29 november 2010

It Came from the West (2007)

Wanneer je als Deense filmmaker een kortfilm in elkaar wil flansen heb je een origineel idee nodig om een publiek aan te trekken. Beginnen doe je met zombies: iedereen houdt nu eenmaal van zombies, daar kan je weinig fout mee doen. Vervolgens wil je een originele setting: het wilde Westen van cowboys en indianen past perfect. Een zombiewestern is een prima onderwerp om een aangename kortfilm over te maken, maar zoiets kost nu eenmaal centen. Je moet grote western-sets bouwen, je acteurs aankleden, zombies schminken, etc. etc. Op zo'n momenten komen de échte genieën met inspiratie, en zo ook Tor Fruergaard: niet alleen vond hij een manier om de kosten te besparen, maar ook om zijn kortfilm nog origineler te maken: It Came from the West is namelijk een poppenfilm.

En meer moet je niet weten: als je nu nog niet héél veel zin hebt gekregen om deze kortfilm op te zoeken is er iets mis met je. En je zal niet teleurgesteld worden, want naast het hoogst originele uitgangspunt is de uitwerking hier ook van een hoog niveau. De film vliegt met zijn 17 minuten belachelijk snel voorbij, door een hoog tempo aan te houden en over genoeg originele ideeën te beschikken zodat er geen zinloze schermvulling nodig is. Een naakte zombiepop wordt met dynamiet bestookt, enkele poppen worden in brand gestoken én er komt een door stoom aangedreven kettingzaag met ingebouwd kanon kijken. Er zit genoeg schwung in het script om fris te blijven en het fun-niveau doet denken aan klassiekers als Evil Dead II of Braindead. En dan is er nog het typische poppen-effect: een cowboy-handpop moet nog maar via de klapdeuren het saloon binnenlopen of het is al geweldig amusant, door de wilde bewegingen en de twee stokjes die de armen bedienen. Het design van de poppen is geweldig (elke wijziging qua gezichtsuitdrukking is een grijns waard), de muziek is heerlijk authentiek en het hele stijltje is eigenlijk simpelweg perfect. Het had in principe vooral langer mogen zijn dan de 17 minuten dat het nu duurt, maar je merkt gewoon dat de film met deze lengte enorm veel tijd en werk gekost heeft. Een magistrale kortfilm.



25 november 2010

Dazed and Confused (1993)

De psychedelische hippies van de 60's, de flamboyante 80's disco of de turquoise trainingsbroeken en grunge van de 90's: elk decennium van onze moderne cultuur vult zijn eigen unieke definiëring anders in. De 70's worden wat dat betreft vooral bepaald door de mentaliteit: de jeugd in die tijd bestond voor een groot deel uit slackers die met niets anders bezig waren dan feestjes, hun hoeveelheid weed en de populaire muziek. Oftewel: Sex, Drugs and Rock 'n Roll!

Het is de laatste schooldag, de zomer staat voor de deur, de vogeltjes fluiten en laatstejaars ontgroenen de nieuwelingen door ze te vernederen of een ravage aan te richten op hun achterwerk. Vanuit dit gegeven introduceert Linklater een tiental personages, en daar houdt het ongeveer op. Net als in veel van zijn andere films (waaronder het populaire Before Sunrise en Before Sunset) verloopt Dazed and Confused zonder een duidelijk plot te introduceren. Van een traditioneel narratief is geen sprake, het voelt aan alsof iemand een camera heeft vastgenomen en afwacht wat er allemaal nog zal gebeuren. Alsof hij een antropologische documentaire aan het draaien is volgt Linklater de personages een slordige 24 uur lang, zonder dat er eigenlijks iets noemenswaardig gebeurt. Oppervlakkig gezien klopt die aanname: veel meer dan een dag school en 's avonds een feestje zien we niet, en dat zal sommige mensen afstoten. Door de combinatie van het hoge tempo en de compacte speelduur zal Dazed and Confused nooit vervelen, daar krijgt het de kans niet toe, maar de film zal volgens sommigen ongetwijfeld wat drive missen. Motivatie, een doel, duidelijk aangegeven hoofdpersonages: het ontbreekt allemaal. Maar de film heeft dat in feite absoluut niet nodig, want dit is niet zozeer verhalende cinema als misschien wel de ultieme coming-of-age film.

Een greep uit de personages: Randall 'Pink' Floyd (Jason London), de populaire atleet wiens nieuwe stoner-vriendenclubje voor problemen zorgt. Mitch, de eerstejaars die Randall als mentor leert kennen. Mike (Adam Goldberg) en Tony (Anthony Rapp), twee geeks die voor een keer ook eens gaan fuiven. Fred O'Bannion (Ben Affleck), die zijn laatste jaar opnieuw doet en nu opnieuw de eikel mag uithangen. Slater (Rory Cochrane), de ultieme stoner die altijd high rondloopt en zich vragen stelt over aliens en of George Washington zelf geen pothead was. En dan is er nog Wooderson (Matthew McConaughey), die jaren geleden afgestudeerd is maar bij de jongeren blijft rondhangen omdat hij zijn status niet wil opgeven. Dat, en de meisjes natuurlijk ("I love high school girls man: I get older, they stay the same age."). Volgens sommigen zijn dit stereotypen, maar niets is minder waar: dit zijn juist de archetypen van de schoolperiode, die zelfs buiten de 70's herkenbaar zijn. Zij vormen de kracht van Dazed and Confused, want in tegenstelling tot veel gelijkaardige films zijn deze personages veel meer dan deze korte beschrijving. Dit zijn diepgaande, veelgelaagde personages die niet beperkt blijven tot één duidelijke karaktertrek. Je voelt oprechte sympathie voor Pink, een soort triestige haat voor O'Bannion en een meelevende afkeer voor Wooderson. Het kan bijna niet anders of deze film is autobiografisch: de personages voelen gewoon ècht aan. Het zal uiteindelijk ook wel geen toeval zijn dat Linklater een aantal processen cadeau kreeg van zijn jeugdvrienden, maar door uit zijn eigen ervaring te putten is Dazed and Confused pakken interessanter dan veel van zijn genregenoten

Tussen al de banale gebeurtenissen door vinden een groot deel van deze personages levensbepalende momenten van helderheid, dewelke met een ongezien krachtige subtiliteit neergezet worden. Aangezien dit in feite een tienerkomedie is verwacht je zo'n ingetogen aanpak niet: wanneer een personage zich plots realiseert wat hij met zijn leven gaat doen verwacht je vuurwerk, overacting en een muzikaal orgasme, maar in Dazed and Confused wordt zo'n moment meegegeven met één enkele blik. Dat is een ode aan de acteurs (deze film heeft bijzonder veel huidige sterren voortgebracht), en door die intieme aanpak ervaar je Dazed and Confused veel sterker dan menig ander coming-of-age verhaal. En dat zit dan ook nog eens verpakt in een bijzonder authentieke en sfeervolle film. Bekijk bijvoorbeeld onderstaande scène eens.



De manier waarop McConaughey als een koning binnenloopt, die fenomenale muziek (naast Dylan staat de soundtrack vol met meesterwerken van ondermeer Alice Cooper, Aerosmith, Black Sabbath, Foghat, Lynyrd Skynyrd, Deep Purple, Kiss, etc. etc.) en dan is er nog die prachtige aankleding van set én kostumering. Het zorgt ervoor dat Dazed and Confused een complete film is: je leeft mee, geniet van elke seconde en kan eigenlijk niet wachten om de avond met deze personages nog eens opnieuw te ondergaan. Een meesterwerk.

12 november 2010

Sint (2010)

Ik ben een man van simpele smaken. Zie ik een actiefilm getiteld Kick-Ass, dan wil ik dat hij grote hoeveelheden ass kickt. Zie ik een drama getiteld Remember Me, dan wil ik dat het memorabel is. Zie ik echter een horrorfilm getiteld Sint, dan verwacht ik een cheesy horrorfilm (mogelijk horrorkomedie) die handelt over Sinterklaas. En eigenlijk is dat met Sint niet echt het geval.

Begrijp me niet verkeerd: Sint is an sich een adequate horrorfilm, daar kan je weinig over zeggen, maar er schuilt zo belachelijk weinig plezier in. Bij een Sinterklaashorrorfilm wil ik droge oneliners, stevige suspense en vettig plezier. Wat ik niet wil is een zoveelste archetype van een slasherhorror à la Halloween, Friday the 13th of Scream. Want helaas, helaas, driewerf helaas: meer is deze Sint echt niet. Het hele verhaal rond de kwaadaardige Sinterklaas wordt compleet serieus gebracht, en de pogingen tot humor (die zelden echt goed uit de verf komen) staan steeds los van het figuur, maar teren op het feest errond. Grappen als "ik dacht dat we dit jaar geen Sinterklaas zouden vieren?" vormen de enige poging om de sfeer te verlichten, terwijl de Sint uitgespeeld wordt als de Freddy Krueger van A Nightmare on Elm Street, waar de film vooral nood heeft aan de Freddy Krueger van A Nightmare on Elm Street III: Dream Warriors. Er zitten geen knipogen in de film, het verhaal wordt hautain uitgespeeld als een normale horrorfilm, en waarom heb je dan überhaupt Sinterklaas nodig? Na al de negatieve commentaar rond de film verwacht je dat er ook effectief iets met dat gegeven gedaan wordt, maar meer dan een misvormde, moordende Sinterklaas komt er niet. Dat de oudere generatie daardoor automatisch naar lucht moet zoeken wil helemaal niks zeggen. En door het gegeven dat Sinterklaas als schurk zo saai en plat is, speelt de hele film verder met de handrem op.

Voorbeelden zat daarvoor: Sinterklaas zelf vermoordt ruw geschat twee personen, de rest wordt allemaal gedaan door zijn "zwarte pieten". Tussen aanhalingstekens, want van echte zwarte pieten valt hier niet meer te spreken. Geen zwartgeschminkte blanke mannen met zwarte krullen en gekleurde pakjes. Deze zwarte pieten zijn niets anders dan Tolkien's Uruk-hai: vuil, grauw, bedekt met klassieke bepantsering en wapens en een flink misvormd smoelwerk. Natuurlijk, daar is een reden voor gegeven aan het begin van de film, maar dat maakt allemaal niet uit: dit zijn geen zwarte pieten. Maar goed, een film waar een troep Uruk-hai een hoop Nederlanders vermoordt klinkt nog altijd behoorlijk tof? Wel, ook dat steekt flink tegen, want een ruime meerderheid van de liquidaties gebeurt offscreen. De camera focust op een personage, spanning wordt opgebouwd, en vervolgens wordt het personage gegrepen door iemand die we niet zien: einde scène. Het is altijd hetzelfde verhaal tegenwoordig. Vroeger waren originele moorden hét hoogtepunt van het horrorgenre, zelfs iets waarop je de hele film op kon afrekenen. Deze Sint laat zeer weinig expliciet zien, en wanneer het dat wel doet is het weinig meer dan een ledemaat dat wordt afgehakt, waardoor je een bloedspuwende stomp van een arm of nek ziet. Het is Sinterklaas. Kinderen krijgen speelgoed. Je kan probleemloos tientallen originele, amusante afstraffingen bedenken met dit gegeven, maar neen: in Sint zien we niet één keer iets dat blijkt geeft van enige creativiteit.

En ja, dat is een film beoordelen op iets wat het niet is, maar in dit geval is het een film beoordelen op wat het had moeten zijn. Sint is een horrorfilm waar Sinterklaas in geplakt werd, en geen film die rond Sinterklaas werd gemaakt. De enige motivatie kan dan ook niets anders dan de financiële kant van de controverse zijn, want er zit duidelijk geen liefde in deze prent. Het is een routineklus, en zo voelt de film dan ook aan: Sint is vooral heel veel gemist potentieel. Het had geweldig kunnen zijn, maar er wordt nooit echt gespeeld met het concept rond Sinterklaas. Dat wil niet zeggen dat dit een slechte film is, zoals ik al zei: Sint is een adequate horrorfilm. De productiewaarden liggen hoog, de effecten zijn overtuigend, het acteerwerk is - voor dit soort film - redelijk (ontegensprekelijk hoogtepunt is de enkele scène met Barbara Sarafian: hilarisch) en er zitten degelijke scènes in. Maar de braafheid van het geheel, het gebrek aan enthousiasme en de verschrikkelijke climax (het zou eigenlijk niet als climax bestempeld mogen worden) maken van Sint een vergeetbare tegenvaller.

6 november 2010

Mega Piranha (2010)

Veertig minuten lang is Mega Piranha een flinke tegenvaller. Een slechte Asylum film, waar piranha's boten opeten en de militaire powerhouse Venezuela vermoedt dat dit een terroristische daad is. Veertig minuten vol lelijke bruine filters, een belachelijke aan 24-grenzende stijl en in het algemeen gewoon heel erg weinig panache. Maar dan weet het op twee minuten tijd zich plots te ontpoppen tot een dubieus meesterwerk van hoge kwaliteit. De reden?



Paul Logan die een stroom aan piranha's bicycle-kickt, alsof hij Mortal Kombat's Liu Kang zelf is. Filmscène van het jaar, makkelijk. En het blijft niet alleen bij dit moment: vanaf het 40-minuten-punt is Mega Piranha een memorabele B-film met heel veel belachelijk coole scènes. Maar goed, ik loop te hard van stapel: Mega Piranha is eigenlijk een Asylum-mockbuster van het eerder dit jaar uitgekomen Piranha 3D, maar omdat de release van die film vertraagd werd was Mega Piranha eigenlijk te vroeg om effectief van die naam te kunnen profiteren. De film gaat duidelijk verder op het succes van Mega Shark vs. Giant Octopus, tot op vandaag makkelijk de populairste Asylum-film: 'Mega' in de titel, een vergeten kindster in de hoofdrol (ditmaal zangeres Tiffany) en zelfs één specifiek shot van een militaire basis dat uit de film gerecycleerd werd. Het lukt The Asylum tegenwoordig zowaar om te parasiteren op het succes van hun eigen films: prachtig. Nu, aangezien dit een monsterfilm is zijn er ruw geschetst twee grote plotmogelijkheden: omdat het ontdooien van een eeuwenoud monster al in Mega Shark vs. Giant Octopus gebruikt werd is het deze keer de beurt aan een gekke wetenschapper die gevaarlijke beestjes nog net een tikkeltje gevaarlijker weet te maken. Deze keer: piranha's. En hoe maak je mensetende vissen nog gevaarlijker? Je geeft ze twee harten, maakt ze hermafrodiet zodat ze aseksueel kunnen voortplanten en zorgt ervoor dat ze iedere 36 uur verdubbelen in grootte. Totaal ongerelateerd: de piranha's zijn ook onverslaanbaar voor wapenrij als pakweg gigantische kanonnen of zelfs een fucking kernbom! SCIENCE!... denk ik toch.

Maar het allertofste is wanneer de piranha's eenmaal een meter of tien hoog zijn. Je hebt dan die geweldig verzonnen wezens, maar er zitten geen mensen niemand in het water. Wat dan gedaan? Wel, de mega piranha's hebben zo hun eigen technieken om toch een hoop slachtoffers te te terroriseren. De meest gebruikte is om gewoon uit het water te springen en face-first op eens mens te vallen, waardoor de piranha na zijn maaltijd - het blijven nu eenmaal vissen - hulpeloos op de grond blijft liggen spartelen. De enige manier om dit probleem op te lossen is door de film te kruisen met Sharktopus, dus moest één van de volgende Asylum-monsterfilms Piranhapus noemen - en laten we eerlijk zijn: die kans is vrij reëel - I called it. De andere populaire aanvalsstrategie die toegepast wordt is zowaar nog effectiever: spring uit een rivier, duik met alle kracht een gebouw in, veroorzaak daardoor een explosie en blijf vervolgens de rest van je leven uit datzelfde gebouw bengelen. Mega Piranha doet zowaar aan Birdemic denken, petje af daarvoor. Het valt ook op dat bepaalde, inmiddels befaamd hilarische scènes hun weg in deze film vonden. Zo is er overeenkomst met Birdemic, maar ook de legendarische confrontatie tussen Samuel L. Jackson en een haai in Deep Blue Sea zit op quasi identieke manier in de film (verander 'haai' in 'piranha' en 'Samuel L. Jackson' in 'willekeurig personage'). Maar het absolute hoogtepunt - geen twijfel - is wanneer je plots een flard van Deadly Prey, tevens nog altijd de coolste actiefilm ooit, ziet voorbijkomen.



Toeval of toch wonderbaarlijk gesynchroniseerde idiotie? Het maakt me niet uit, maar alleen al hierom zou ik filmmaker Eric Forsberg wel kunnen kussen. Goed, tussen de gigantische vliegende piranha's door zien we nog wat amusante scènes. Piranha's die een onderzeeër bijten tot hij ontploft, een vliegdekschip dat gekelderd wordt door dezelfde monsters of zelfs een variant op de alvast legendarische scène in verband met een zekere Mega Shark en een vliegtuig.



U ziet: qua memorabele scènes zit het allemaal wel snor. Maar dé grote moeilijkheid van deze film is het slot: hoe maak je een einde aan honderden gigantische piranha's die zich aseksueel voortplanten en zo'n beetje onsterfelijk zijn (getuige de kernwapens)? Wel, de schrijvers wisten het ook niet precies: de helden weten één piranha te verwonden, waarna de rest van de vissen hem oppeuzelt. Einde. Er wordt een beetje geïmpliceerd dat de piranha's zich hierdoor tegen elkaar zullen keren en elkaar stuk voor stuk zullen opvreten, maar in zo'n gevecht zal er altijd één "last man standing" zijn, die zich dan weer kan beginnen vermenigvuldigen. De enige manier waarop dit einde steek houdt - en dit is toch wel een geweldig gegeven - is wanneer je de logica achter de Mega Shark vs. Giant Octopus finale gaat doortrekken om er van uit te gaan dat in het allerlaatste duel de twee piranha's plots allebei tegelijk zullen sterven. Consequent zijn ze wel, die Asylum-jongens.

24 oktober 2010

The Social Network (2010)

Eenentwintig jaar, actief op het internet en zelfs "ik vind dit leuk" knopjes onder elk artikel. Het mag u verbazen, maar toch ben ik niet actief op Facebook, en het lijkt er steeds vaker op dat ik de enige ben. Andermans levens zijn niet interessant genoeg om op de voet te volgen tenzij ze aangevet of botweg gelogen worden, waar je bij geconcentreerde, "normale" sociale omgang geen last van hebt. En daarbij ben ik ook al geen fan van technologie waarvan de gebruiker eerder slaaf is dan meester. Maar om dat half miljard mensen dat mijn mening niet deelt (dwazen!) een plezier te doen heeft Aaron Sorkin een ijzersterk script geschreven (een adaptatie van The Accidental Billionaires) en mocht David Fincher het allemaal in beeld brengen. De Fincher die zijn strepen verdiende met gewaagde films als Se7en en Fight Club lijkt nu, na eerder ook al The Curious Case of Benjamin Button, nog nauwelijks herkenbaar.

In "de Facebook-film" zien we het ongetwijfeld sterk gedramatiseerde verhaal van Mark Zuckerberg. Nadat hij gedumpt wordt door zijn vriendin - niet onlogisch, want Zuckerberg is een egocentrische, tactloze zak - bezat hij zich en zet de eerste stapjes van het fenomeen dat uiteindelijk 10% van de wereldbevolking zal veroveren. Vervolgens zien we de evolutie van de website en de rechtszaken die Zuckerberg daardoor krijgt aangesmeerd. Deze blok "documentaire" vormt het leeuwendeel van The Social Netwerk, en de grootste verdienste van de film is dat dit nooit vervelend wordt. De film raast aan een hoog tempo voorbij en weet vooral door de vlijmscherpe dialogen te overtuigen. Gesprekken vloeien bijzonder aangenaam voort en weten de zeer specifieke vakjargon zeer goed op te vangen. Het is één ding om termen als "SQL" en "BASIC" zomaar rond te strooien, maar om ze in een mainstream-film te hanteren en toch niemand te distantiëren geeft blijk van een sterk uitgebalanceerd script. Het is ongeveer wat je zou kunnen verwachten dat Quentin Tarantino met een film als The Matrix zou uitspoken. Het is hip, het is aangenaam, het is cool, ookal heb je soms misschien geen idee wat bepaalde verwijzingen precies betekenen. Dat is de voornaamste steunpilaar van de film: haal de frisse dialogen weg en The Social Netwerk is plots een bijzonder flauwe film. Maar omdat de gesprekken nooit vervelen is het makkelijk om je aandacht volledig aan de film te schenken, waardoor de informatiestroom makkelijk op te nemen is. Het doet denken aan Finchers Zodiac, dat een zware informatiestroom volledig uitbouwde op zeer frequente dialogen.

In Amerika wordt de film al bejubeld als "generatiedefiniërend" en "de beste film van het jaar". Waar ze dat precies vandaan halen is mij volledig ontgaan. Dit is vooral een film over de oprichting van Facebook, en dat was voor mij eigenlijk wel een verrassing. Je verwacht - zeker met de opmerkingen uit de USA in het achterhoofd - een commentaar op de sociale situatie die er nu heerst. Een kijk naar het effect dat Facebook gehad heeft. Maar dat komt allemaal nooit ter sprake, en in de plaats daarvan is The Social Network's "B-kant" een verhaal vol platgelopen paden als macht en verraad. Niet dat dat slecht gedaan is: naar het einde toe is er bijvoorbeeld een moment tussen Zuckerberg en mede-oprichter Eduardo Saverin waarbij je hart bijna breekt. Maar iets nieuws is dat niet. Om nog maar eens terug te keren op Benjamin Button: de regisseur lijkt zijn scherpe kant kwijtgespeeld te zijn, en neemt de laatste tijd betreurenswaardig weinig risico's. Mogelijk het enige interessante facet is de manier waarop "de Harvard-ervaring" naar het internet wordt gehaald, waar het weinig verschilt van de normale speelplaats-omgang die wij allemaal hebben meegemaakt. Maar wordt daar ooit expliciet een punt over gemaakt? Betekent die analogie iets? Neen, het lijkt door het gebrek aan aandacht zelfs veel op toeval. Het is jammer dat er niet meer met de mogelijkheden werd gedaan, mede omdat de film een behoorlijk slap einde kent. Niet onlogisch ook: we zitten momenteel op het hoogtepunt van Facebook, waardoor deze film ongetwijfeld te vroeg gemaakt werd. De slotscène komt heel erg plots en hapert duidelijk in de natuurlijke opbouw die een climax hoort te definiëren. Het lijkt mij meer dan waarschijnlijk dat ook Facebook ooit zijn relevantie zal verliezen: dat was het moment om deze film te maken, nu is het gewoonweg te vroeg.

The Social Network is dus het verhaal van een jongen die miljardair werd, waardoor hij distantieert van zijn vrienden en een paar rechtszaken te verduren krijgt. Is het dat waard? Zijn menselijke aspecten in het leven belangrijker dan tonnen geld? Wat je mening daarover ook moge zijn: na het zien van deze film zal daar niets aan veranderen. Door deze oppervlakkigheid weet de film ook geen al te diepe indruk na te laten. Maar als we al de commentaar op wat deze film niet is even achterwege laten is The Social Network wel degelijk een ijzersterke prent. Qua cinematografie en camerawerk is David Fincher subliem als altijd, en ook de sterke soundtrack van Trent Reznor (van Nine Inch Nails) is misschien wel onverwacht, maar ook een grote meerwaarde. In de cast zitten een paar dubieuze beslissingen. Zo krijgt Rashida Jones een veel te kleine rol voorgeschoteld en mist er een onbepaalde chemie tussen de Winklevoss-broers. De reden daarvoor is omdat beide rollen door Armie Hammer gespeeld worden: hij doet dat goed, maar het is quasi onmogelijk om een echte relatie neer te zetten tussen twee personages die je zelf speelt. Onnodig experiment. Maar daarnaast staat Andrew Garfield heel sterk te acteren en ook Justin Timberlake overtuigt verrassend genoeg (de eerste film waar hij geen flashbacks naar *Nsync oproept?). Maar hoofdrolspeler Jesse Eisenberg steelt zowat elke scène waarin hij rondloopt. Hij werd al eens beschreven als een tweede Michael Cera, maar na The Social Network zal je dat niet vaak meer horen. Hij creëert moeiteloos een interessant, vermoeiend personage: een zelfvoldane eikel waar je toch sympathie voor voelt. Eisenberg weet de ironie van het personage (dat het grootste sociaal netwerk werd opgericht door een asociale eenzaat) perfect vast te leggen en levert een bijzonder sterke prestatie. Maar toch... het had zoveel meer kunnen zijn. Generatiedefiniërend is dit allerminst niet. Maar aan de andere kant heb ik mij twee uur sterk geamuseerd met een film over Facebook, dat is ook een zekere verdienste.



Ook te lezen op Filmorama

17 oktober 2010

The Last Airbender (2010)

Het staat buiten kijf dat de enkelingen die M. Night Shyamalan in 1999 al bewierookten tot de nieuwe "master of suspense" inmiddels niet meer in openbare ruimtes mogen treden zonder een mentaal gezonde begeleider. De grootmeester van de beschimmelde cinema is niet bepaald goed bezig: The Happening was een hilarische abominatie van een thriller, waar die beschrijving - min het 'hilarische' - ook wel klopt voor The Village. Unbreakable trok ook al op niet veel (ookal zullen een hoop mensen het daar niet mee eens zijn) en Signs was betrekkelijk matig in al zijn facetten. Het probleem is niet perse Shyamalan's regie - ondanks de frequente fouten toch behoorlijk secuur - maar eerder in het feit dat hij zijn eigen scripts probeert te schrijven, waartoe hij simpelweg niet in staat is. Deze The Last Airbender werd kritisch compleet met de grond gelijkgemaakt (een bijna historisch lage 6% op Rotten Tomatoes) en er werd stiekem al gefluisterd dat dit misschien wel Shyamalan's laatste kans was. Exit Shyamalan, denk je dan, maar omdat een marketingcampagne zichzelf altijd terugbetaalt haalde de film een slordige 300 miljoen binnen en mogen we ons binnenkort alweer opwarmen voor de naar ego-masturbatie neigende Night Chronicles trilogie. Maar goed, toch hoge verwachtingen voor The Last Airbender, want met een film van het kaliber The Happening zou ik meer dan tevreden zijn. De film begint met de gebruikelijke bombastische credits, wanneer...
UUuuuuuuuunnnnnnnnggggggggghhhhhhhhh... de goede hoop is spontaan op bijzonder pijnlijke wijze uit mijn lichaam gemigreerd. Hoe is het toch mogelijk dat dit soort greenscreen-effecten nog geproduceerd worden buiten de jaren 90? Alles schreeuwt fakeheid uit: de belichting, het acteerwerk van deze onbekende gezichten, de diepte, ... je film met zo'n effect starten is dodelijk. En die lijn wordt doorheen het volledige anderhalf uur doorgetrokken met nogal zwakke vuur- en water-effecten die vaak niet weten te overtuigen. En dat op een budget van 150 miljoen, zonder grote namen in de cast: frappant. Die cast bestaat trouwens compleet uit verschrikkingen van acteurs: Dev 'Slumdog' Patel is het herkenbare gezicht, maar staat zich duidelijk te forceren en overtuigt niet. De rest van de grote rollen bestaat uit onbekende gezichten en irritante kinderen, waar vooral debutant Noah Ringer (als hoofdpersonage Aang) een enorm vervelende presence heeft. Goed, het acteertalent is dun gezaaid en Shyamalan lijkt zijn acteurs nooit echt te regisseren, maar ook de personages die gespeeld dienen te worden zijn allesbehalve interessant.
The Last Airbender is namelijk bijzonder fragmentarisch. Het is de verfilming van een volledig seizoen, wat er ook duidelijk aan te zien is. De film valt op te delen in stukken van vijf à tien minuten, waarvan ik zou gokken (aangezien ik de serie nooit gezien heb) dat dat specifieke afleveringen zijn. Daardoor staat de spanningsboog nooit bepaald strak en kabbelt de film steeds maar weer verder naar de volgende aflevering. Maar we krijgen ook steeds kleine stukjes expositie over bepaalde zaken, die allemaal netjes op elkaar volgen: als tv-serie werkt dat omdat je een langere speelduur ter beschikking hebt, waar deze aanpak als film veel te geforceerd overkomt. Dat Aang twee keer ontvoerd wordt in één seizoen zal op zich niet zo erg zijn, maar dat hij twee keer ontvoerd wordt in één film komt bijzonder ongeïnspireerd over. Even dodelijk op dat vlak is de korte speelduur: er werd een half uur aan materiaal geschrapt omdat de conversie naar 3D anders te duur zou worden. Wat overblijft is een film van anderhalf uur, waar geen opbouw in zit en letterlijk elke scène in dienst staat van het plot. Er is geen ruimte om de personages te ontplooien, waardoor ze allemaal bijzonder plat blijven, wat zeker met déze acteurs rampzalig is. Daardoor wordt er beroep gedaan op een narratieve voice-over, die soms bijzonder pijnlijk duidelijk maakt dat deze film langs alle kanten hapert. Zo wordt de jongen verliefd op de prinses van het waterrijk: "they became friends", zegt de vertellende stem, en de volgende scène is dat inderdaad zo. Of Aang die naar het waterrijk moet gaan en zichzelf trainen in het zogenaamde "waterbenden": hij vaart het waterland binnen en de volgende scène kan hij plotsklaps waterbenden. Van een natuurlijk tempo is hier geen enkele minuut sprake.Het wordt zo mogelijk nog erger wanneer er geen voice-over gebruikt wordt. Het achtergrondverhaal van slumdog wordt volledig uit de doeken gedaan in dialogen. Ofja... ongeveer. Een generaal van het vuurrijk staat op, spreekt zijn duizenden manschappen die het verhaal al kennen toe en start een speech over het leven van de prins. Hij begint zelfs met de wijze woorden "as you all know", om vervolgens enkele minuten door te ratelen tegen soldaten die het verhaal dus allemaal al kennen. Nog frustrerender: diezelfde prins die een willekeurig klein jongetje bij zich roept en vraagt wat hij van de prins weet. Het jongetje zegt zijn monoloog op en wandelt dan weer weg: einde scène. Deze knullige technieken stralen een zekere onmacht uit, en hoe rommelig Shyamalan's films in het verleden ook waren: dit is een compleet nieuw niveau van incompetentie. Het lijkt wel het werk van een talentloze debutant, waar Shyamalan onderhand toch al een talentloze gevestigde waarde is. Belangrijkere dingen worden in de film zelfs helemaal niet uitgelegd: Aang mediteert een drietal keer en praat dan tegen een grote draak die blijkbaar altijd hulp biedt. Geen introductie, geen uitleg, gewoon een paar keer een conversatie met een draak. The Last Airbender is behoorlijk saai, rommelig en afstandelijk. Er zit in feite maar één positieve noot in de film: wanneer de benders hun speciale "magische" aanvallen doen gaat dat gepaard met tai-chi bewegingen, soms zelfs in grote choreografieën. Het is bijzonder amusant om iedereen die rare sprongetjes te zien doen, maar daar blijft het ook bij. Zelfs de gevechten die daarop volgen zijn saai: een vuurbender flappert wat met zijn armen en roept een vuurbal op, waarop de andere dan op zijn gemak een grond- of waterschild oproept. Daarop wordt de vuurbender kwaad, flappert nog wat expressiever met zijn armen en roept een grotere vuurbal op, waarop de andere weer een schild oproept. En dat gaat door tot de persoon die het schild oproept een foutje maakt... Enfin, The Last Airbender is dus een aanrader voor iedereen die vijf minuten tai-chi gekte wil zien, en daar een saaie, platte film van anderhalf uur voor wil trotseren. Succes.

3 oktober 2010

Holy Water (2009)

Vier mannen stelen een camionette vol viagra, uit angst voor de gespecialiseerde Amerikaanse politiedienst dumpen ze hun lading in het waterreservoir van hun landelijk dorpje. Een behoorlijk zwakke premisse die uiteindelijk nog veel slechter uitgevoerd wordt dan je op voorhand zou durven denken. Om een duidelijk beeld te schetsen: producent van de pillen - 'Pfizer' - vond het nodig om zowel aan het begin als aan het eind uitvoerig te vermelden dat het absoluut niets met de film te maken heeft.

Volkomen terecht overigens, want Holy Water is een verschrikkelijk debacle van een "komedie". Gedurende het volledige slepend anderhalf uur wist de film niet één lach uit mij te forceren. Hoe krijg je dat voor elkaar? Zelfs enkele van de meest afschuwelijke komedies die we de laatste jaren voorbij zagen komen - zoals pakweg You Don't Mess With the Zohan of Meet the Spartans- wist op een bepaald moment toch wel één klein hah-tje uit mij te sleuren. Holy Water is absoluut een betere film dan die twee producten, al was het maar omdat het niet constant vervalt in willekeurige popcultuur-verwijzingen, maar als je het op vlak van geslaagde grappen niet kan halen van die concurrentie moet je eens flink aan de alarmbel trekken. Dat probleem kent zoveel verschillende oorzaken dat het lastig is om precies een punt uit te kiezen waarop de film het sterkst de mist in gaat. Laten we beginnen aan het slakkengangetje waaraan de film zich voorttrekt: tegen volle gletsjersnelheid - de enkele jaren dat we die vergelijking nog kunnen maken zullen we het ook niet laten - glijdt de film zijn speelduur vol. De viagra wordt ongeveer op het uur in het waterreservoir gedropt, terwijl dat toch het uitgangspunt van de film is. Vooraleer we dat punt bereiken krijgen we zeer weinig te zien: de vier centrale personages die een half uur niets lopen te doen, de lading stelen en dan nog eens twintig minuten niets doen. Die kaping van de blauwe pillen is trouwens de enige amusante scène in de film, "grappig" is een paar stappen te ver, maar dat was alleszins het enige moment waarop er een zwakke opwaartse parabool onder mijn neus te vinden was. Het vervelendste aan Holy Water is dat het door zijn toch wel charmante cast, vrolijke folk-soundtrack en redelijk uitgangspunt over een karrevracht komisch potentieel lijkt te beschikken, maar elke keer dat je denkt "ja, nu gaat het los komen" vindt de film geheel nieuwe manieren om je hardhandig teleur te stellen. Dat voelt aan als het vinden van een portefeuille die steeds met een touwtje verder getrokken wordt: ondanks de goede bedoelingen ben jij het uiteindelijk die er als een idioot naar staat te gapen.

Kinderlijke woordspelingen als "I need a stiff drink" en "We're looking for hardened criminals" zijn het resultaat van creatieve hoogtepunten in het schrijfproces van Holy Water, maar zelfs grappen zo flauw als deze vliegen compleet over je hoofd heen door de verschrikkelijke komische timing. Het is soms wat té subtiel, en dat wil wel wat zeggen over de balans binnen de film die een bepaalde grap kent met als enige ingrediënt "naakte mannenkont". Dat is het eerste uur: saai gezwets met nul goede grappen en zelfs maar weinig slechte grappen. In het laatste half uur zou je dan denken dat dit alles vervalt in goedkope seks- en piemelgrappen, want iedereen in het dorpje zit namelijk vol viagra. In eender welke andere film zou dat een nadeel zijn, maar hier keek ik er toch wel enigszins naar uit... maar zelfs op dat punt weet Holy Water teleur te stellen. De premisse is seksueel pikant op een halfbakken Christelijke manier, maar ook dat punt wordt nooit waargemaakt: de film probeert vooral geen grappen te maken die ook maar bij iemand in het verkeerde keelgat zou kunnen schieten. Dit is een komedie voor hoogbejaarden die al moeten giechelen bij het woordje "seks", en in die optiek is de film een honderdtal jaar te laat gemaakt. Niet dat dat punt consistent doorheen de hele film aanwezig is natuurlijk, want tussen de hamsters die zich 's nachts plots vermenigvuldigen door (geen idee op welke manier de schrijvers denken dat geslachtelijke voortplanting precies beïnvloed wordt door viagra) zijn we ook getuige van twee seksscènes die héél erg Hollywood aanvoelen, iets wat mijn grootmoeder en vrienden vast weer wat minder zouden kunnen appreciëren.

De fout met de hamsters is trouwens niet de enige die gemaakt wordt: de schrijvers hebben duidelijk geen idee hoe viagra precies werkt. In werkelijkheid optimaliseert het simpelweg de bloedtoevoer naar de penis, maar dat zijn details waar de schrijvers zich duidelijk niet mee bezig hielden: in Holy Water is viagra - toch zo een beetje de basis van de hele film - een sterk afrodisiacum. Mannen die het water drinken worden plots botergeil en bespringen alles wat beweegt, terwijl de vrouwen ei zo na een emmer bij de hand moeten houden om hun plotse nattigheid in op te vangen. Geen wonder dat de mannen van Pfizer zich willen distantiëren van de film: het schetst een compleet verkeerd beeld van het medicijn. Ironisch genoeg onderstreept het daarmee waarschijnlijk het publieke idee waardoor het pilletje zo succesvol werd, dus mag Holy Water de bedrijfs- en merknaam ongelimiteerd gebruiken, zolang je maar weet dat het bedrijf er afstand van neemt. Sluwe vossen, die viagranen. Er is welgeteld één erectie te vinden binnen deze film, en die wordt gebruikt als punchline wanneer - houdt u klaar - een garagist niet van onder een auto vandaan kan omdat zijn erectie in de weg zit. Lachen, gieren, brullen. Wel nog iet of wat amusant is de treinramp die Linda Hamilton is: ooit was ze Sarah Connor, nu loopt ze nogal doelloos rond in dit stuk Brits afval. Misschien denkt ze hiermee haar carrière te recupereren? Misschien denkt de regisseur daarmee voor een breder publiek te zorgen? In ieder geval biedt dit absoluut niets behalve een half binnensmondse "Hey, dat is Sarah Connor............ oké dan". Om geheel gepast te concluderen: Holy Water is slap, weet niet waar het mee bezig is, lijkt ondanks zijn korte lengte eeuwig te duren, houdt zich totaal niet overeind en loopt uiteindelijk af met een flinke anticlimax. Als dit de slechtste woordspelingen zijn die u in tijden gelezen heeft mag u van geluk spreken dat u Holy Water niet bent gaan kijken.