
Scott Pilgrim vs. The World (2010)
Goed, ik ben een beetje een geek. Nu ook weer niet zo'n sociaal gehandicapte puistenkop met een bokaalbril op zijn neus, maar gezien mijn voorliefde voor retro-videogames, progrock (de meest nerdy aller muziekstijlen), sciencefiction én mijn internetverslaving kan ik het nu niet bepaald ontkennen. Lotgenoten (ruw geschat twintigers die met Nintendo opgegroeid zijn) zullen zich bijzonder sterk met Scott Pilgrim vs. The World kunnen vermaken. De film zit vol met verwijzingen naar oude games en films en speelt zich zelfs af als een game: Scott moet de zeven exen (als het ware levels in een game) van zijn nieuwe vriendin verslaan. Dat is een nogal plat uitgangspunt, toegegeven, maar dat moet daarom nog niet negatief zijn.Er wordt nogal vaak gezegd dat Scott Pilgrim puur draait om de stijl, en dat daaronder niets te beleven valt. Dat is een flinke overdrijving; met wat goede wil kan je in Scott Pilgrim een coming-of-age zien. Als visualisering van de hele zogenaamde slacker-generatie (ik steek spontaan mijn hand omhoog) beslist Scott aan het einde van de film wat hij met zijn leven wil aanvangen - iets ambitieuzer dan het bereikte 'leef in het moment' hadden we niet verwacht - en leert hij wat dingen over liefde, zelfrespect en al die andere basiszaken. Iets interessants? Maar neen, natuurlijk niet. Maar het is wel 'iets', en dat iets wordt bijzonder mooi verpakt.
Want het is wel degelijk een stijl boven inhoud film, en wie durft daar in deze tijden nog over klagen? Avatar was verdomme een flink spektakel, en zelfs de Avatar-haters zullen zich met pakweg The Untouchables flink vermaakt hebben. Soms moet je een film gewoon beleven zonder er te veel bij na te denken, en in dat opzicht is Scott Pilgrim vs. The World meer dan geslaagd.
Het kostte de film ongeveer vijftien seconden om mij te doen zwichten. Eerst is er een shot van een gepixeliseerd Universal-logo, compleet met een 8-bit variant op de welgekende muziek. Ik moest al meteen glimlachen. We krijgen een korte opzet van het hoofdpersonage, waarna de camera Star Wars-achtig naar beneden beweegt, onder de tonen van The Legend of Zelda: A Link to the Past. Tja, vanaf dat moment ben ik compleet verkocht. Op die twee referenties alleen al had ik wel een kwartier kunnen teren, maar er zit zoveel meer in deze film. Persoonlijke favoriet: Scott's band noemt 'The Sex Bob-Ombs', een geniale samensmelting waar mijn muziek- en mijn Mario-hart sneller van begint te kloppen, ongeacht mijn gigantische hekel aan 'The Sex Pistols'. En ook de filmgeeks worden niet vergeten, zo zijn er referenties naar pakweg Seinfeld, Eternal Sunshine of the Spotless Mind en The Big Lebowski. "It's a league game".
Nuja, dat is niet zozeer stijl als een Where's Waldo-filmervaring. Maar ook de effectieve stijl van de film is om in te kaderen. Regisseur Edgar Wright (van het geweldige Shaun of the Dead en het nog geweldigere Hot Fuzz) toont zich wederom als een pracht van een filmmaker. Net als bij zijn persiflages ligt het tempo zeer hoog en is er geen moment om je te vervelen, en door de spitsvondige dialogen (Wright heeft ook weer aan het screenplay geholpen) stoort dat tempo ook niet. Gezien de plot in principe uit zeven opeenvolgende gevechten bestaat had de film enorm repetitief kunnen worden, maar er zit genoeg variatie binnen het geheel om dat probleem compleet te omzeilen. Eén van de gevechten is bijvoorbeeld tegen een veganist die over Saiyan-krachten (kent uw Dragon Ball Z) beschikt, maar misleid wordt tot het drinken van melk, waarna de "Vegan-police" zijn krachten komt wegnemen. Dat is zo bizar dat het eigenlijk niet zou mogen werken, maar toch ga je er in mee. Verder bevestigt Wright gewoon het meesterschap dat we in zijn vorige films al zagen: zijn scènes steken gewoon zeer goed in elkaar, en in Scott Pilgrim valt het vooral op hoe goed hij zijn shots samenstelt. Het ideale voorbeeld om zijn kunde aan te tonen: de gevechtscènes in deze film (en dat zijn er een hoop, want dit is in feite ongeveer een Jackie Chan-film) zijn gewoonweg van op een genietbare afstand gefilmd én aan een toepasselijk tempo in elkaar gemonteerd. Daar kan zowat elke actiefilm van de laatste tien jaar een flink punt aan zuigen.
Nog zoiets wat opmerkelijk goed is in deze film: de speciale effecten. De Street Fighter-eske gevechten zijn natuurlijk één ding, met vliegende projectielen en lichtzwaarden overal, maar ook doorheen de film wordt de stijl van het stripboek ("graphic novel", mijn gat!) perfect gehanteerd. Van de prachtige oldskool Batman-achtige "KAPOW"s die luchtig in het rond gestrooid worden tot de mozaïek-shots: alles werkt perfect. Visueel is de film gewoon af, en ook de muziek is fenomenaal met hopen alternatieve rock, punkrock en weer doorspekt met een gigantische hoeveelheid referenties. Je had van Scott Pilgrim vs. The World onmogelijk meer kunnen verwachten. De film hanteert een aantal keer zelfs een animatie-stijl zonder in een treinramp als Revolver uit te draaien; die Edgar Wright weet donders goed waar hij mee bezig is.
Nog zo'n frequent kritiekpunt is Michael Cera: ja, hij speelt altijd hetzelfde personage en staat weer op zijn meest Michael Cera te spelen, dat klopt. De "cool kid" en "vrouwenverslinder" status die je uit de dialogen opmaakt zien we echt niet bij hem terug, want hij is nog altijd dezelfde vreemde, stille jongen die hij in Arrested Development was. Maar uiteindelijk heb ik mij daar niet aan gestoord: Cera draagt de film verrassend goed en ik vond hem enigszins charismatisch, hoe gek dat ook moge klinken. Hij is misschien wel weer diezelfde sukkel uit Juno en Superbad, maar die sukkel past misschien wel beter binnen Scott Pilgrim dan de befaamde vrouwenverslinder zou zijn. En Michael Cera doet nochtans zo hard zijn best. Hij zegt als Canadees personage zelfs één keer het befaamde stopwoordje, in de zin "So this is a date, eh?". Fargo is er niets tegen.
En de rest van de cast is gewoonweg foutloos, zowel in keuze als in uitvoering. Mary Elizabeth Winstead als nerdchick? Wees maar zeker. Anna Kendrick als liefhebbende zus? Foutloos. Anna Kendrick als liefhebbende jongere zus? Errrr, ok, dat wringt een beetje. We zien zelfs oude Arrested Development bekende Mae Whitman (zij?) terug als één van de zeven ex-vriendjes (je leest het juist). Maar binnen deze geweldige cast zijn er twee acteurs die met de film gaan lopen. Kieran Culkin, broer van Home Alone-schreeuwlelijk Macaulay Culkin, schittert als hilarisch droge, homofiele kamergenoot van Scott. En ongeveer-debutant Ellen Wong steelt zowat elke scène waarin ze zit als Knives Chau, Scott's zeventienjarige Aziatische vriendin met wie hij het vergeet uit te maken wanneer hij zijn nieuwe vlam ontmoet. Ze weet naast de onoverkomelijke schattigheid (ze speelt nu eenmaal een jong, Aziatisch schoolmeisje) ook meer in haar rol te steken, een rol die heel makkelijk gereduceerd had kunnen worden tot een plat, eendimensionaal iemand.
Het moge duidelijk zijn: Scott Pilgrim vs. The World is een geweldig frisse film. De visuele aanpak weet de manier waarop strips (op serieuze, duistere strips als Watchmen na) verfilmd worden te herdefiniëren. Het vliegt voorbij, staat vol van de immens leuke details en is een genot om naar te kijken. Jammer dat deze hoogst originele film geen winst wist te boeken, maar artistiek gezien is het ongetwijfeld een succes.

En het lijkt mij meer dan waarschijnlijk dat dat cijfer tijdens één van de volgende kijkbeurten (die ongetwijfeld zullen volgen) nog met een halfje zal stijgen.
31 december 2010
Frits en Freddy (2010)
De meest zelfzekere Vlaamse film in zeer lange tijd, zoveel is zeker. Doordat producenten Mark Punt en Guy Goossens gedeeltelijk zelf voor de financiering van Frits en Freddy zorgden moeten ze nu maarliefst 350.000 (!!!) bezoekers lokken om nog maar uit de schulden te komen. Gezien de Vlaamse film het tegenwoordig zéér goed doet, de propaganda voor deze film enorm was en de mond-aan-mond zijn werk goed doet (de zaal waar ik was zat overvol, en dat op een donderdag) is dat geen onmogelijke opdracht, maar toch op zijn minst dapper. En daar sta ik dan als nietsbetekendende internetrecensent, klaar om een finaal oordeel uit te spreken. En... hoe zou ik het überhaupt over mijn hart kunnen krijgen deze film af te raden? Frits en Freddy is een straatartiest die slechts een handvol van je kleingeld vraagt, en in ruil bieden ze echt wel degelijk entertainment.Geschreven door Mark Punt en geregisseerd door Guy Goossens. Dit duo bracht ons eerder de volprezen serie Matroesjka's, dus je weet al dat het om te lachen is. Ditmaal geen Russische prostituees of oerdegelijk geweld tegen vrouwen, maar een onvervalste 'Fargo met een hoek af'. Kidnappers en gekidnapte bekokstoven samen een plan, waarna vanalles misloopt. Allesbehalve origineel, natuurlijk, maar uiteindelijk werkt dit uitgangspunt (inmiddels al behoorlijk cliché) verrassend goed.
Al is er nog wel wat meer te beleven dan enkel dat, natuurlijk. Frits en Freddy zijn twee broers die bijbels verkopen en ook al eens iemand durven overvallen. Wanneer ze bij Wim Opbrouck binnen- en buitenwandelen (op zoek naar zijn zwart geld) binden ze hem vast. Maar de antihelden hebben de pech dat Opbrouck een maffiabaas (of iets in die trend) is, dus hij gaat bij hen op bezoekt en blaast de auto van de broers hun moemoe op. Waarop zij dan weer zijn vrouw kidnappen en naar de Ardennen trekken. Onderweg kidnappen ze per ongeluk ook nog een politieagent en een liftster, want zo'n dingen gebeuren nu eenmaal. Ondertussen is er natuurlijk heel wat te doen rond allerhande zaken, zoals daar zijn losgeld (oké, een mix van Fargo en The Big Lebowski is misschien een meer gepaste omschrijving), de camionette van de buren en de Freddy die 'ne gevaarlijke zot' is.
In ware Woestijnvis-stijl (ookal heeft dat productiehuis hier niets mee te maken; we zien toch grotendeels dezelfde gezichten) is Frits en Freddy een bijzonder amusant kijkstuk met meerdere grappen waarvan je hardop zal moeten lachen. Het verschil tussen takken en wortels, een chihuahua verpletteren onder een staande klok, ... het zijn allemaal bijzonder geslaagde gags. Maar het beste aan de film is ongetwijfeld de interactie tussen de broers Frits en Freddy. Door de compleet perfect op elkaar ingespeelde Peter van den Begin en vooral Tom van Dyck (de beste Vlaamse comedy-acteur, met gemak) valt er altijd wel iets te lachen. Er zit duidelijk zoveel speelplezier binnen die twee personages dat je gewoon geen hekel aan deze film kan hebben, daar is het allemaal veel te plezant voor.
En ook de rest van de cast wordt aangevuld met sterke rollen. De altijd even droge Frank 'vuilen absjaar' Aendenboom, de jammerende Lukas van den Eynde, een charismatische Tania Kloek, brulaap Wim Opbrouck, etc. etc. Een verzameling grote Vlaamse acteurs die allemaal sterk staan te spelen. En dan is er nog Erika van Tielen: schoon snoetje en allerminst onaardig om naar te kijken, maar dat acteren gaat haar toch niet goed af. Toegegeven, het is haar debuut en ze staat tussen gevestigde waarden, maar ze verbleekt er toch compleet naast. Ze zou er goed aan doen eerst wat ervaring op te bouwen bij enkele TV-programma's, want ze is duidelijk nog veel te groen achter de oren om met de echte acteurs mee te spelen, ookal is het maar een kleine rol. Maar het is zeker niet zo storend dat het je uit de film zal halen, want als dat wel het geval is moet je jezelf maar eens tegen het hoofd slaan om je eraan te herinneren dat je naar Erika van Tielen zit te kijken: acteren komt op de tweede plaats.
En hoogstaande cinema is dit natuurlijk niet. De ontknoping zie je van kilometers ver afkomen en enige spanning zit er hoegenaamd niet in. Frits en Freddy is er puur om je ermee te amuseren, en slaagt daar sterker in dan veel grote producties die van over de grens komen. Eén van de meest amusante én grappigste films dit jaar, dus trommel maar snel 350.000 vrienden op en ga dit zien!

Wat ook opviel was dat het geluid in mijn bioscoop bijzonder zwak stond. Geen idee of dat aan de geluidsband of de cinema lag, maar het stoorde wel.
29 november 2010
It Came from the West (2007)
Wanneer je als Deense filmmaker een kortfilm in elkaar wil flansen heb je een origineel idee nodig om een publiek aan te trekken. Beginnen doe je met zombies: iedereen houdt nu eenmaal van zombies, daar kan je weinig fout mee doen. Vervolgens wil je een originele setting: het wilde Westen van cowboys en indianen past perfect. Een zombiewestern is een prima onderwerp om een aangename kortfilm over te maken, maar zoiets kost nu eenmaal centen. Je moet grote western-sets bouwen, je acteurs aankleden, zombies schminken, etc. etc. Op zo'n momenten komen de échte genieën met inspiratie, en zo ook Tor Fruergaard: niet alleen vond hij een manier om de kosten te besparen, maar ook om zijn kortfilm nog origineler te maken: It Came from the West is namelijk een poppenfilm.
25 november 2010
Dazed and Confused (1993)
De psychedelische hippies van de 60's, de flamboyante 80's disco of de turquoise trainingsbroeken en grunge van de 90's: elk decennium van onze moderne cultuur vult zijn eigen unieke definiëring anders in. De 70's worden wat dat betreft vooral bepaald door de mentaliteit: de jeugd in die tijd bestond voor een groot deel uit slackers die met niets anders bezig waren dan feestjes, hun hoeveelheid weed en de populaire muziek. Oftewel: Sex, Drugs and Rock 'n Roll!Het is de laatste schooldag, de zomer staat voor de deur, de vogeltjes fluiten en laatstejaars ontgroenen de nieuwelingen door ze te vernederen of een ravage aan te richten op hun achterwerk. Vanuit dit gegeven introduceert Linklater een tiental personages, en daar houdt het ongeveer op. Net als in veel van zijn andere films (waaronder het populaire Before Sunrise en Before Sunset) verloopt Dazed and Confused zonder een duidelijk plot te introduceren. Van een traditioneel narratief is
geen sprake, het voelt aan alsof iemand een camera heeft vastgenomen en afwacht wat er allemaal nog zal gebeuren. Alsof hij een antropologische documentaire aan het draaien is volgt Linklater de personages een slordige 24 uur lang, zonder dat er eigenlijks iets noemenswaardig gebeurt. Oppervlakkig gezien klopt die aanname: veel meer dan een dag school en 's avonds een feestje zien we niet, en dat zal sommige mensen afstoten. Door de combinatie van het hoge tempo en de compacte speelduur zal Dazed and Confused nooit vervelen, daar krijgt het de kans niet toe, maar de film zal volgens sommigen ongetwijfeld wat drive missen. Motivatie, een doel, duidelijk aangegeven hoofdpersonages: het ontbreekt allemaal. Maar de film heeft dat in feite absoluut niet nodig, want dit is niet zozeer verhalende cinema als misschien wel de ultieme coming-of-age film.Een greep uit de personages: Randall 'Pink' Floyd (Jason London), de populaire atleet wiens nieuwe stoner-vriendenclubje voor problemen zorgt. Mitch, de eerstejaars die Randall als mentor leert kennen. Mike (Adam Goldberg) en Tony (Anthony Rapp), twee geeks die voor een keer ook eens gaan fuiven. Fred O'Bannion (Ben Affleck), die zijn laatste jaar opnieuw doet en nu opnieuw de eikel mag uithangen. Slater (Rory Cochrane), de ultieme stoner die altijd high rondloopt en zich vragen stelt over aliens en of George Washington zelf geen pothead was. En dan is er nog Wooderson (Matthew McConaughey), die jaren
geleden afgestudeerd is maar bij de jongeren blijft rondhangen omdat hij zijn status niet wil opgeven. Dat, en de meisjes natuurlijk ("I love high school girls man: I get older, they stay the same age."). Volgens sommigen zijn dit stereotypen, maar niets is minder waar: dit zijn juist de archetypen van de schoolperiode, die zelfs buiten de 70's herkenbaar zijn. Zij vormen de kracht van Dazed and Confused, want in tegenstelling tot veel gelijkaardige films zijn deze personages veel meer dan deze korte beschrijving. Dit zijn diepgaande, veelgelaagde personages die niet beperkt blijven tot één duidelijke karaktertrek. Je voelt oprechte sympathie voor Pink, een soort triestige haat voor O'Bannion en een meelevende afkeer voor Wooderson. Het kan bijna niet anders of deze film is autobiografisch: de personages voelen gewoon ècht aan. Het zal uiteindelijk ook wel geen toeval zijn dat Linklater een aantal processen cadeau kreeg van zijn jeugdvrienden, maar door uit zijn eigen ervaring te putten is Dazed and Confused pakken interessanter dan veel van zijn genregenotenTussen al de banale gebeurtenissen door vinden een groot deel van deze personages levensbepalende momenten van helderheid, dewelke met een ongezien krachtige subtiliteit neergezet worden. Aangezien dit in feite een tienerkomedie is verwacht je zo'n ingetogen aanpak niet: wanneer een personage zich plots realiseert wat hij met zijn leven gaat doen verwacht je vuurwerk, overacting en een muzikaal orgasme, maar in Dazed and Confused wordt zo'n moment meegegeven met één enkele blik. Dat is een ode aan de acteurs (deze film heeft bijzonder veel huidige sterren voortgebracht), en door die intieme aanpak ervaar je Dazed and Confused veel sterker dan menig ander coming-of-age verhaal. En dat zit dan ook nog eens verpakt in een bijzonder authentieke en sfeervolle film. Bekijk bijvoorbeeld onderstaande scène eens.
De manier waarop McConaughey als een koning binnenloopt, die fenomenale muziek (naast Dylan staat de soundtrack vol met meesterwerken van ondermeer Alice Cooper, Aerosmith, Black Sabbath, Foghat, Lynyrd Skynyrd, Deep Purple, Kiss, etc. etc.) en dan is er nog die prachtige aankleding van set én kostumering. Het zorgt ervoor dat Dazed and Confused een complete film is: je leeft mee, geniet van elke seconde en kan eigenlijk niet wachten om de avond met deze personages nog eens opnieuw te ondergaan. Een meesterwerk.
12 november 2010
Sint (2010)
Ik ben een man van simpele smaken. Zie ik een actiefilm getiteld Kick-Ass, dan wil ik dat hij grote hoeveelheden ass kickt. Zie ik een drama getiteld Remember Me, dan wil ik dat het memorabel is. Zie ik echter een horrorfilm getiteld Sint, dan verwacht ik een cheesy horrorfilm (mogelijk horrorkomedie) die handelt over Sinterklaas. En eigenlijk is dat met Sint niet echt het geval.Begrijp me niet verkeerd: Sint is an sich een adequate horrorfilm, daar kan je weinig over zeggen, maar er schuilt zo belachelijk weinig plezier in. Bij een Sinterklaashorrorfilm wil ik droge oneliners, stevige suspense en vettig plezier. Wat ik niet wil is een zoveelste archetype van een slasherhorror à la Halloween, Friday the 13th of Scream. Want helaas, helaas, driewerf helaas: meer is deze Sint echt niet. Het hele verhaal rond de kwaadaardige Sinterklaas wordt compleet serieus gebracht, en de pogingen tot humor (die zelden echt goed uit de verf komen) staan steeds los van het figuur, maar teren op het feest errond. Grappen als "ik
dacht dat we dit jaar geen Sinterklaas zouden vieren?" vormen de enige poging om de sfeer te verlichten, terwijl de Sint uitgespeeld wordt als de Freddy Krueger van A Nightmare on Elm Street, waar de film vooral nood heeft aan de Freddy Krueger van A Nightmare on Elm Street III: Dream Warriors. Er zitten geen knipogen in de film, het verhaal wordt hautain uitgespeeld als een normale horrorfilm, en waarom heb je dan überhaupt Sinterklaas nodig? Na al de negatieve commentaar rond de film verwacht je dat er ook effectief iets met dat gegeven gedaan wordt, maar meer dan een misvormde, moordende Sinterklaas komt er niet. Dat de oudere generatie daardoor automatisch naar lucht moet zoeken wil helemaal niks zeggen. En door het gegeven dat Sinterklaas als schurk zo saai en plat is, speelt de hele film verder met de handrem op.Voorbeelden zat daarvoor: Sinterklaas zelf vermoordt ruw geschat twee personen, de rest wordt allemaal gedaan door zijn "zwarte pieten". Tussen aanhalingstekens, want van echte zwarte pieten valt hier niet meer te spreken. Geen zwartgeschminkte blanke mannen met zwarte krullen en gekleurde pakjes. Deze zwarte pieten zijn niets anders dan Tolkien's Uruk-hai: vuil, grauw, bedekt met klassieke bepantsering en wapens en een flink misvormd smoelwerk. Natuurlijk, daar is een reden voor gegeven aan het begin van de film, maar dat maakt allemaal niet uit: dit zijn geen zwarte pieten. Maar goed, een film waar een troep
Uruk-hai een hoop Nederlanders vermoordt klinkt nog altijd behoorlijk tof? Wel, ook dat steekt flink tegen, want een ruime meerderheid van de liquidaties gebeurt offscreen. De camera focust op een personage, spanning wordt opgebouwd, en vervolgens wordt het personage gegrepen door iemand die we niet zien: einde scène. Het is altijd hetzelfde verhaal tegenwoordig. Vroeger waren originele moorden hét hoogtepunt van het horrorgenre, zelfs iets waarop je de hele film op kon afrekenen. Deze Sint laat zeer weinig expliciet zien, en wanneer het dat wel doet is het weinig meer dan een ledemaat dat wordt afgehakt, waardoor je een bloedspuwende stomp van een arm of nek ziet. Het is Sinterklaas. Kinderen krijgen speelgoed. Je kan probleemloos tientallen originele, amusante afstraffingen bedenken met dit gegeven, maar neen: in Sint zien we niet één keer iets dat blijkt geeft van enige creativiteit.En ja, dat is een film beoordelen op iets wat het niet is, maar in dit geval is het een film beoordelen op wat het had moeten zijn. Sint is een horrorfilm waar Sinterklaas in geplakt werd, en geen film die rond Sinterklaas werd gemaakt. De enige motivatie kan dan ook niets anders dan de financiële kant van de controverse zijn, want er zit duidelijk geen liefde in deze prent. Het is een routineklus, en zo voelt de film dan ook aan: Si
nt is vooral heel veel gemist potentieel. Het had geweldig kunnen zijn, maar er wordt nooit echt gespeeld met het concept rond Sinterklaas. Dat wil niet zeggen dat dit een slechte film is, zoals ik al zei: Sint is een adequate horrorfilm. De productiewaarden liggen hoog, de effecten zijn overtuigend, het acteerwerk is - voor dit soort film - redelijk (ontegensprekelijk hoogtepunt is de enkele scène met Barbara Sarafian: hilarisch) en er zitten degelijke scènes in. Maar de braafheid van het geheel, het gebrek aan enthousiasme en de verschrikkelijke climax (het zou eigenlijk niet als climax bestempeld mogen worden) maken van Sint een vergeetbare tegenvaller.
6 november 2010
Mega Piranha (2010)
Veertig minuten lang is Mega Piranha een flinke tegenvaller. Een slechte Asylum film, waar piranha's boten opeten en de militaire powerhouse Venezuela vermoedt dat dit een terroristische daad is. Veertig minuten vol lelijke bruine filters, een belachelijke aan 24-grenzende stijl en in het algemeen gewoon heel erg weinig panache. Maar dan weet het op twee minuten tijd zich plots te ontpoppen tot een dubieus meesterwerk van hoge kwaliteit. De reden?Paul Logan die een stroom aan piranha's bicycle-kickt, alsof hij Mortal Kombat's Liu Kang zelf is. Filmscène van het jaar, makkelijk. En het blijft niet alleen bij dit moment: vanaf het 40-minuten-punt is Mega Piranha een memorabele B-film met heel veel belachelijk coole scènes. Maar goed, ik loop te hard van stapel: Mega Piranha is eigenlijk een Asylum-mockbuster van het eerder dit jaar uitgekomen Piranha 3D, maar omdat de release van die film vertraagd werd was Mega Piranha eigenlijk te vroeg om effectief van die naam te kunnen profiteren. De film gaat duidelijk verder op het succes van Mega Shark vs. Giant Octopus, tot op vandaag makkelijk de populairste Asylum-film: 'Mega' in de titel, een vergeten kindster in de hoofdrol (ditmaal zangeres Tiffany) en zelfs één specifiek shot van een militaire basis dat uit de film gerecycleerd werd. Het lukt The Asylum tegenwoordig zowaar om te parasiteren op het succes van hun eigen films: prachtig. Nu, aangezien dit een monsterfilm is zijn er ruw geschetst twee grote plotmogelijkheden: omdat het ontdooien van een eeuwenoud monster al in Mega Shark vs. Giant Octopus gebruikt werd is het deze keer de beurt aan een gekke wetenschapper die gevaarlijke beestjes nog net een tikkeltje gevaarlijker weet te maken. Deze keer: piranha's. En hoe maak je mensetende vissen nog gevaarlijker? Je geeft ze twee harten, maakt ze hermafrodiet zodat ze aseksueel kunnen voortplanten en zorgt ervoor dat ze iedere 36 uur verdubbelen in grootte. Totaal ongerelateerd: de piranha's zijn ook onverslaanbaar voor wapenrij als pakweg gigantische kanonnen of zelfs een fucking kernbom! SCIENCE!... denk ik toch.
Maar het allertofste is wanneer de piranha's eenmaal een meter of tien hoog zijn. Je hebt dan die geweldig verzonnen wezens, maar er zitten geen mensen niemand in het water. Wat dan gedaan? Wel, de mega piranha's hebben zo hun eigen technieken om toch een hoop slachtoffers te te terroriseren. De meest gebruikte is om gewoon uit het water te springen en face-first op eens mens te vallen, waardoor de piranha na zijn maaltijd - het blijven nu eenmaal vissen - hulpeloos op de grond blijft liggen spartelen. De enige manier om dit probleem op te lossen is door de film te kruisen met Sharktopus, dus moest één van de volgende Asylum-monsterfilms Piranhapus noemen - en laten we eerlijk zijn: die kans is vrij reëel - I called it. De andere populaire aanvalsstrategie die toegepast wordt is zowaar nog effectiever: spring uit een rivier, duik met alle kracht een gebouw in, veroorzaak daardoor een explosie en blijf vervolgens de rest van je leven uit datzelfde gebouw bengelen. Mega Piranha doet zowaar aan Birdemic denken, petje af daarvoor. Het valt ook op dat bepaalde, inmiddels befaamd hilarische scènes hun weg in deze film vonden. Zo is er overeenkomst met Birdemic, maar ook de legendarische confrontatie tussen Samuel L. Jackson en een haai in Deep Blue Sea zit op quasi identieke manier in de film (verander 'haai' in 'piranha' en 'Samuel L. Jackson' in 'willekeurig personage'). Maar het absolute hoogtepunt - geen twijfel - is wanneer je plots een flard van Deadly Prey, tevens nog altijd de coolste actiefilm ooit, ziet voorbijkomen.
Toeval of toch wonderbaarlijk gesynchroniseerde idiotie? Het maakt me niet uit, maar alleen al hierom zou ik filmmaker Eric Forsberg wel kunnen kussen. Goed, tussen de gigantische vliegende piranha's door zien we nog wat amusante scènes. Piranha's die een onderzeeër bijten tot hij ontploft, een vliegdekschip dat gekelderd wordt door dezelfde monsters of zelfs een variant op de alvast legendarische scène in verband met een zekere Mega Shark en een vliegtuig.
Maar het allertofste is wanneer de piranha's eenmaal een meter of tien hoog zijn. Je hebt dan die geweldig verzonnen wezens, maar er zitten geen mensen niemand in het water. Wat dan gedaan? Wel, de mega piranha's hebben zo hun eigen technieken om toch een hoop slachtoffers te te terroriseren. De meest gebruikte is om gewoon uit het water te springen en face-first op eens mens te vallen, waardoor de piranha na zijn maaltijd - het blijven nu eenmaal vissen - hulpeloos op de grond blijft liggen spartelen. De enige manier om dit probleem op te lossen is door de film te kruisen met Sharktopus, dus moest één van de volgende Asylum-monsterfilms Piranhapus noemen - en laten we eerlijk zijn: die kans is vrij reëel - I called it. De andere populaire aanvalsstrategie die toegepast wordt is zowaar nog effectiever: spring uit een rivier, duik met alle kracht een gebouw in, veroorzaak daardoor een explosie en blijf vervolgens de rest van je leven uit datzelfde gebouw bengelen. Mega Piranha doet zowaar aan Birdemic denken, petje af daarvoor. Het valt ook op dat bepaalde, inmiddels befaamd hilarische scènes hun weg in deze film vonden. Zo is er overeenkomst met Birdemic, maar ook de legendarische confrontatie tussen Samuel L. Jackson en een haai in Deep Blue Sea zit op quasi identieke manier in de film (verander 'haai' in 'piranha' en 'Samuel L. Jackson' in 'willekeurig personage'). Maar het absolute hoogtepunt - geen twijfel - is wanneer je plots een flard van Deadly Prey, tevens nog altijd de coolste actiefilm ooit, ziet voorbijkomen.
Toeval of toch wonderbaarlijk gesynchroniseerde idiotie? Het maakt me niet uit, maar alleen al hierom zou ik filmmaker Eric Forsberg wel kunnen kussen. Goed, tussen de gigantische vliegende piranha's door zien we nog wat amusante scènes. Piranha's die een onderzeeër bijten tot hij ontploft, een vliegdekschip dat gekelderd wordt door dezelfde monsters of zelfs een variant op de alvast legendarische scène in verband met een zekere Mega Shark en een vliegtuig.
U ziet: qua memorabele scènes zit het allemaal wel snor. Maar dé grote moeilijkheid van deze film is het slot: hoe maak je een einde aan honderden gigantische piranha's die zich aseksueel voortplanten en zo'n beetje onsterfelijk zijn (getuige de kernwapens)? Wel, de schrijvers wisten het ook niet precies: de helden weten één piranha te verwonden, waarna de rest van de vissen hem oppeuzelt. Einde. Er wordt een beetje geïmpliceerd dat de piranha's zich hierdoor tegen elkaar zullen keren en elkaar stuk voor stuk zullen opvreten, maar in zo'n gevecht zal er altijd één "last man standing" zijn, die zich dan weer kan beginnen vermenigvuldigen. De enige manier waarop dit einde steek houdt - en dit is toch wel een geweldig gegeven - is wanneer je de logica achter de Mega Shark vs. Giant Octopus finale gaat doortrekken om er van uit te gaan dat in het allerlaatste duel de twee piranha's plots allebei tegelijk zullen sterven. Consequent zijn ze wel, die Asylum-jongens.
24 oktober 2010
The Social Network (2010)
Eenentwintig jaar, actief op het internet en zelfs "ik vind dit leuk" knopjes onder elk artikel. Het mag u verbazen, maar toch ben ik niet actief op Facebook, en het lijkt er steeds vaker op dat ik de enige ben. Andermans levens zijn niet interessant genoeg om op de voet te volgen tenzij ze aangevet of botweg gelogen worden, waar je bij geconcentreerde, "normale" sociale omgang geen last van hebt. En daarbij ben ik ook al geen fan van technologie waarvan de gebruiker eerder slaaf is dan meester. Maar om dat half miljard mensen dat mijn mening niet deelt (dwazen!) een plezier te doen heeft Aaron Sorkin een ijzersterk script geschreven (een adaptatie van The Accidental Billionaires) en mocht David Fincher het allemaal in beeld brengen. De Fincher die zijn strepen verdiende met gewaagde films als Se7en en Fight Club lijkt nu, na eerder ook al The Curious Case of Benjamin Button, nog nauwelijks herkenbaar.In "de Facebook-film" zien we het ongetwijfeld sterk gedramatiseerde verhaal van Mark Zuckerberg. Nadat hij gedumpt wordt door zijn vriendin - niet onlogisch, want Zuckerberg is een egocentrische, tactloze zak - bezat hij zich en zet de eerste stapjes van het fenomeen dat uiteindelijk 10% van de wereldbevolking zal veroveren. Vervolgens zien we de evolutie van de website en de rechtszaken die Zuckerberg daardoor krijgt aangesmeerd. Deze blok "documentaire" vormt het leeuwendeel van The Social Netwerk, en de grootste verdienste van de film is dat dit nooit vervelend wordt. De film raast aan een hoog tempo voorbij en weet vooral door de vlijmscherpe dialogen te overtuigen. Gesprekken vloeien bijzonder aangenaam voort en weten de zeer specifieke vakjargon zeer goed op te vangen. Het is
één ding om termen als "SQL" en "BASIC" zomaar rond te strooien, maar om ze in een mainstream-film te hanteren en toch niemand te distantiëren geeft blijk van een sterk uitgebalanceerd script. Het is ongeveer wat je zou kunnen verwachten dat Quentin Tarantino met een film als The Matrix zou uitspoken. Het is hip, het is aangenaam, het is cool, ookal heb je soms misschien geen idee wat bepaalde verwijzingen precies betekenen. Dat is de voornaamste steunpilaar van de film: haal de frisse dialogen weg en The Social Netwerk is plots een bijzonder flauwe film. Maar omdat de gesprekken nooit vervelen is het makkelijk om je aandacht volledig aan de film te schenken, waardoor de informatiestroom makkelijk op te nemen is. Het doet denken aan Finchers Zodiac, dat een zware informatiestroom volledig uitbouwde op zeer frequente dialogen.In Amerika wordt de film al bejubeld als "generatiedefiniërend" en "de beste film van het jaar". Waar ze dat precies vandaan halen is mij volledig ontgaan. Dit is vooral een film over de oprichting van Facebook, en dat was voor mij eigenlijk wel een verrassing. Je verwacht - zeker met de opmerkingen uit de USA in het achterhoofd - een commentaar op de sociale situatie die er nu heerst. Een kijk naar het effect dat Facebook gehad heeft. Maar dat komt allemaal nooit ter sprake, en in de plaats daarvan is The Social Network's "B-kant" een verhaal vol platgelopen paden als macht en verraad. Niet dat dat slecht gedaan is: naar het einde toe is er bijvoorbeeld een moment tussen Zuckerberg en mede-oprichter Eduardo Saverin waarbij je hart bijna breekt. Maar iets nieuws is dat niet. Om nog maar eens terug te keren
op Benjamin Button: de regisseur lijkt zijn scherpe kant kwijtgespeeld te zijn, en neemt de laatste tijd betreurenswaardig weinig risico's. Mogelijk het enige interessante facet is de manier waarop "de Harvard-ervaring" naar het internet wordt gehaald, waar het weinig verschilt van de normale speelplaats-omgang die wij allemaal hebben meegemaakt. Maar wordt daar ooit expliciet een punt over gemaakt? Betekent die analogie iets? Neen, het lijkt door het gebrek aan aandacht zelfs veel op toeval. Het is jammer dat er niet meer met de mogelijkheden werd gedaan, mede omdat de film een behoorlijk slap einde kent. Niet onlogisch ook: we zitten momenteel op het hoogtepunt van Facebook, waardoor deze film ongetwijfeld te vroeg gemaakt werd. De slotscène komt heel erg plots en hapert duidelijk in de natuurlijke opbouw die een climax hoort te definiëren. Het lijkt mij meer dan waarschijnlijk dat ook Facebook ooit zijn relevantie zal verliezen: dat was het moment om deze film te maken, nu is het gewoonweg te vroeg.The Social Network is dus het verhaal van een jongen die miljardair werd, waardoor hij distantieert van zijn vrienden en een paar rechtszaken te verduren krijgt. Is het dat waard? Zijn menselijke aspecten in het leven belangrijker dan tonnen geld? Wat je mening daarover ook moge zijn: na het zien van deze film zal daar niets aan veranderen. Door deze oppervlakkigheid weet de film ook geen al te diepe indruk na te laten. Maar als we al de commentaar op wat deze film niet is even achterwege laten is The Social Network wel degelijk een ijzersterke prent. Qua cinematografie en camerawerk is David Fincher subliem als altijd, en ook de sterke soundtrack van Trent Reznor (van Nine Inch Nails) is misschien wel onverwacht, maar ook een grote meerwaarde. In de cast z
itten een paar dubieuze beslissingen. Zo krijgt Rashida Jones een veel te kleine rol voorgeschoteld en mist er een onbepaalde chemie tussen de Winklevoss-broers. De reden daarvoor is omdat beide rollen door Armie Hammer gespeeld worden: hij doet dat goed, maar het is quasi onmogelijk om een echte relatie neer te zetten tussen twee personages die je zelf speelt. Onnodig experiment. Maar daarnaast staat Andrew Garfield heel sterk te acteren en ook Justin Timberlake overtuigt verrassend genoeg (de eerste film waar hij geen flashbacks naar *Nsync oproept?). Maar hoofdrolspeler Jesse Eisenberg steelt zowat elke scène waarin hij rondloopt. Hij werd al eens beschreven als een tweede Michael Cera, maar na The Social Network zal je dat niet vaak meer horen. Hij creëert moeiteloos een interessant, vermoeiend personage: een zelfvoldane eikel waar je toch sympathie voor voelt. Eisenberg weet de ironie van het personage (dat het grootste sociaal netwerk werd opgericht door een asociale eenzaat) perfect vast te leggen en levert een bijzonder sterke prestatie. Maar toch... het had zoveel meer kunnen zijn. Generatiedefiniërend is dit allerminst niet. Maar aan de andere kant heb ik mij twee uur sterk geamuseerd met een film over Facebook, dat is ook een zekere verdienste.
Ook te lezen op Filmorama
Abonneren op:
Posts (Atom)