7 augustus 2011

Laputa: Castle in the Sky (1986)

Hoewel Nausicaä of the Valley of the Wind naar Miyazaki's latere standaard niet bepaald een meesterwerk was, valt er niet te ontkennen dat de film op meerdere aspecten een grote sprong vooruit was ten opzichte van de animé-cultuur op dat moment. We mogen misschien zelfs stellen dat Nausicaä op zich de grote katalysator was die het Japanse entertainmentlandschap zoals we het vandaag kennen gevormd heeft. Na Nausicaä zou de box office in Japan zelfs steeds opnieuw gedomineerd worden door nieuwe Miyazaki-releases. Na het eerste grote succes gingen Miyazaki en producers Toshio Suzuki (tot 2005 het hoofd van Ghibli Studios) en Isao Takahata (die later Grave of the Fireflies zou regisseren) rond de tafel zitten en richtten ze het inmiddels legendarische productiehuis op. Het visitekaartje voor het spiksplinternieuwe Ghibli werd deze Laputa (hela, denk eens aan de Spaanse kindjes), en het is een binnenkomer van formaat.

Het verhaal is op zich uniek binnen de Ghibli-catalogus. Laputa: Castle in the Sky schikt zich namelijk een beetje naar de Westerse verhaalstijl en kent een centrale, duidelijk omlijnde schurk. Dat klinkt op zich vrij normaal in onze oren, maar dit is de enige film (samen met The Castle of Cagliostro) waar Miyazaki een ééndimensionale slechterik in zijn film geschreven heeft. Waar hij normaal kiest voor ambigue personages met hun eigen motivaties, worden we hier geconfronteerd met Kolonel Muska. Zijn effectieve doel is me een beetje over het hoofd gevlogen (iets in de trend van "de wereld veroveren", vast), maar het is in elk geval onmogelijk om met hem te sympathiseren. Hij verraadt zijn strijdmakkers, doodt een paar honderden soldaten, speelt met het leven van enkele kinderen, ... dit is een moreel slecht personage. Dat is op zich een zaak die wij vanzelfsprekend vinden, maar binnen Miyazaki's spectrum staat hij alleen als een verwerpelijk stuk satansgebroed . Miyazaki's enige personage dat naast onze stiefmoeders, heksen, Jafars, Gastons en Scars mag plaatsnemen.

Het plot van Laputa is eigenlijk niet zo heel interessant. Sheeta heeft een magische ketting, ze wordt ontvoerd door het leger, ontsnapt met behulp van piraten en moeten vervolgens naar het zwevende kasteel van Laputa bezoeken, waar het leger ook naartoe gaat. Simpeler kan haast niet, en toch is dit met 124 minuten één van Miyazaki's langste films. En dat is een positieve zaak.

Misschien wel het grootste probleem met Nausicaä of the Valley of the Wind is dat er niet echt een band tussen kijker en protagonist gevormd wordt. Alle personages zijn vrij plat, ronduit oninteressant en weten nooit echt tot leven te komen. Hier heeft Miyazaki echter de moeite genomen om interessante figuren te verzinnen die doorheen de film komen en gaan: er is de opperschurk, de leider van de piraten, de bemanning op het piratenschip, etc. Ook de kleinere personages die maar voor één scène langskomen zijn memorabel. De wereld voelt levendiger aan omdat er meer personages zijn die de film iets bijbrengen, en niet enkel simpele, platte plotmechanismen. Ik zou op dit moment nooit drie personages van Nausicaä op kunnen noemen, terwijl er in Laputa toch wel een handvol figuren rondloopt die ik nu nog duidelijk zou kunnen omschrijven.

Het loopt hand in hand: Nausicaä's grote probleem - het gebrek van een emotionele kern - wordt opgelost door een simpeler verhaal te vertellen over een langere tijdsduur. Sheeta is op zich niet eens het hoofdpersonage, alleszins niet meer dan haar kompaan Pazu. De twee hebben de meest simpele relatie die je je maar kan inbeelden en deze wordt ook weinig spectaculair opgebouwd. Maar aan het einde van de dag zijn dit wel twee personages die je bijblijven, die sympathiek zijn, die je probleemloos doorheen de film kunnen loodsen. Het is eigenlijk nogal vreemd om Miyazaki op dit vlak te zien falen in Nausicaä: in The Castle of Cagliostro toonde hij al dat hij een meer dan bekwame regisseur is die in staat is om een band met personages te creëren, en in Laputa is dit waarschijnlijk zijn grootste verdienste. De vriendschap tussen Pazu en Sheeta komt heel puur en zuiver over: ideaal om dit soort animatiefilm aan je kinderen te laten zien, maar zoiets spreekt eigenlijk alle leeftijdsgroepen aan. En als je niet meer kan genieten van de vriendschap tussen twee onschuldige, sympathieke kinderen hoor je sowieso geen animatiefilms te kijken. Dan kan je je tijd beter spenderen aan het opsporen van nog donkerdere oogschaduw, ironische T-shirts of het perfectioneren van je gedichten over hoeveel pijn de maatschappij je wel niet aandoet.

De overtuigende band tussen de twee hoofdpersonages draagt ook bij aan de algemene sfeer van de film, die net als in The Castle of Cagliostro weer zeer los is. Actiescènes zijn onderhoudend en werden met een flinke portie humor gechoreografeerd, terwijl er ook enkele zeer mooie, ingetogen momentjes zijn. Zie bijvoorbeeld hoe Pazu een trompet bespeelt terwijl er wat duiven rondvliegen: een zeer simplistische aanpak, maar het werkt wel zeer goed in Laputa. De muziek speelt daar ook een flinke rol in, en Joe Hisaishi's soundtrack is één van de beste die hij ooit voor Ghibli gecomponeerd heeft. De hele sfeer van de film is betoverend op een manier die de naam Hayao Miyazaki later zou definiëren: vanaf dit punt kent elke film die de man ooit gemaakt heeft eenzelfde charme. Een belangrijk punt daarvoor is dat Miyazaki zijn moralistisch gezwets niet meer zo op de kijker instampt, zoals hij in Nausicaä al eens naar doen, waar de hele "respecteer de natuur" boodschap je anderhalf uur in de oren geschreeuwd werd. Hier speelt Miyazaki het veel subtieler uit: het is niet zozeer dat er een duidelijke levensles in de film schuilt, maar wel een duidelijke liefde voor de natuur. En een subtiele "wat is de natuur toch mooi" werkt veel beter dan een berispende "GA EENS EEN BOOM KNUFFELEN".

De eerste officiële Ghibli is dus meerdere stappen vooruit in vergelijking met Nausicaä. Betere personages, subtielere vertelstijl, meer fun. Als we minpunten zouden zoeken vind ik het ergens wel een beetje jammer dat het verhaal zo typisch Westers is geworden en had de derde akte misschien nèt wat beter ingeschreven kunnen worden. Dat Miyazaki hier in feite een standaard Disney-verhaal vertelt is misschien wel een teken dat de man het op voorzichtig speelde voor de debuutfilm van het nieuwe productiehuis, want wanneer Miyazaki's volgende project twee jaar later zou uitkomen werden alle Westerse stijlvormen vierkant het raam uitgesmeten. De opvolger van Miyazaki's meest conventionele werk zou misschien wel de meest atypische animatiefilm ooit worden.

4 augustus 2011

Nausicaä of the Valley of the Wind (1984)

Na een fraai debuut kunnen we van opvolger Nausicaä of the Valley of the Wind pas echt zeggen dat het een Miyazaki-film is. Het moraliserende kantje (uiteraard in verband met het milieu), een jong meisje in de hoofdrol, de prachtige animatie, een handvol vliegscènes,... ze zijn hier onmiskenbaar van de man die later de onbetwiste koning van het medium zou worden. Maar waar binnen Lupin III: The Castle of Cagliostro slechts weinig kenmerken van een beginnende filmregisseur te vinden waren, zien we Miyazaki in Nausicaä veel harder sukkelen om alles bijeen te brengen. Dit is het moment waarop Miyazaki een deel van zichzelf in zijn films begon te steken, het moment waarop hij zijn stijl duidelijk begon te ontwikkelen. Bijgevolg is Nausicaä daardoor bijlange niet de meest gestroomlijnde film die hij nog zou produceren, maar anderzijds dient deze prent - hoewel dit dus zijn tweede film als regisseur was - als een debuut gezien te worden.

Nausicaä of the Valley of the Wind is een verfrissende blik binnen het genre van post-apocalyptische films. Geen eeuwige woestijnen met motorbendes, geen ander ras dat de aarde domineert, geen wandelende ondoden: de wereld wordt hier overlopen door een jungle. Een toxische jungle waar giftige sporen je longen vernietigen en gigantische insecten je opjagen alsof je net een flesje Chaudfontaine bovengehaald hebt op een N-VA bijeenkomst. De weinige overgebleven samenlevingen worden door deze wildgroei van elkaar verspreid. Wanneer de Vallei van de Wind (een soort plattelandsdorpje) per ongeluk een biologisch wapen in hun schoot geworpen krijgt komen twee volkeren oorlogje spelen om het in bezit te krijgen.

En hoewel dat in principe goed klinkt, is aan de uitwerking duidelijk te zien dat Miyazaki de kunst van een goed verhaal vertellen nog niet helemaal onder de knie had. Hij gebruikt een inleidende tekst om het achtergrondverhaal duidelijk te maken, het plot zelf komt maar moeizaam op gang en rommelt een beetje in het tweede bedrijf. Het is zeker en vast niet rampzalig, maar de duidelijke trekken van een regisseur die zijn draai nog niet helemaal heeft gevonden.

Het duidelijkst is dit terug te vinden in de personages zelf. Hoofdpersonage Nausicaä is redelijk uitgewerkt, maar niet sterk uitgediept. Ze is Godzijdank een sterker vrouwelijk personage dan eender wat je in die tijd in Westerse animatiefilms kon zien, maar ook net wat te eendimensionaal om interessant te zijn en de film te dragen. Ze is een meester in het zwaardvechten, maar wil in de mate van het mogelijke absoluut niet vechten. Ze jaagt gigantische insecten weg, maar empathiseert zeer sterk met hen. Ze wil van de jungle af, maar geniet van de pracht ervan. Alles heeft een kant waarin ze te duidelijk een kristalhelder Disneyprinsesje is. Ze is redelijk charismatisch en daardoor geen vervelend hoofdpersonage, maar ze is ook allesbehalve memorabel.

Het grootste probleem is echter dat Nausicaä, al haar clichés en déja-vu-persoonlijkheid daargelaten, het enige degelijk uitgewerkte personage in de film is. Nausicaä wordt doorheen de film omring door een hoop nietszeggende, saaie stockpersonages van wie je je minuten na de film al niets meer zal kunnen herinneren. En de ondersteunende cast hoort in Miyazaki-films juist één van de sterkste punten te zijn. Waar je bij Spirited Away van het ene verrassende personage op het andere botst, volg je hier enkel en alleen Nausicaä. Ze is als personage eerder een degelijk randpersonage dat in een hoofdrol geduwd wordt, en er is natuurlijk een reden waarom Aladdin niet gewoon anderhalf uur rond Yasmine draait.

Daardoor mist Nausicaä de emotionele kern die normaal gezien centraal staat in een Ghibli-film Enfin, toch deels... Nog een probleem dat een echte band met de film in de weg staat is Miyazaki die zijn innerlijke hippie nog niet onder controle heeft leren houden. We weten inmiddels dat Miyazaki zijn leven gewijd heeft aan het oplossen van milieuproblemen, dat zien we ondermeer terug in latere werken als Castle in the Sky, Princess Mononoke en Ponyo. Maar waar hij dat in die films op subtielere wijze met het plot verweeft, word je er bij Nausicaä om de vijf minuten met een voorhamer mee in het gezicht geslagen. De hele toon is zó overdreven moraliserend dat het op den duur allemaal nogal banaal aanvoelt. Zie je dit giftige bos? HET IS DE SCHULD VAN DE MENSEN, DE HUFTERS, DOE ER IETS AAN! Zie je deze kudde agressieve Ohmu? ZE ZIJN MISBRUIKT DOOR DIE SMERIGE MENSHEID, KETEN JEZELF MAAR SNEL AAN EEN BOOM VAST. Het doet het verhaal, maar ook de boodschap niet veel ten goede.

Maar goed, laat al die negatieve commentaar u niet van de wijs brengen: Nausicaä is absoluut geen slechte film, zeker niet. Miyazaki doet niet aan "slechte films", het ligt gewoon een beetje onder de standaard die hij later zelf zou stellen. Want zoals gezegd is dit onmiskenbaar een Miyazaki-film, mede door de wereld waarin Nausicaä zich afspeelt. Het is niet zo luid en volgepropt als Spirited Away, maar dat heeft de film ook niet nodig. De vondsten staan in teken van het verhaal, waardoor je de wereld heel snel leert appreciëren. De toxische jungle en bijhorende insecten, de indrukwekkende ohmu die zowel dreiging als een vreemde zachtheid uitstralen, de zogenaamde Kyoshinhei, een afschuwelijke gigant met mensachtige trekjes, ... het toont al enigszins de enorme creativiteit die we van Miyazaki verwachten, maar hij werkt nog maar in tweede versnelling. Misschien maar goed ook, want deze gematigde hoeveelheid fantasie kan het matige narratief nog redden, terwijl een grotere hoeveelheid de hele film waarschijnlijk zou doen verzuipen en alle richting zou doen verliezen.

Een gigantische verbetering ten opzichte van The Castle of Cagliostro is echter de animatie. In Nausicaä zien we duidelijk een iets primitievere vorm van de pracht die we gewoon zijn in Miyazaki's werk terug te vinden. Want hoewel zijn films later nog gedetailleerder zouden worden valt er op de animatie hier maar weinig aan te merken. Vloeiend, expressieve personages en bijzonder mooie omgevingen, waar vooral de scènes in de jungle een specifieke vermelding waard zijn. De wereld wordt heerlijk tot leven gebracht, en je zou er het matige verhaal en de dreunende thematiek bijna door vergeten.

Nog een tip voor de steeds groter wordende groep Avatar-haters: als jullie naast het gebruikelijke Pocahontas, Dances With Wolves en Ferngully nog meer materiaal willen om notoir animé-liefhebber James Cameron van plagiaat te beschuldigen, zoek niet verder. In 2011 is het tamelijk vreemd om iemand in een uit turquoise-tinten opgebouwd bos in contact te zien komen met de natuur met behulp van dradige voelsprieten, zonder dat er CGI-kataliens doorheen lopen.

Dus hoewel Nausicaä of the Valley of the Wind misschien wel een stap achteruit is ten opzichte van The Castle of Cagliostro op vlak van regie en schrijven, is het meer dan twee stappen vooruit op vlak van Miyazaki's evolutie als regisseur. We zien de ruwe ideeën die hij later zou polijsten (de film op zich is een halve blauwdruk voor Princess Mononoke), maar Miyazaki was nog niet ervaren genoeg om alles in elkaar te doen passen. Nausicaä is niet zijn meest verfijnde werk, maar het is fascinerend om te zien dat de man bijna dertig jaar geleden al ongeveer wist waar hij heen wou, en dat dat precies het punt is waar hij op zou uitkomen.

1 augustus 2011

Lupin III: The Castle of Cagliostro (1978)

Hayao Miyazaki, een levende legende. De grote pief van de Oosterse animatiefilm. De enige niet-Engelstalige persoon die een Oscar voor beste animated feature bezit. De Messias van de animé. De Obama der tekenfilms. Enfin, die Miyazaki, dat is me er wel eentje. Met een handvol van de beste animatiefilms aller tijden op zijn palmares heeft die man een ijzersterke reputatie, een grote fanbase en een onwaarschijnlijke hoeveelheid krediet opgebouwd.

Maar zijn filmdebuut valt eigenlijk moeilijk te vergelijken met Miyazaki's verdere oeuvre. The Castle of Cagliostro is niet zomaar een opzichzelfstaand werk, maar een onderdeel van de Lupin III reeks. Een franchise die bestaat uit manga, een tv-serie, tv-films, tv-specials en een handvol films die een grote release kregen: The Castle of Cagliostro was de tweede feature film binnen deze serie. Als je een film op zo'n stevige fundering op moet zien te bouwen, is er altijd een heel reëel gevaar aanwezig dat nieuwkomers zich buitengesloten zullen voelen. Het is immers niet evident om iedereen aan te kunnen spreken, en in vele gevallen wordt de basis ofwel niet uitgelegd (vervelend voor nieuwelingen), ofwel wordt het op een weinig subtiele manier allemaal te snel vermeld (wat dan weer vervelend is voor fans van de serie). Miyazaki's grootste verdienste in deze film is misschien wel dat hij deze val vakkundig heeft kunnen ontlopen.

De achtergrond en de relatie tussen de vijf personages die aan de franchise gebonden zijn worden namelijk heel goed neergezet. Toegegeven, het zijn niet de meest uitgediepte personages, maar toch voelt het op geen enkel moment geforceerd aan. Of het nu via dialoog uitgelegd wordt of iets fijnzinnigere situaties het over moeten brengen; de film maakt duidelijk wie wie is, zonder dat dat op een al te lompe manier gedaan wordt. We krijgen geen inleidende tekst als "Dit is Lupin, hij is een dief. Dit is zijn kompaan", of iets gelijkaardig. Als kijker die geen idee heeft wat een Lupin III nu precies is kon ik dat meer dan appreciëren. Je bent niet die idioot die nog even gebriefd moet worden terwijl de rest geïrriteerd op jou zit te wachten.

Kort samengevat: Lupin III is theoretisch gezien de kleinzoon van Arsène Lupin, een fictief personage bedacht door Frans schrijver Maurice LeBlanc. De originele serie was één van de eerste animé-series die naar een volwassen publiek gericht werd en zou over de jaren een gigantische fanbase ontwikkelen in Japan. Het verhaal van deze film is daarmee slechts één van de vele avonturen van Lupin de derde, die zelf ongeveer gezien kan worden als een Oosterse Robin Hood: een goedhartige dief, die vooral van de rijken/slechteriken steelt. In The Castle of Cagliostro onderzoeken Lupin en zijn kompanen een valsmunterij-zaak en proberen ze een prinses te redden van de kwaadaardige Graaf Cagliostro.

Het verhaal doet de ronde dat Steven Spielberg en George Lucas grote fans van deze film zouden zijn. Spielberg wordt zelfs geciteerd (al is daar niet meteen een duidelijke bron voor te vinden) dat hij The Castle of Cagliostro "één van de beste avonturenfilms ooit" genoemd zou hebben. In hoeverre dit op waarheid berust is moeilijk te zeggen, al heeft die Spielberg-quote het wel tot op het DVD-doosje geschopt. Goed, DVD-citaten moet je tegenwoordig met een flinke korrel zout nemen (mijn verbazing was groot toen I Am Legend toch niet "one of the greatest movies ever made" bleek te zijn), maar het zou me op zich allerminst verbazen moest Spielberg dit effectief gezegd hebben (of George Lucas dat ook vindt kan mij - en hopelijk ook jou - al lang niets meer schelen). De sfeer die doorheen deze film heerst kan makkelijk met Indiana Jones vergeleken worden: de mix van avontuur, actie en humor, het coole, niet altijd even serieuze hoofdpersonage, de sterk aanwezige sidekicks, ... Het heeft dezelfde losse, amusante toon als Indiana Jones, zonder dat de actie of het avontuur daardoor te slap uitvalt. En om die verhouding in balans te krijgen is flink wat fingerspitzengefühl van de regisseur vereist. Het is niet alleen een kwestie van alles fris te houden, maar ook om je hele film één stabiel gevoel mee te geven. Dat is tegenwoordig vaker en vaker in probleem, denk bijvoorbeeld maar aan de Transformers-franchise die onder een karrenvracht misplaatste 'humor' gebukt gaat.

Zoals je ook wel zou verwachten ligt het tempo van The Castle of Cagliostro daardoor vrij hoog. Het ruim anderhalf uur is een flinke trip zonder dat er ooit een doods moment in zit. Narratief belangrijke scènes worden gered door de dialoog en toffe personages, actiescènes zijn zeer intens (en door de toevoeging van swingende muziek een genot om volgen), en als de film op een bepaald moment over dialoog noch actie beschikt wordt er wel een of ander James Bond-achtig gadget bovengehaald. Daardoor is de film ook redelijk divers: achtervolgingen per auto of te voet over daken, gevechten met zwaard of pistolen, en een climax in een kerktoren die sterk doet denken aan die van The Great Mouse Detective. Er gebeurt veel in de film zonder dat het repetitief wordt, en daardoor is het allemaal heel erg veel fun. Het voelt nooit aan alsof er een lege pagina in het script gelaten werd om een actiescène in te voegen, maar alles werd in functie van het plot geschreven. In min of meer elke actiefilm die tegenwoordig gemaakt wordt dienen de actiescènes geen echt nut. Als er al relevante informatie aan het publiek verteld moet worden gebeurt dat na de actiesequens wel even verbaal. In het script moet zoiets staan als "EXPLOSIE! KNAL BOEM ratatata alleskapotalleskapotalleskapot - Janneke vertelt Mieke welk plot-device hij net gezien heeft". Die halfbakken actiefilm-mentaliteit vinden we hier gelukkig niet terug.

Het enige echte probleem met deze film is de animatie. In het eerste geval is die qua stijl niet altijd even geweldig, al is dat uiteraard puur smaakgebonden. Het is niet die nogal typische Japanse stijl vol scherpe neuzen en gigantische ogen, maar eerder... wel, ik zou zeggen een soort realisme als Cowboy Bebop, maar dan getekend als een heel wat minder slordige vorm van Shin Chan. Het is zeker niet lelijk en op vlak van omgevingen kan je de film weinig verwijten, maar sommige personages missen bij momenten visueel een beetje diepte. Wat echter niet door smaak kan afgewimpeld worden is de animatie zelf, die veel goedkoper oogt dan latere Miyazaki-werken. Gezien het geen heel grote productie is (en inmiddels al ruim dertig jaar oud is en dus volledig met de hand getekend werd), kan ik daar begrip voor opbrengen, maar verwacht niet de vloeiende, 30 frames per seconde animatiestijl waar we tegenwoordig aan gewend zijn. Cagliostro is zeker niet slecht qua animatie en het heeft wel een zekere charme, maar die charme kan niet vergeleken worden met de pracht van Miyazaki's latere werken.

Moge het duidelijk zijn: Miyazaki heeft zijn start niet gemist. Dit is een sterk genietbare, heel erg toffe animatiefilm die iedereen zal kunnen onderhouden. Binnen Miyazaki's universum (of zijn het meerdere universa?) is het echter wel een film die de stempel van zijn regisseur niet echt draagt. De film is veeleer gegrond in realisme, en hoewel daar uitzonderingen op zijn (een auto die tegen een quasi verticale muur oprijdt, bovennatuurlijk goede huurmoordenaars, etc.), kan je The Castle of Cagliostro moeilijk fantasy noemen. Geen vreemde creaturen, geen geesten, geen zwevende kastelen en geen vliegende varkens. Hoewel het absoluut geen film is waar hij zich voor moet schamen - integendeel - is er een reden waarom het Ghibli-stempel achteraf niet op deze film gedrukt werd. Dat zou pas bij Nausicaä of the Valley of the Wind veranderen: ook een film die in een pre-Ghibli tijdperk werd geproduceerd, maar die tegenwoordig toch in de geschiedenis van het productiehuis wordt opgenomen. The Castle of Cagliastro staat daarvoor te ver verwijderd van de typische Ghibli-film, maar laat u daardoor niet afschrikken om het een kans te geven. De hand van de meester is misschien nog niet overduidelijk, maar die was ook niet helemaal nodig. Hij mag dan wel niet zo memorabel zijn als Miyazaki's latere werken, maar The Castle of Cagliostro is boven alles een heel erg amusante zit.

Doe de Miyazaki!

Sterk gewaardeerde bloglezers: u weet dat de productiviteit hier niet altijd even hoog ligt, en al helemaal niet wanneer school er tussen komt. Nu Augustus is aangebroken en er weer eens een tijd van studeren en herexamens aankomt zou u misschien verwachten dat de comateuze toestand weer om het hoekje komt kijken, maar niets is minder waar deze keer. Sterker nog: ik plak er een heuse themamaand aan vast.

Gedurende de komende maand staat Not A Tumor in het teken van de grijze Jap met de zwarte wenkbrauwen: Hayao Miyazaki. Op Akira Kurosawa na misschien wel de belangrijkste Japanse regisseur aller tijden, de man die animatie tot een kunstvorm heeft verhoogd. Zijn tiendelige filmografie zal chronologisch doorgelicht, gewogen en gewaardeerd worden terwijl ik mij in mijn schoolboeken stort. Veel plezier ermee.

26 juli 2011

Cyberbully (2011)

TV-stations zijn de laatste jaren een flinke factor geworden binnen de filmindustrie, op vlak van entertainment alleszins. Vooral The Asylum en Syfy komen op deze blog al eens voorbij met allerhande monsterfilms, maar ze zijn natuurlijk niet de enige die zelf films produceren. Andere, serieuzere zenders wagen zich er ook al eens aan, zo brengt HBO van tijd tot tijd al eens pareltjes uit. Nu, om een beeld te krijgen van ABC Family's originele producties brengt de TV-maatschappij dit jaar ook nog Mean Girls 2 (uiteraard zonder Tina Fey), My Future Boyfriend en Teen Spirit uit. Het is de oorsprong van de gemiddelde Vijf TV film, maar dan gericht op een nog ietsje jonger publiek. Wanneer dat bedrijf een film over computerpesten produceert moet je dus vooral je billen dichtknijpen, je hoofd bedekken en hopen dat alles goedkomt.

Cyberbully (of als je stijlvol wil zijn: Cyberbu//y) vertelt ons het verhaal van dat meisje dat in Hannah Montana meespeelt maar niet Hannah Montana zelf is (Taylor). Ze is een normale schoolgaande tiener die een aantal vrienden heeft, sociaal actief is, 's morgens met tegenzin ontbijt, etc. Ze is net zoals elke generatiegenoot die je persoonlijk kent hele dagen bezig met SMSen, chatten, en alles dat daar ook maar een beetje op lijkt. Maar moeder houdt zo nu en dan een oogje in het zeil en weet zo haar dochters online-gedrag volledig te controleren. Het leven is mooi, de zon schijnt, vogeltjes fluiten. Om haar aspiraties als journaliste te ondersteunen geeft de moeder niet-Hannah Montana een laptop. Een eigen computer. Een gebrek aan controle. Ze krijgt... zelfstandigheid.

Ik durf nauwelijks kijken.

Binnen de kortste keren ontdekt ze het sociale netwerk Cliquesters - dat vooral niet Facebook is - en is ze druk aan het socializen met haar kennissen van school. Zo leert ze de immer sympathieke Scott beter kennen. Ze versturen maarliefst 13 berichten naar elkaar op een half uur tijd (dit is werkelijk het informatietijdperk) en hij raadt haar aan eens een bikinifoto op haar Cliquesters (fuck het, vanaf nu noem ik het Facebook) te zetten. Ze leert zelfs een nieuwe jongen kennen op Facebook, die haar schrijven heel erg goed vindt. Dat schrijven is heel erg pseudo-poëtisch over de wind die in je ziel fluistert en dat soort Twilight-nonsens, dus laten we er maar van uitgaan dat die journalistieke ambities nergens naar toe leiden. Dat doet de film in ieder geval. Het loopt allemaal heel vlot voor onze protagonist wanneer het noodlot toeslaat: haar broertje wordt jaloers/wil zijn zus pesten/amuseert zich wat met een vriend (ik weet het niet meer precies, één van die drie klopt vast wel) en verandert haar status naar -slik- "I'm a naughty bad girl, somebody should spank me".


Wat je namelijk moet weten over Cyberbully is dat het zowel geschreven als geregisseerd is door vijftigplussers die klaarblijkelijk geen voeling hebben met de jeugd van vandaag. Jawel, Cyberbully is nog eens een echte "Flippo's en Gameboys" productie die zijn best doet om heel hip en cool over te komen, maar duidelijk niet weet wat de jongeren vandaag de dag drijft. De reacties op de bad girl/spank me status zijn dus geen grapjes (want we kennen vast allemaal wel mensen die zo'n Facebookstatussen zelf ook gewoon schrijven). Neen, het arme meisje wordt het slachtoffer van cyberpesten! En dit is wanneer de film pas echt weet uit te blinken.

Zo komt er al snel een reactie binnen van Lindsey Varkenskop, de überpestkop van de film. Ze zegt "Ew, who'd want to touch your ugly ass?". Waarop onze naughty bad girl reageert met "ur nasty and a bitch". Of de opeenvolging van berichten: "i sit behind you in algebra, you smell weird" - "that's what skanks smell like" - "what like puke?". Wanneer een vriendin haar vervolgens probeert te helpen met een "jealous much, she's smarter than you", wordt er genadeloos gecounterd met een "then y doesn't she know she's a loser". Jawel mensen, een flinke portie van wat je hier te zien krijgt is niets meer dan een verfilming van internet flamewars. Niet zo'n heel realistische overigens, want een "ur worse then hitler" krijgen we niet te zien.

En Hitler was ook al niet de populairste jongen op school.

Hoe extreem plat en hilarisch dat ook moge klinken, Cyberbully doet wel één ding goed. Het hoofdpersonage wordt namelijk afgebeeld als een realistisch hedendaags tienermeisje. Wat zoveel betekent als dat je na een kwartier al een gigantische grafhekel aan haar krijgt, en het niet eens zo gek lijkt dat ze inderdaad niet slim genoeg is om te weten dat ze zelf een loser is en naar kots stinkt. Je kent het wel: overdreven sarcastisch praten, met je ogen rollen, onbeschoft zijn tegen vriendelijke mensen, je vrienden flink beledigen omdat ze je raad geven die je niet wil horen, dat soort zaken. Het toppunt komt er al vrij snel wanneer een vriendelijke jongeman haar aanspreekt in verband met het pestgedrag op haar Facebook-pagina. Hij weet immers hoe het is, mensen noemen hem vaak "fairie", "homo" of "too gay to live". Maar dat is niet zo erg weet Taylor, want "you really are gay, what they're saying about me isn't true". Mooie levensles daar ABC Family, pesten is alleen erg als het niet waar is. Doe die scène volgende keer eens met een gehandicapte of iemand van een etnische minderheid, Amerika zou plots te klein zijn.

Taylor doet inmiddels weinig anders dan janken, achter Scott aanlopen en over de Facebookjongen praten. Ze is eigenlijk wel vrij skanky, waardoor die beledigingen eigenlijk helemaal niet zo erg waren, als we de regels die ze aan 2gay2live uitlegde voor waar aannemen. Maar dan, van de ene dag op de andere, verandert de internetman zijn gedrag en post hij openbaar "u really r, i got with you, now i have the clap". Een plottwist van formaat. Tussen de verdere verwijten door ("want to see nekkid girls in locker room, not taylor slut gross") loopt Taylor door de film heen alsof het een collage is van de laatste vijf minuten van verscheidene House afleveringen: prominent koude muziek, weemoedige shots van wandelingen in gangen, een flinke sfeer van melancholie. Taylor ziet er inmiddels uit als een junkie en besluit niet meer te kunnen leven in een wereld waar mensen haar stommerik noemen en zeggen dat ze stinkt. Ze post een afscheidsvideo op Facebook, wat volgt is een scène waar we nog jaren plezier aan zullen beleven.


Serieus, hoe kun je deze scène nog maar beginnen te beschrijven? Een minstens zestien jaar oud meisje probeert zelfmoord te plegen door een overdosis pillen te nemen. Ze krijgt het kinderslot echter niet open ("then y doesn't she know she's a loser" schiet ons spontaan te binnen). Wanneer haar vriendin, moeder en de ambulance aankomen stormen ze de kamer binnen, waar ze nog altijd met het kinderslot ligt te friemelen. Heeft ze tien minuten met dat potje staan ronddraaien? Kon ze geen andere mogelijke zelfmoord verzinnen nadat Plan A faalde? Kon een zestienjarig meisje écht niet deduceren dat je op de knop moet drukken terwijl je draait? Vond de schrijfster dit een plausibel scenario? Vond de regisseur dit een aangrijpende scène? Veel vragen, maar met enige zekerheid durf ik stellen dat dit de onbedoeld grappigste verijdelde poging tot zelfmoord is in de geschiedenis van de cinema.

Helaas is dit niet het einde van Cyberbully. Taylor wordt verdoofd en opgenomen in een ziekenhuis (dat doet een ambulance blijkbaar wanneer er in feite helemaal niets gebeurt). Ze gaat naar een zelfhulpgroep waar ze 2gay2live weer tegenkomt, er wordt een wet tegen cyberpesten aangevraagd, etc. etc. Laat het duidelijk zijn: het pestgedrag is waar de film punten weet te scoren. Het voelt gewoon compleet verkeerd en stereotyperend aan, en dat is het beste aspect van de film: de onbedoelde humor van alles. Maar het laatste half uur van de film is te letterlijk een poging om tegen de kijkende kinderen te zeggen wat ze moeten doen als ze gepest worden. Het breekt de vaart van de film en wordt slechts sporadisch opgefleurd met degelijke scènes (zoals een advocaat die het 'first amendment' gebruikt om het misbruik van zijn dochter goed te keuren). Uiteindelijk keert Taylor terug naar school en confronteert ze haar pesters rechtstreeks door te zeggen dat ze gemeen zijn en mensen kwetsen. Een staande ovatie is het gevolg. Je zou toch bijna medelijden krijgen met al die gepeste kinderen die na het zien van Cyberbully hun moed bijeen schrapen om hun aanvallers tegen te spreken met "Ik word daar wel heel triest van, ja". Dat is niet de manier waarop je kinderen moet leren voor zichzelf op te komen, want het leven is geen aflevering van Full House.

Dusja, wat probeert Cyberbully ons te zeggen? Als je pesters zegt dat ze gemeen zijn zul je overwinnen? Kinderen zijn dom wanneer ze over het internet praten? Kinderslot werkt natuurlijke selectie tegen? Neen, als je een degelijke film over pestgedrag wil zien, grijp dan naar Klass. Want dit is uiteindelijk - ondanks de bij momenten hilarische uitwerking - een dertien-in-een-dozijn verhaal dat ons op een wel heel simpele manier uitlegt dat pesten verkeerd is. En als je dat moet leren van een meisje dat nog geen kinderslot kan openen zou het me verbazen als je dit leest zonder een onderbroek in je bilspleet, twee natte oren en een aantal flinke blauwe plekken.

14 juli 2011

Paul (2011)

Zo'n beetje de hele wereld is verliefd geworden op het trio Simon Pegg, Nick Frost en Edgar Wright. Spaced was een geestige serie, Shaun of the Dead een goede zombieparodie en Hot Fuzz een briljante deconstructie van het actiegenre. Vooral Hot Fuzz was het hoogtepunt van hun samenwerking en is de voorbije jaren zelfs uitgegroeid tot één van mijn favoriete scripts aller tijden. Het is fenomenaal hoe scherp die film geschreven is: zo'n beetje elke zin werd met een reden geschreven, de grappen raken altijd doel, er is een duidelijke continuïteit in het script ivm eerdere passages citeren, etc. Het trio dat die film geschreven heeft is ondertussen ook aan andere projecten beginnen werken (het aftellen naar de finale van de zogenaamde blood-and-icecream trilogie laat nog wel een tijdje op zich wachten), en of ze het nu willen of niet: daaruit blijkt wel duidelijk wie het grote genie van de drie is.

Scott Pilgrim vs. The World was Wright's solowerk. De film had eenzelfde uitstraling als Shaun en Fuzz kenmerkte, en dat heeft niet alleen met zijn regie te maken. Scott Pilgrim zat vol met eenzelfde stijl grappen die subtiel naar de kijker geworpen worden. De film stroomt constant verder aan een hoog tempo zonder ooit verwarrend te zijn, respecteert zijn personages en werd op een slimme manier geschreven. Nu is er Paul, en tja...

Ik zal niet zeggen dat Pegg en Frost geen talent hebben om comedy te schrijven. Ze zullen allebei zeker en vast hun aandeel gehad hebben in de genialiteit van Hot Fuzz, ze weten alleen niet hoe ze hun ideeën moeten vertalen naar een coherent, uitgebalanceerd, scherp scenario. De film is helaas nogal een rommeltje geworden waar geen echte richting in te vinden is. Het plot op zich is weinig meer dan een veredelde kopie van E.T: Paul is een alien, wordt gevangen genomen, ontsnapt, ontmoet mensen, gaat terug naar huis. Daar is niets mis mee: dat is een luchtig verhaal waar plaats genoeg is om situatie- en personagebonden humor in te verwerken.

Maar de film is uiteindelijk gewoon niet grappig genoeg om te overtuigen als komedie. Er zitten geen echte dijenkletsers in of grappen die je hoog en al een uur na de film nog zal herinneren. We krijgen een verzameling clichés die in moderne komedies veelal gebruikt worden, maar waar helemaal niks origineel of eigenzinnig mee gedaan wordt. Een opsomming: een portie drugs-humor, wanneer Kristen Wiig aan een joint trekt en vervolgens moet lachen, honger krijgt en dwaze dingen zegt. Er zitten homo-grappen in, wanneer mensen denken dat Pegg en Frost meer zijn dan "gewoon vrienden". Er wordt zogezegd grappig gevloekt, met een hoop 'fuck', 'balls', 'penis', 'shit' en dergerlijke, die gecombineerd worden op een... tja, ik denk dat je het een "creatieve manier" zou moeten noemen, maar echt grappig is het allemaal niet. Het vreemdste aspect van de film is misschien wel de vrij sterk aanwezige atheïstisch humor. Kristen Wiig's personage begint als een sterk religieus iemand, die haar geloof verliest nadat ze Paul leert kennen. Het is opmerkelijk dat de religieuze personages compleet belachelijk gemaakt worden, van zaken als "de Heer zal ons wel genezen" tot op je knieën vallen en weesgegroetjes beginnen bidden. Aan het einde van de film zegt Wiig zelfs letterlijk dat Paul haar "bevrijd heeft", aangezien hij haar Godsbeeld heeft vernietigd. Nu heb ik op zich geen problemen met een anti-religieuze houding, maar zo'n atheïstisch standpunt heeft nu eenmaal geen plaats in een komedie. Het is veel te zwaar, een te serieuze kwestie, om zomaar eventjes belachelijk te willen maken.

Maar goed, de hele toon van Paul loopt zelfs zonder dit zure atheïstische aspect flink in het honderd. Aan de basis is dit natuurlijk een komedie over een alien en zijn avontuur, maar er zitten een paar serieuze dompers in. De toon van de film is gewoon niet constant: bij momenten is het een veredelde tekenfilm, waar mensen in het kruis geschopt worden om ze uit te schakelen, en waar Paul kan blijven stilstaan zodat mensen denken dat hij een etalagepop is. Maar andere momenten zijn er dan weer mensen die levend verbranden (al beweren de credits van niet, maar goed), of iemand die met een shotgun in de borst wordt geschoten zodat er een klein dramatisch momentje uitgeperst kan worden.

En hoewel de film alle kanten op gaat, blijft hij voornamelijk ook stil staan. Tussen het ontmoeten en het afscheid nemen van Paul - laten we zeggen een klein half uurtje - zit ruim een uur film waarin geen opbouw zit. We leren niets over deze personages, er zit geen waarneembare vooruitgang in het plot, er zitten geen wendingen in de verhaallijn. Er gebeurt gewoon niets, behalve dan dat de groep achtervolgd wordt door de slechteriken.

En toch is Paul absoluut geen blamage zoals The Hangover: Part II was. De grappen mogen dan wel zéér vaak langs de kijker heen vliegen en hoogstens een paar glimlachjes forceren, maar ze storen niet in die mate dat je er kwaad van kan worden. De cast is heel sterk met een altijd goede Frost en Pegg, een amusante Kristen Wiig en Seth Rogen die - en dit is een grote verrassing - een degelijke stemacteur is. De CGI voor het personage is ook meer dan degelijk en visueel is het geen enkel probleem om het computereffect als personage te accepteren. Jason Bateman lijkt zwaar miscast als de speciale agent die de groep opjaagt, maar uiteindelijk weet hij makkelijk te overtuigen. En omdat de cast tof is en er geen grappen van té laag niveau zijn weet de sfeer opperbest te blijven. Want als er één positieve zaak over Paul te zeggen valt, is het wel dat de film ondanks alles tof is om naar te kijken. Het is niet heel grappig, het plot vervalt al eens in clichés, de film staat een goed uur zowat stil, maar toch verveelt de film op zich geen seconde. En dat is ook al heel wat waard. Dusja: Paul is een vreemd filmpje om te moeten quoteren: er scheelt meer dan genoeg mee om niet over een goede film te kunnen spreken, maar ik kan ook niet zeggen dat ik spijt heb dat ik er naar gekeken heb. Positief? Negatief? Vervelend? Amusant? Paul is uiteindelijk, in één woord, gewoon heel erg..... mwe.

2 juli 2011

Sucker Punch (2011)

Vrienden, groot nieuws! Sucker Punch werd algemeen bijzonder slecht onthaald: critici deden waar ze goed in zijn en verscheurden de film op haast ongezien brute wijze, en ook het grote publiek werd in het algemeen niet warm voor Snyder's nieuwste. Wel, mijn persoonlijke mening over Sucker Punch is - en dit is zowat een unicum - dat hij beter is dan wat de meeste mensen zeggen. Nu weet ik ook eens hoe dat voelt, want vaak overkomt mij dat niet.

Het meest gehoorde argument is tegelijk ook het minst begrijpelijke: er zou geen logisch, coherent verhaal in de film zitten. Geen idee waar die mensen naar hebben zitten kijken, want Sucker Punch kent wel degelijk een solide plot, dat op zich zelfs vrij simpel is. Misschien dat die mensen verloren liepen in het scenario: het kan bijna niet anders of Zack Snyder heeft Inception gezien en vond die narratieve lagen ZO cool dat hij ze perse in zijn film moest hebben. Daardoor krijgen we het verhaal van een meisje dat in een mentale instelling opgenomen wordt, een instelling die gevisualiseerd wordt als bordeel, waarin ons hoofdpersonage sensueel moet dansen, dansen die gevisualiseerd worden als dikke vette nerdgasmische actiescènes.

En laten we vooral eerlijk zijn: dat is wat iedereen van deze Sucker Punch wou, en voor een groot deel levert Zack Snyder echt wel wat je kan verwachten. Een gigantische samoerai met een machinegeweer, een horde Nazi-zombies, een leger orks, vuurspuwende draken, gezichtsloze robots, ... Zack Snyder is gewoon een grote nerd die per dom toeval een carrière in Hollywood heeft gekregen, en tijdens deze actiescènes is dat dan ook duidelijk. Voordeel: je merkt Snyder's enthousiasme echt wel en hij weet visueel heel coole dingen te creëren. Nadeel: Snyder is geen goede regisseur. Spanning zit er nooit echt in deze scènes, er zit geen opbouw doorheen de actie, en vooral - VOORAL - moet Snyder eens met zijn fikken van die slowmotion knop afblijven. Zack Snyder is tegenwoordig niet zozeer een regisseur als dat hij een franchise op zichzelf is: we hadden eerder al 300, daarna kwam 300: Watchmen, en nu dus 300: Sucker Punch. Het is knal dezelfde opeenhoping van kleurenfilters - die vaker gatlelijk zijn dan dat ze positief werken - en slowmo, eventjes versnellen en dan weer driedubbele slowmo. Niemand vindt dat nog tof Zack Snyder. Niemand. Stop ermee.

Maar hey, eerlijk is eerlijk: ondanks de soms nogal frustrerende stijl werkten die scènes wel voor mij. Het is de domst mogelijke actie die je je maar kan inbeelden, maar het is echt wel heel cool en - een pluim in zijn hoed mag ook wel - Snyder brengt tenminste overzichtelijke actie. Eigenlijk snap ik alleen daarom al niet waarom deze film zoveel haat heeft gekregen: in een tijd waar actie op alle momenten maar voor de helft in beeld gebracht mag worden is dit nog eens echte, oerdegelijk ineen geknutselde actie met overzichtelijke shots en een natuurlijke editing. De mensen die al begonnen te roepen dat het de slechtste film van het jaar werd: hebben die de gigantische clusterfuck van een Battle: Los Angeles niet gezien? Wisten die niet dat er nog een nieuwe Transformers voor de deur staat? Sucker Punch is echt geen onkijkbare rotzooi, het is gewoon een betrekkelijk matig tot slechte film.

Want als er geen actie op het scherm te zien is trekt Sucker Punch wel degelijk op niks. Er is gewoon geen bal te beleven, het verhaal (ik herhaal: wel degelijk aanwezig!) is gewoon te dun uitgesmeerd om een uur en drie kwartier te blijven boeien. Het kijkt een beetje weg als Pan's Labyrinth, maar dan zonder al de burgeroorlog-scènes, en wel.... dat waren de beste stukken. Er is wat getetter doorheen de actiescènes heen, waarbij de meisjes bepaalde items bekomen, en dan is het weer tetteren terwijl we zitten te wachten op meer actie. Pas op, dat praten is iets wat de film absoluut nodig had, maar dan wel om de personages wat uit te werken of het verhaal te begeleiden, niet van dat nietszeggend gebrabbel waar deze film in uitblinkt.

Dus de actie is wel ok, de rest is opvulling, en de ratio "ok vs. opvulling" is niet positief. Snyder's regie is vrij kinderachtig en de muziek is om je haar van uit te trekken, maar dat maakt van Sucker Punch nu ook weer geen gigantische ramp. Ik heb al veel slechter gezien, ik zal nog veel slechter gezien en als het een beetje tegenzit komt deze niet eens in mijn lijst van de slechtste films van 2011. Het is die heksenjacht die deze film achter zich aan gekregen heeft gewoon niet waard. Naar het schijnt zou Zack Snyder zelf gezegd hebben het toppunt qua slowmo-bullshit bereikt te hebben en zou hij zijn Superman-project op een rustigere manier aanpakken. Dus als Sucker Punch het tussenstation is naar een kijkbare Man of Steel toe moeten we de film juist omarmen, en niet opjagen met hooivorken en fakkels. Dus relax, neem de film voor wat het is en wanneer je de nood voelt om Sucker Punch weer eens te vierendelen, herhaal je gewoon de mantra "Het is geen Battle LA. Het is geen Battle LA. Het is geen Battle LA."