14 september 2010
Exit Through the Gift Shop (2010)
Banksy is één van de grootste artiesten binnen de "street art" beweging: net als bij graffiti worden hierbij alledaagse straten gebruikt als canvas, maar street art gebruikt een ruimer arsenaal aan materialen om hun kunst te verwezenlijken (veelal stickers en posters). Thierry Guetta is een simpele Fransoos met een vreemde handicap: hij loopt letterlijk elk uur van de dag met een camera rond, waarvan de cassettes onbekeken opgebaard worden in het massagraf waar Guetta de laatste twintig jaren van zijn leven opgeslagen heeft. Per toeval leert Guetta de street art wereld kennen, waardoor hij uiteindelijk met Banksy in contact komt: er wordt besloten dat Guetta een documentaire over de kunststroming uit zijn eindeloze hoeveelheid beeldmateriaal zal knutselen. Zijn werk lijkt nergens naar, waarna Banksy de documentaire overneemt en Guetta aangemoedigd wordt om zelf wat kunst te maken. Hij huurt een groep mensen in die zijn ideeën, die bijzonder veel lijken op minderwaardig Banksy werk, uitwerken en organiseert een galerij. Hij hangt een paar posters op vol interessante citaten van street art legendes en voor hij het zelf goed en wel doorheeft is Guetta - onder zijn pseudoniem "Mr. Brainwash" - de hotste naam in L.A. en verkoopt hij zijn zielloos werk voor een miljoen dollar.Dit soort documentaires met een hoek af zorgen zo vaak voor parels van films: The King of Kong en Anvil: The Story of Anvil vond ik twee van de amusantste films van vorig decennium en eerder dit jaar was er ook al het prettig vreemde Best Worst Movie. Maar er is een verschil: in die films lijkt alles zo bizar dat het wel opgezet moet zijn, maar steevast zijn het 100% oprechte documentaires. Bij Exit Through the Gift Shop ligt dat enigszins anders. Tijdens het kijken was ik er van overtuigd dat dit een Spinal Tap achtige mockumentary is, tot letterlijk het voorlaatste
shot: de cover van Madonna's "Celebration" CD werd gecreëerd door Mr. Brainwash. Als de bliksem naar wikipedia, en jawel: Mr. Brainwash én zijn immens succesvolle galerij bestaan wel degelijk. Dus misschien is dit effectief een documentaire? Maar de duizenden videobanden, Guetta's professioneel walgelijke documentaire en het nooit tonen van een productieproces lijken dan weer vrij onwaarschijnlijk. Maar het kan ook niet allemaal verzonnen zijn: er bestaat bewijs van Mr. Brainwash tot zeker vijf jaar terug. De grootste triomf en tegelijk de verscheurende realiteit is dat er eigenlijk, op dit moment, geen manier is om te weten of dit de realiteit, dan wel een hoax is. Feit is dat zowel Banksy als Mr. Brainwash echte artiesten zijn, en dat Brainwash' "Life is Beautiful" galerij hem een hoop geld heeft opgeleverd met minderwaardig materiaal dat niets meer is dan een poging tot het kopiëren van andermans stijl.Zelf geloof ik dat dit een sterk opgezette hoax is: Thierry Guetta is een acteur die in de film - en daardoor nu ook in het echte leven - vorm mag geven aan Mr. Brainwash, wiens identiteit tot voor zijn eerste galerij nog onbekend was. Banksy zou zomaar eens het materiaal van Mr. Brainwash kunnen geproduceerd hebben, met opzettelijk het kwalitatief te beperken. Enfin, uiteindelijk is dat misschien vrij irrelevant (doch intrigerend). Waarom zou Banksy dat überhaupt doen? Wel, de kracht van Exit Through the Gift Shop zit em, ongeacht zijn authenticiteit, in de sociale
commentaar die in de derde akte van de film schuilt. Het werk van Mr. Brainwash ontbreekt alles wat kunst hoort te definiëren: er zit geen integriteit, beleving, originaliteit of zelfs maar enige moeite in zijn werk. Zijn producties zijn het resultaat van een hersenscheet, waarna werknemers het idee voor hem in elkaar knutselen. En dat is er ook aan te zien, want van de honderden werken die hij op korte tijd produceert zien we er niet één dat ons echt bijblijft, of ook maar getuigt van een eigen stijl. Maar de hype is er. Er wordt gezegd dat er voor de grote opening tweeduizend mensen wachten aan de poort, en dat voor een artiest zonder verleden. Sommige aanwezigen geven zelfs aan dat ze niet weten wat ze er doen, maar ze zijn er allemaal van overtuigd dat dit hét kunstgebeuren van de komende jaren zal zijn.Een eigen mening is tegenwoordig een zeldzaam iets, zeker in de artistieke wereld. Degene die zich negatief durft uiten tussen de loftrompetten door krijgt al snel te horen dat "hij het niet snapt", en de algemene oprechtheid is ten koste gegaan aan zelfverdediging: niemand wil natuurlijk als dommerik bestempeld worden. En daarmee is de kunstwereld een grote grap geworden, zo lijkt Banksy te willen vertellen. Mensen zijn als schapen en willen niet liever dan geleid worden naar wat goed is, zonder zelf een objectief oordeel te moeten vellen. Veel van het volk dat voor Mr. Brainwash staat te wachten heeft immers zijn besluit al gemaakt om mee te gaan in de hype: hun geest is al
zodanig verwrongen dat ze zichzelf zullen forceren tot appreciatie. Op die manier is het niet de kunst, maar de commerçe die vooruitgang maakt. Daarmee lijkt deze film een satire op het wereldje, waar mensen misleid worden om aan te tonen dat ze eigenlijk al veel langer, steeds weer opnieuw misleid worden. Het doet wat denken aan Borat, waar racisme gebruikt werd om racisme aan te tonen, en net als die film wordt dat verpakt in een prettig geheel. Want ondanks dat dit klinkt als een heel erg zelfbewuste, met de vinger wijzende parabel is dit ook gewoon een zeer amusante film. Mooie beelden, een sterke soundtrack, genoeg humor en zelfrelativering aan een aangenaam tempo: Exit Through the Gift Shop is één van de vreemdste, interessantste, meest betekenisvolle en simpelweg beste films van het jaar geworden.
Ook te lezen op Filmorama.
12 september 2010
A Clockwork Orange (1971)
A Clockwork Orange was, samen met Lolita, Kubricks meest controversiële werk. Niet verwonderlijk ook: de film brengt bijzonder expliciet geweld en verkrachtingen in beeld, die enkel en alleen uitgevoerd worden voor amusement. En dan is er nog de pikzwarte ideologie die doorheen de hele film schuilt. Na Lolita leverde hij Dr. Strangelove en 2001: A Space Odyssey, waardoor het misschien wel leek dat hij dit soort extravagante thematiek uit de weg ging, maar A Clockwork Orange bleek de meest provocatieve en ontstellende film die hij ooit zou produceren. Maar tegelijk ook zijn interessantste, diepste en - en dit is een gevaarlijk statement - de beste film die hij ooit zou creëren.Allereerst: technisch gezien is dit zeer degelijk (alsof Kubrick ooit tegenvalt op dat vlak), met ondermeer de introductie van een camerabeweging die zijn volgende film zou definiëren. Een keer of drie - ondermeer in het openingshot - begint Kubrick ingezoomd op één element, om vervolgens de camera langzaam uit te laten zoomen en zo een breder beeld van dezelfde situatie te tonen. Deze technische vaardigheid zou later het definiërende shot van Barry Lyndon worden. Hij gebruikt ook opmerkelijk frequent een wide-angle lens, vaak om de omgeving en andere personages rond Alex lichtjes te vervormen. Verder zitten er nog een aantal geïnspireerde shots (een slowmotion gevecht en - in contrast - een fastforward seksscène), maar technisch gezien is de film minder opmerkelijk dan veel andere Kubrick-films. Dit is geen 2001: A Space Odyssey: de technisch
e kant is duidelijk ondergeschikt aan de inhoud. Deze cameravoering wordt ondersteund door een ronduit briljante soundtrack, bestaande uit verscheidene klassieke muziekstukken en een bijzonder sfeervol synthesizer-themanummer. In de cast vinden we karakterkop Malcolm McDowell, die nooit sterker schitterde dan als Alex de psychopaat: hij beschikt over een onnatuurlijk sterk charisma en heeft nooit nood aan meer dan één blik om perfect weer te geven wat er door het personage heengaat. De rest van de cast bestaat uit minder bekende acteurs, die grotendeels weten te overtuigen. Er zitten echter twee valse noten in de cast: zowel Patrick Magee als Aubrey Morris overdrijven in hun spel, maar Kubrick kennende kan dat niet anders dan met opzet zijn. In Aubrey Morris' geval is dat nog begrijpbaar, maar waarom Magee zo overdrijft is nooit tot mij doorgedrongen. Maar dit zijn nauwelijks criteria om A Clockwork Orange op af te rekenen, want hoe geweldig het soms in beeld gebracht wordt en hoe fenomenaal de muzikale score ook is: de kracht achter de film schuilt puur in het verhaal.Kubrick blijft de roman van Anthony Burgess grotendeels trouw. Het is een populair en vrij ruim aangenomen gedacht dat de mens in wezen goedaardig is, maar de maatschappij hem vervuilt. Kubrick en Burgess geloven echter dat de mens fundamenteel slecht is. Een kwaadaardig wezen. In essentie wil de mens, instinctief, anderen pijn doen. Het duidelijkst wordt dit weergegeven in hoofdpersonage Alex en zijn droogs (een groepering jongeren in witte bodysuits en zwarte hoeden). 's Avonds spenderen ze hun tijd aan het zogenaamde ultra-geweld: zonder reden slaan ze zwervers in elkaar, verkrachten ze vrouwen en vernielen ze andermans bezit. Er is geen aanleiding, er is geen motivatie: ze doen dit simpelweg voor het plezier. Alex en zijn
vrienden zijn enkele van de meest verschrikkelijke fictieve personages ooit beschreven. Maar dat zijn slechts enkele individuele gevallen: die lijn kan later ook doorgetrokken worden naar de slachtoffers. Nadat Alex de Ludovico-behandeling ondergaat (later meer daarover) is hij min of meer bevrijd van zijn eerder gedrag: hij is niet meer in staat om geweld te plegen, en is voor het naakte oog eigenlijk een nette, eerlijke jongeman geworden. Maar hij komt in contact met al de mensen die hij in het verleden verkeerd behandeld heeft, en die slachtoffers zoeken stuk voor stuk vergelding. Zijn ouders gooien hem op straat, zwervers slaan hem in elkaar, de schrijver die in zijn eigen huis aangevallen werd martelt hem, ... Wanneer de omstandigheden juist zitten - in dit geval dus gevoelens van wraak en vergelding - laat iedereen zijn sociale façade vallen en is elk personage in de film in staat tot dezelfde gruwelijke daden als Alex. En als kijker vinden we het niet eens vreemd: we voelen hoogstens medelijden voor de hervormde Alex, maar nooit zorgen deze acties voor hetzelfde gevoel als wanneer Alex ze in de eerste helft uitvoerde, enkel en alleen omdat hij niet over een duidelijk motief beschikt.Maar er is één element dat deze opvatting in de weg zit: het laatste hoofdstuk van de roman. Dit werd uit de Amerikaanse release weggelaten en zorgt voor een duidelijk optimistischere ondertoon: Alex ziet in dat zijn ultra-geweld verkeerd is en wordt een normaal lid van de maatschappij, totdat hij kinderen krijgt en de cyclus opnieuw begint. Betekenis: geweld is kinderachtig en leer je uiteindelijk af. Een verschrikkelijk zoetsappige blik waar pessimist Kubrick niets voor voelt. De film eindigt
waar de originele Amerikaanse release van het boek eindigt: Alex ligt in het ziekenhuis en wordt gebruikt voor politieke doeleinden. Hij ontmoet een psychiater, bij wie hij een alternatieve Rorschach-test uitvoert. Tijdens dit moment komt hij weer in contact met zijn oude, hypergewelddadige zelf. De effecten van de Ludovico-behandeling worden weggeveegd en Alex wordt als het ware genezen, en één laatste blik van Alex impliceert dat hij volledig zal revalideren en hervallen in zijn oude doen. Want al dat geweld is niet zomaar een gevoel: het is instinct. Je kan proberen om dat instinct weg te steken of te negeren, maar uiteindelijk zal het altijd terug komen bovendrijven. En dat strookt heel wat beter met de bovenstaande alinea: als de mens slecht is, valt dat niet eeuwig te onderdrukken en zal dat vroeg of laat komen bovendrijven.De eerder vernoemde Ludovico-behandeling is het grote draaipunt in de film. Het is een kuur die gevangenen op sadistische wijze manipuleert om uiteindelijk terug mee te kunnen draaien in de maatschappij. Gevangenen krijgen een serum toegediend waardoor ze onwel worden en stevige pijn lijden, en worden dan geforceerd om urenlang gruwelijke films vol geweld, verkrachting en andere verschrikkingen te zien. Door deze klassieke conditionering leert het lichaam om te reageren op het geweld: wanneer de gevangenen later in contact komen met de geziene zaken zullen ze vanzelf het gevoel en de pijn krijgen waar het
serum voor zorgt. Dit zorgt voor ongewenste neveneffecten: zo wordt Alex ook ziek van Beethovens muziek en elke vorm van seks, in plaats van alleen verkrachting. En zo wordt hij opnieuw de wereld ingestuurd: gelimiteerd in gedrag én in genot. Maar zoals geconstateerd werd is de maatschappij even gevaarlijk als Alex zelf, en zonder geweld tot zijn beschikking is hij maar een zielepoot waar iedereen overheen loopt. Hij wordt zonder reden geprovoceerd, uitgescholden en door een bende zwervers in elkaar geslagen; Alex kan niets terugdoen, zelfs niet weglopen. Wanneer de hele maatschappij slecht is, kan je het niet veroorloven om als individu goed te zijn. Je doet mee met de rest van de mensheid of houdt het niet lang vol. Niet alleen is dit instinct ononderdrukbaar, het is zelfs noodzakelijk om in deze maatschappij te overleven.Maar dat levert ook nog een interessant moreel vraagstuk op. In de gevangenis probeert hij de bewakers te overtuigen dat hij een veranderd mens is en dat hij zijn fouten heeft ingezien. Maar in feite is hij nog altijd dezelfde schurk die ze in de eerste plaats opgesloten hebben. Maar wanneer hij door de Ludovico-behandeling vrijgelaten wordt verkeert hij ongeveer in dezelfde situatie. Het is niet zo dat hij geweld heeft afgezworen: hij is er fysiek niet meer toe in staat, maar de wil is wel nog aanwezig. In welke mate is een mens goed als hij niet over de keuze tussen goed en slecht beschikt? Sterker nog: in welke mate behoudt hij zijn menselijkheid? Het is niet zozeer de actie die goed gedrag definieert, het is eerder het onderschei
d tussen goed en slecht kunnen maken dat daar voor zorgt. Daardoor is Alex uiteindelijk geen beter mens geworden, hij is nog altijd dezelfde slechterik die beperkt wordt in zijn keuze. Hij dient geen onderscheid te maken, en wanneer hij het effect van de behandeling uiteindelijk overwint is hij dezelfde man die eerder als een gevaar werd beschouwd. Daarmee lijkt de film ook onrechtstreeks vragen te stellen bij gevangenissen en de hervorming van een mens in het algemeen: is het überhaupt wel mogelijk om het gedrag van een persoon die over vrije wil beschikt te vervormen tot het sociaal acceptabel is? Kubrick lijkt daar niet in te geloven. Daarmee is A Clockwork Orange gitzwart qua ideeën: het ontbreekt elk geloof in de mensheid en is uiteindelijk vrij deprimerend. Maar wat valt er te zeggen wanneer veertig jaar later het ultra-geweld realistischer lijkt dan toen het verhaal bedacht werd? A Clockwork Orange is relevanter dan ooit, en dat is een beangstigende constatering.
The Brothers Grimm (2005)
Na Fear and Loathing in Las Vegas probeerde Terry Gilliam het verhaal van Don Quixote te verfilmen, maar door veel problemen met de gezondheid van de hoofdrolspeler, het weer en de onvermijdelijke financiën werd dat project uiteindelijk geannuleerd (het hele verhaal wordt zeer goed weergegeven in de documentaire Lost in La Mancha). Dat project werd overigens recent nieuw leven ingeblazen, maar toen Warner Brothers bekendmaakte dat ze hun eigen, blockbuster versie van Don Quixote wouden maken werd de financiering opnieuw een probleem. Het zit hem toch echt nooit mee, die Gilliam.Maar door het falen van zijn eigen The Man Who Killed Don Quixote kreeg Gilliam steun langs alle kanten. Door het collectieve medelijden genoot hij weer een flinke status, en het imago van lastpost die drukke films maakt leek te vervagen. Hij werkte zijn eerste film in acht jaar af en het lijkt bijna onvermijdelijk: plots is Gilliam weer het buitenbeentje dat hij altijd al geweest is. Tijdens de productie waren er stevige problemen met producers Bob en
Harvey Weinstein en uiteindelijk waren noch zij, noch Gilliam 100% tevreden met de film. De Amerikaanse pers is nooit gecharmeerd geweest door Gilliams films, en bijgevolg konden ze hun ongenoegen botvieren: The Brothers Grimm werd volledig afgemaakt door de critici. "Mooie beelden, maar een verwaarloosd verhaal" bleek het algemene consensus, kritiek die al eerder onterecht over Gilliams films uitgesproken werd. Dat de prent visueel in orde is spreekt voor zich: de film is natuurlijk weer bijzonder creatief, van camerawerk tot visuele effecten en omkadering. The Brothers Grimm overtuigt op visueel vlak, dat volgepropt zit met ideeën zoals rondlopende bossen en een honderden jaren oude, bijna gecomposteerde Rapunzel. Enig nadeel is wel dat de CGI absoluut niet op punt staat en de ideeën daardoor niet altijd even sterk weten te overtuigen.Maar dat de film een narratieve rommel zou zijn is dan weer bijzonder dubieuze commentaar. Neen, niet alles in de film is erg gladgestreken en er zitten heel wat ruwe kanten aan, maar dat is nog niet rommelig. De narratieve structuur is niet zozeer lastig om te volgen: we zijn het gewoon niet gewoon om het verhaal - in dit soort film - zo lang te blijven volgen. Het grootste probleem is waarschijnlijk de gewenning aan de blockbuster, die dezer tijden veel dommer is dan vroeger. Tegenwoordig moeten dit soort films achtbanen zijn: even opgetakeld worden aan het begin om daarna van hoogtepunt
naar hoogtepunt te glijden. Dat is The Brothers Grimm hoegenaamd niet. Het is in deze tijd een gedurfde zet van Gilliam (waar hij dus ook voor afgestraft is geweest), maar niet alle pionnen worden al in de eerste akte klaargezet. De uiteindelijke schurk en hun motivatie worden bijvoorbeeld pas rond het middelpunt geïntroduceerd, iets waarmee in Amerika duidelijk niet gelachen wordt. In de gebruikelijke moderne blockbuster-structuur wordt er van je verwacht dat je na de eerste akte geen aandacht meer besteedt aan het plot, maar alleen nog maar naar de opeenvolging van glimmende setpieces kijkt. Tegenwoordig is het een trend om dit te verschuilen door een betekenisloze twist aan het einde te plaatsen, maar bij The Brothers Grimm wordt het plot effectief verdeeld over de drie aktes, waarmee duidelijk teveel van de kijker gevraagd wordt.Maar ondanks dat ik het absoluut niet met dat kritiekpunt eens ben, is dit wel één van Gilliams zwakkere films. Er zitten heel wat elementen in de film die absoluut niet werken. Zo is de finale van de film nogal saai en verwatert het plot daar in gratuite actiescènes en een magere suspense. Ook de cast is nogal wisselvallig: Heath Ledger en Matt Damon zijn degelijk en weten vooral in hun plezierig samenspel te overtuigen, en Lena Headey weet zich te redden in haar vrij platte rol. Maar Jonathan Pyrce en vooral Peter Stormare staan zo overdreven, belachelijk en zelfs frustrerend te acteren
dat ze bij momenten het plezier van Ledger en Damon weten te neutraliseren. Maar het sterkste minpunt is misschien nog wel de typische Gilliam thematiek, die nagenoeg volledig afwezig lijkt te zijn. Heath ledger is een romanticus die gelooft in sprookjes, waar Matt Damon een realist is die ze als onzin bestempelt: uiteindelijk weet het Ledger personage zich daarmee te verweren tegen de magie die blijkt te bestaan. Maar dat is een wel heel magere "fantasie vs. realiteit" boodschap, zeker in vergelijking met zijn ouder werk. In feite vertelt Gilliam hier een simpel verhaal over sprookjes, zonder daar meer mee te doen, en dat is jammer. In vergelijking met de vele platte blockbusters is deze iets intelligenter, maar binnen Gilliams repertoire is The Brothers Grimm toch vooral een weinig betekenende, zielloze film. Maar zeker en vast niet "lastig te volgen".
10 september 2010
The Fisher King (1991)
Gilliam had met The Fisher King iets te bewijzen. Na het (voornamelijk door toedoen van de studio) floppen van The Adventures of Baron Munchausen moest hij met deze The Fisher King weer proberen in de publieke gratie te vallen, en daar heeft Gilliam zich wel degelijk voor aangepast. Hij regisseert hier een script waar hij zelf niet aan meegeschreven heeft, houdt zijn budget binnen de perken, haalt voor een keer de gestelde deadline én houdt zijn Monty Python vrienden voor de eerste keer uit zijn film. Gilliam heeft zichzelf hier geforceerd, dat is zeker. Maar toch, ondanks dit alles, is dit weer een typisch Gilliam-werk: hij kan het dus ook zonder al die problemen en ruzies zijdens de productie!En dat dit een typische Gilliam is geworden is ergens wel vreemd, aangezien hij absoluut niet bij het schrijfproces betrokken was. Nochtans is dit script - van de hand van Richard Lagravenese - op vele punten vergelijkbaar met zijn eerdere films tot op dat moment. Het contrast tussen fantasie en realiteit, lagen in de maatschappij en schuld en vergeving staan centraal, net als in Munchausen en Brazil. Vooral dat laatste is interessant, want waar zijn eerdere films al eens oppervlakkig raakten aan boetedoening is het hier constant hét hoofdthema. Jeff Bridges speelt een shockradio-presentator (à la Howard Stern) die op een dag losbarst in een
tirade tegen de chiquere klasse van de bevolking. De beller aan wie deze boodschap geuit werd blijkt een psychopaat te zijn en nodigt zichzelf later die avond uit op een feest, waar hij met een shotgun lelijk huis houdt. Bridges' carrière en mentale gezondheid verschrompelen. Enkele jaren later ontmoet hij Robin Williams, die op dat feest aanwezig bleek te zijn. Zijn vrouw was die avond één van de slachtoffers en werd door dezelfde gek die Bridges gelanceerd had neergeschoten, waarna Williams nogal gestoord en volledig in zijn eigen wereldje achterbleef. Bridges probeert gedurende de rest van de film Williams te helpen om zijn misplaatst schuldgevoel weg te werken. Maar het is pas achteraf, wanneer zijn motieven om Williams te helpen minder schijnheilig worden, dat hij verlossing vindt. En nogmaals: Gilliam heeft hier niet aan meegeschreven, de ironie dat deze film over schuld en vergelding er komt na de grote problemen rond Munchausen is puur toeval.In zijn radioprogramma lacht Bridges met de problemen van andere mensen: het plebs en hun bijkomende problemen belachelijk maken is zijn job, en hij heeft er duidelijk plezier in. Maar nadat hij van zijn troon valt bevindt hij zich plots in die sociale groep waar hij nooit van moest weten. Het verhaal van een man die zich schikte naar de verwachtingen van de maatschappij, die vervolgens terechtkomt tussen individuen die de betekenis van dat woord nauwelijks nog begrijpen. Williams' personage leeft in zijn eigen wereld en het kan hem niks schelen dat hij buiten de gebruikelijke
conventies valt. En ook in dat opzicht evolueert Bridges, en het mag niemand verbazen dat vooraleer de credits passeren hij zijn scrupules heeft laten varen en zich kan schikken in een uniekere levenswijze. Zot zijn doet geen zeer in Gilliams films, integendeel: het zijn de "normalen" die de vele geneugtes mislopen. Williams' eigen kijk op de wereld is speciaal, uniek en kleurrijk, waar de conventionelere Bridges vastgeroest zit in het saaie, voorgekauwde wereldbeeld dat je langs alle kanten wordt opgedrongen door de massa. Het is een steeds terugkerend concept binnen Gilliams films, maar verbeelding is iets moois, zelfs wanneer het zo oncontroleerbaar is als bij Williams.Dusver is dit de enige keer dat Terry Gilliam die ode aan de verbeelding op zo een sobere manier brengt. Nuja, sober is een relatief begrip natuurlijk: alles wordt wederom vanuit vreemde perspectieven en hoeken gefilmd en in vergelijking met de meeste grote regisseurs is de cinematografie van The Fisher King nog steeds iets speciaals. Maar nooit krijgt de fantasie de bovenhand en de film neemt voor het grootste deel plaats in de realiteit. Er is één groot effect - een monsterlijke ridder die Williams' verleden symboliseert - en daar houdt het ongeveer op. Gilliam gaat deze keer veel subtieler (wederom zo'n relatieve term) te werk, en drukt de creativiteit van de film
uit in cameravoering, belichting en woorden. Daarmee voelt The Fisher King veel minder vol (en vooral: minder vermoeiend) aan dan de rest van Gilliams repertoire, en hoewel de film gerust een klein half uur korter had gemogen is dit misschien wel de rustigste, meest ontspannen zit die je tijdens een Gilliam-film kan beleven. Tot slot een woord over de twee hoofdrolspelers, die beide fenomenaal zijn. Robin Williams is even druk en energiek als in het gros van zijn films (zijn latere werken als Insomnia of World's Greatest Dad niet meegeteld), maar binnen dit personage past het voor een keer en hij weet zijn personage ondanks zijn drukte ook nederigheid en een hart mee te geven. Jeff Bridges op zijn beurt toont geen enkele foute noot doorheen de film, zorgt voor een handvol sterke scènes en draagt de hele film met tekenend gemak: een wereldprestatie. Zonder deze twee heren had The Fisher King zijn goede bedoelingen waarschijnlijk niet kunnen waarmaken, maar zoals het er uiteindelijk voor staat is dit Gilliams mooiste film.
5 september 2010
Piranha (2010)
James Cameron uitte al kritiek op Piranha 3D: de expliciete effecten zouden het medium der 3D-films vervuilen, zoals 80's horrorfilms dit vroeger deden. Bullshit natuurlijk, Cameron denkt sinds Avatar dat hij 3D heeft uitgevonden en dat zijn mening de wet is. Piranha 3D reageerde officieel dat Cameron zich kinderachtig gedraagt, Avatar gerust wat meer inventief met zijn verhaal had mogen omgaan en dat dit soort genrefilms het volledig van het plezier moet hebben, waar 3D-effecten evenveel kunnen betekenen. Ik mag deze film nu al. Want ja, zo is het: waar 3D zeker een meerwaarde bood om de grote wereld van Pandora te bezichtigen is het misschien wel nog effectiever om een zwevende penis in 3D opgepeuzeld te zien worden door een piranha... om die vervolgens weer terug opgebraakt te zien worden. U weet nu al of Piranha 3D - eigenlijk gewoon Piranha, maar dat zorgt alleen maar voor verwarring - uw soort film is.Het is 'spring break' rond een meer, waar het stikt van de piranha's. Voila, dat is het verhaal. Het plot deelt zich op in twee delen: aan de ene kant zien we het plaatselijke politiekorps onderzoek doen naar wat er allemaal gaande is. Het mooie aan dit deel is dat we hier in échte B-filmstijl een hoop one hit acteurs zien: Elisabeth Shue (Back to the Future) heeft haar charisma nooit verloren, Ving Rhames (Pulp Fiction, Mission Impossible) is vrij badass, Christopher Lloyd (Back to the Future, The Addams Family) is energiek op een manier zoals alleen hij dat kan, ... dat zijn het soort acteurs die je voor B-cinema moet inhuren: bekend van gezicht en vooral gedefinieerd door één rol, maar daarom nog geen slechte acteurs.
Het tegenovergestelde vinden we dan weer terug aan de andere kant van het verhaal, waar een groep tieners op het meer rondcruisen. Hier vinden we wel onbekende acteurs terug voor wie deze film een belangrijke zaak is; in tegenstelling tot de herkenbare gezichten beseffen zij minder in welk soort film ze zitten. Terwijl Elisabeth Shue en co veel plezier hebben met hun pseudo-zelfspot, mist dat een beetje bij de jongeren. Maar geen nood, er is één man die al die zelfspot op zich neemt en daarmee de jongeren redt: Jerry O'Connell, en manmanman wat is hij geweldig in deze film. Als eigenaar en regisseur van de "Wild Wild Girls" (een parodie op "Girls Gone Wild") speelt hij een totale eikel die de cocaïne aan zijn neus heeft hangen en de objectificatie van vrouwen als voornaamste hobby ziet. Jerry O'Connell staat zich zo enorm hard te amuseren, wat geweldig aanstekelijk is waardoor je elke keer dat hij in beeld komt weet dat er iets moois te wachten staat, en geen enkele keer stelt hij teleur. Jerry O'Connell is het beste wat Piranha 3D kon overkomen, zonder twijfel.Er zit één scène in Piranha 3D die de film perfect samenvat: terwijl de paniek is uitgebroken breekt er ergens een kabel los. Deze zwiept het scherm uit en raakt één van de voorheen feestende meisjes diagonaal, van rechterschouder tot linkerheup. Hierdoor springt het topje van haar bikini los. Ze staart enkele seconden topless rond, tot de bovenkant van haar lichaam van de onderkant glijdt. Dat is waar deze film rond draait: cheesy 3D-effecten, over-the-top gore en gratuit naakte vrouwen. Allereerst dat laatste: neen, dit is geen veredelde porno. Het oh zo preutse Amerika heeft weer eens flink overdreven:
er zijn een paar scènes die volledig staan op de rondingen van de actrices (in sommige gevallen effectief porno-actrices), maar dat zijn in totaal slechts een paar minuten. Soms is het zelfs heel knap gebracht (een onderwater ballet op de tonen van "The Flower Duet"), en slechts zelden overdreven (een shot waar het scherm van links tot rechts en boven tot onder gevuld wordt met een stel ontblote talenten is er misschien een beetje over). Die andere steunpilaar van het genre is heel wat frequenter aanwezig: de gore. Het aantal bebloede, half opgepeuzelde ledematen is nauwelijks bij te houden en ook nog eens vrij vaak origineel. Zo zien we bijvoorbeeld een vrouw die letterlijk gezichtsverlies lijdt of een van ledematen ontdaan, parasailend lichaam. Het mooiste aan dit alles is dat al het bloed en de lappen vlees praktische effecten zijn: Howard Berger en zijn collega's hebben honderden figuranten van de nodige makeup voorzien, wat veel overtuigender is dan CGI (zoals helaas in The Expendables gebruikt werd).En dan is er nog het 3D effect. Neen, diepte wordt hier niet gebruikt om de omgeving echt tot leven te wekken en er zijn een paar momenten waarop het zelfs totaal niet werkt (het éne fragment dat er door een rooster gefilmd wordt, bijvoorbeeld, lijkt alles op de voorgrond te staan). Maar uiteindelijk is de 3D hier enkel en alleen aanwezig om het zo cheesy mogelijk te misbruiken. Denk aan oude horrorfilms als Jaws 3D, dat is de manier waarop het hier gehanteerd wordt. Elisabeth
Shue steekt een taser door het scherm en Jessica Szohr heeft de eer om op de camera over te geven. Dat is geen grootse cinema, maar voor dit soort film wel een grote meerwaarde. Eigenlijk is het verrassend hoe goed Piranha 3D de B-film sfeer weer te creëren. Gelijkaardige projecten die een degelijk budget voor handen hebben zijn zich vaak te bewust van hun bedenkelijke kwaliteit en geven constant dikke knipogen, wat bijna voor parodiëring zorgt. Dat is hier absoluut niet het geval: Alexandre Aja en zijn cast nemen de film volkomen serieus als een ludiek project en amuseren zich tijdens het maken van de film, maar het komt nooit over als een komische hommage aan de genrefilms. Dit is gewoon een genrefilm op zich, en dan ook nog eens een heel plezierige. Sterker nog: de meest amusante film die ik in de bioscoop gezien heb sinds Drag me to Hell.
2 september 2010
Pokémon de Film: Mewtwo tegen Mew (1999)
Ik ben op dit moment 21, dus was ik in de periode dat de Pokémon rage volledig losbrak 10 jaar oud. Ik was simpelweg de definitie van de doelgroep en ik heb me dan ook volledig laten inpakken door Nintendo's commerce. Ik was verslaafd aan Pokémon Blue en Silver op de Game Boy, verzamelde honderden speelkaarten, ruilkaarten en in feite alles waar een pokémon opstond. Maar goed, iedereen deed dat vroeger: Pokémon is zonder twijfel de meest lucratieve franchise van de laatste jaren en waarschijnlijk aller tijden. Toen de eerste film hier in 2000 in de bioscoop te zien was ben ik em dan ook gaan kijken en omdat kinderen alles goed vinden werd ik niet teleurgesteld. Maar weet de film zich tien jaar later nog staande te houden? Ik schrijf deze recensie uit het standpunt van iemand die de eerste 250 pokémon nog altijd bij naam kent, maar ik doe mijn best om het zo te beschrijven dat iedereen kan volgen.Mewtwo is een kloon van Mew, een legendarische pokémon. Mew is een kleine, roze kruising tussen een kat en een veldmuis, waar zijn kloon Mewtwo - door de inbreng van wetenschappers - een sterkere, grotere versie is. Mewtwo is een emo die nogal last heeft van een identiteitscrisis. Hij blaast het laboratorium waarin hij verwekt werd op om vervolgens benaderd te worden door Giovanni: de leider van het criminele Team Rocket. Hij belooft Mewtwo dat ze volwaardige partners kunnen worden. Giovanni meet Mewtwo een mechanisch kostuum aan en we krijgen een montage aan gevechten. Mewtwo verslaat ondermeer een Onyx (een gigantische slang opgebouwd uit rotsblokken), Magneton (drie metalen oogballen met hoefijzermagneten) en Alakazam (bruin, gebogen figuur met een grote snor en een lepel in beide handen) in een handomdraai. Ook zien we hoe Mewtwo een kudde Tauros (buffels met drie staarten en swarovski kristallen in zijn voorhoofd) vangklaar maakt voor Team Rocket. Jaja, de samenwerking werpt zijn vruchten meteen af. Team Rocket zou zomaar de wereld kunnen veroveren op deze manier: ze hebben de grootste kracht ter wereld aan hun kant en er is niets dat hen kan stoppen. Maar dan zegt Giovanni tegen Mewtwo dat ze eigenlijk geen partners zijn omdat pokémon minderwaardig zijn aan mensen. Mewtwo wordt boos en blaast alles op. Wie oh wie had dit toch kunnen zien aankomen?
De drie hoofdpersonages zijn ergens aan het kamperen: Brock (een Aziaat en zedendelinquent in wording), Misty (een vervelend ros meisje met de korste broek ter wereld) en Ash (een moraalridder die altijd honger heeft en... em... een pet draagt). Meteen word ik er aan herinnerd hoe volkomen willekeurig Pokémon is: een jongen met een bandana loopt voorbij en roept "HEY, JIJ DAAR! IK BEN OP ZOEK NAAR EEN POKÉMON TRAINER DIE ASH HEET EN UIT PALLET TOWN KOMT, KEN JE EM?". Ash antwoordt dat hij dat is. "LATEN WE EEN MATCH HOUDEN, TENZIJ JE BANG BENT OM TE VERLIEZEN", roept de vreemdeling. Maar...... waarom? Wie is deze gast, waar komt hij vandaan, waarom wil hij per sé tegen Ash vechten en hoe kent hij hem überhaupt? Ik weet het niet en ik zal het nooit weten. Nu, het is belangrijk om te weten dat Pokémon vroeger als een religie voor ons kinderen was: we waren er elke dag uren mee bezig en kende alles zowat uit ons hoofd. Ook nu nog is er heel veel van die kennis blijven plakken. Dus het is van essentieel belang dat je consequent blijft in de pokémonlogica, en dat is iets waar de serie én films hun voeten meer dan eens aan vegen. Zo ook in dit gevecht: allereerst vecht Bulbasaur (een turquoise, viervoetig reptiel met een bult op zijn rug) tegen Donphan (een stenen olifant): Bulbasaur wint door een zonnestraal aanval te doen. Dat kan, gezien de soort en sterkte van de aanval. Daarna neemt Squirtle (een blauwe, rechtopstaande schildpad) het op tegen Machamp (een bodybuilder met vier armen): Squirtle wint door een bubbelstraal aanval. Dat zal al in geen honderd jaar gebeuren, omdat Machamp een krachtigere pokémon is, niet speciaal zwak is tegen water én bubbelstraal geen sterke aanval is. Maar dan wordt de trainer die Ash uitdaagde kwaad en gooit hij drie pokémon tegelijk in de aanval: Een Venomoth (paarse mot), Pinsir (kakkerlak met een schaar op zijn kop) en een Golem (een groot rotsblok met een hoofd en ledematen). Ze worden alle drie verslagen door één bliksemstraal aanval van pikachu (de gele muis die iedereen wel kent). Nu, één van de simpelste regels in pokémon is dat elektriciteit niet werkt tegen grond-pokémon. Dus waarom moet die Golem daar staan? Ze hadden daar letterlijk zowat elke willekeurige pokémon kunnen tekenen, maar ze nemen een pokémon waarvan elk kind weet dat hij niet eens jeuk zou krijgen van Pikachu's aanval. Waarom? Alleen maar om mij kwaad te maken, daarom! En dan krijgen we tegelijk ook nog eens een verschrikkelijke remix van het themanummer te horen, grrrrrrrrr...
Mewtwo heeft dit gevecht gezien en stuurt Ash een uitnodiging per Dragonite (een oranje, dikke, homoseksuele draak). Hij organiseert een groot pokémontoernooi waar alleen de beste naar toe mogen komen. Jesse, James en Meowth - het niet zo succesvolle deel van Team Rocket dat elke aflevering iets slecht probeert te doen, maar altijd faalt - leren ook van dit toernooi omdat ze Dragonite - één van de snelste pokémon ter wereld - tegenhouden met... een braadpan. Ash en zijn posse gaan naar de ferry, maar door een sterke storm kan geen enkele pokémontrainer naar het toernooi. Enkele van deze trainers hebben pokémon als Caterpie (een rups), Weedle (een rups met een pin op zijn hoofd) en Bellsprout (een tak met een dikke kop), dus ik ben niet zeker hoe Mewtwo "de beste pokémontrainers" precies geschift heeft. We krijgen een irrelevant verhaal te horen over pokémon die met hun tranen mensen terug tot leven brachten (ik ben benieuwd of dat later nog zal terugkeren) en uiteindelijk wordt de boottocht afgelast door de grote storm. "Ik ga lekker toch naar New Island, al mijn pokémon zijn waterpokémon, we zwemmen er gewoon naartoe!", zegt een vastberaden trainer terwijl elke kijker die vroeger zijn best heeft gedaan om een uitgebalanceerd team te creëren even kreunt. Ash & co hun pokémon zijn niet sterk genoeg om heel dat stuk te zwemmen, maar dan worden ze om onverklaarbare redenen geholpen door Team Rocket, die zich logischerwijs verkleed hebben als Zweedse Vikingen. Nadat een grote golf hen overspoelt en hun vermommingen plots verdwenen zijn zinkt de boot, waardoor Ash, Brock en Misty met hun te zwakke pokémon tot aan New Island zwemmen (huh?), terwijl Team Rocket de vliegende gasbal Weezing gebruikt... Wie schrijft dit?
Mewtwo heet zijn gasten welkom en zegt dat de storm een test was: alleen zij die echt waardig zijn hebben het gehaald... en de tientallen anderen zijn dus maar gewoon verdronken neem ik aan... vrij luguber voor een kinderserie, Pokémon. Weet je wat ook vervelend is wanneer je alle pokémon bij naam kent? Wanneer de tekenfilm pokémons verkeerd benoemt. Een trainer zegt hoe de storm geen probleem was voor zijn Pidgeotto. Goed en wel, maar de pokémon die hij bij zich heeft is een Pidgeot, de geëvolueerde vorm van Pidgeotto. Een héél erg groot deel van alle kinderen in 1999 had deze fout kunnen zien, maar toch is dat blijkbaar niemand in het productieproces opgevallen. Jessie (van Team Rocket) gaat tijdens het rondneuzen toevallig op de juiste knop van een computer zitten en leert zo dat het grote machine dat ze in de kamer zien (enkele meters loopband en een gigantische machine) dient om DNA (lees: enkele haartjes) van een pokémon te nemen, om die daarna te kopiëren. Ondertussen is Mewtwo een grote speech begonnen over pokémon en mensen, en corrigeer me als ik er langs zit... maar ik denk dat dit een metafoor tegen racisme hoort te zijn. Pokémon zijn slaven van mensen, kunnen geen vrienden zijn met elkaar, etc. etc. Dat klinkt toch wel héél erg als de situatie tussen blanken en zwarten voor 1955.
Ondertussen heeft Mewtwo drie gekloonde pokémon opgeroepen (Waar hij aan het DNA van die drie is geraakt? Geen idee) en moeten de trainers tegen hem strijden met dezelfde pokémon: Blastoise (een groot uitgevallen schildpad met kanonnen in zijn schild), Venusaur (een reptiel met palmbladeren en een grote, roze bloem om zijn rug) en Charizard (een vuurspuwende draak). Aangezien de kwaadaardige klonen sterker zijn dan het origineel winnen ze, maar de vraag waarom de trainers de tactiek niet gebruiken (water tegen vuur, vuur tegen gras, gras tegen water) is verbazingwekkend. Elk kind dat deze film gezien heeft zou een betere trainer zijn dan eender wie in deze film. Omdat Mewtwo gewonnen heeft steelt hij al de trainers hun pokémon, waarna de film nog eens twee keer in het gezicht van de fans spuugt. Allereerst zien we de bovengenoemde Pidgeot nog eens die heel luid "PIDGEOTTOOOOO" roept, maar nog véél en véél erger is wanneer er naar een Scyther als Alakazam gerefereerd wordt.
HOE KAN JE JE DAARIN VERGISSEN? Pidgeotto tegen Pidgeot, oké, die lijken heel veel op elkaar. Maar dit? Geen enkele gelijkenis. Onvergeeflijk. Enfin: alle pokémon zijn gekloond tot sterkere versies, maar in tegenstelling tot de vorige drie hebben ze geen markeringen meer, dus is het onmogelijk om te weten welke pokémon de goede en welke de slechte zijn. Mewtwo blokkeert alle speciale aanvallen en daarna zien we tientallen duo's identieke pokémon op elkaar inrammen, terwijl Mewtwo en Mew hetzelfde doen. Pokémongevechten waar twee Rapidashen (pony's met vlammende manen) in volle slow-motion tegen mekaar opbeuken of een Pikachu die een andere bitchslapt is behoorlijk saai. En dan ook nog eens die verschrikkelijk foute muziek daaronder: 'BROOOTHEEER MY BROOOOTHEEEER'. Dit is waarschijnlijk het meest cheesy dat Pokémon ooit is geweest, en dat wil wat zeggen.Iedereen komt plots tot de realisatie dat pokémon laten vechten verkeerd is. En dit is op zich dan nog een braaf gevecht aangezien niemand wordt verbrand of geëlektrocuteerd ofzo. Maar toch: vechten is verkeerd, het zou niet mogen. Dat is de verschrikkelijk hypocriete levensles die de eerste Pokémon film meedraagt: een franchise die volledig staat op het vechten van monsters zegt plots dat dat verkeerd is. Bullshit! Ash loopt dan heroïsch/dom tussen een gevecht in en wordt versteend. Oeioei, de held is dood, wat nu gedaan? Maar wacht eens. Is het mogelijk? Zou het kunnen? Jawel: de pokémon beginnen plots allemaal te wenen en daardoor keert Ash terug tot de levenden. En door die zelfopoffering leert Mewtwo dat niet je omgeving of opvoeding je persoon definiëren, dat doe je zelf door de acties die je binnen je leven uitvoert. En dat echte kracht vanbinnen zit. En dat vechten slecht is. Ja man, ze hebben zoveel mogelijk levenslessen in dit slot proberen te steken, dat is duidelijk. En de grote grap van dit alles is dat Mewtwo hen dan terug naar de haven teleporteert en hun geheugen wist, zodat al die grote levenslessen die iedereen net ontdekt heeft weer meteen verdwijnen en de franchise nog vele jaren pokémon hypocriet tegen elkaar kan laten vechten. Pokémon is hét absolute bewijs dat kinderen alles goed vinden: gooi een paar honderd pokémon in een film van ochgod 68 minuten en je hebt gegarandeerd een financieel succes in handen. Bah.
31 augustus 2010
The Expendables (2010)
Sylvester Stallone, Dolph Lundgren, Jason Statham, Jet Li, Mickey Rourke, Eric Roberts, ... Ja, ook ik was - net zoals waarschijnlijk iedere man die dit leest - enorm gehyped voor The Expendables. Het lijkt moeilijk om met zo'n cast geen goede balls to the wall actiefilm te maken, maar een paar weken voor de release kwam toch wat twijfel binnensijpelen. De film kan gewoon niet zo goed zijn als je op basis van de namen verwacht. De glorieperiode van onze oude publieksfavorieten is alweer een dikke twintig jaar geleden en de nieuwe lichting is niet wat deze actiefilm zo speciaal maakt. En maar goed dat die realisatie al optrad voor ik de zaal binnenstapte, anders had dit wel eens een flinke teleurstelling kunnen zijn.Aan het plot zal ik niet te veel woorden vuil maken: het is flauw, gewichtloos, voorspelbaar, etc. etc. Maar geen mens die dat wat kan schelen. Deze film staat volledig op de cast en actie. Sylvester Stallone is net als bij zijn andere post-carrière films - Rocky Balboa en Rambo - weer bezig met het schrijven, regisseren en neemt de hoofdrol op zich. Stallone toont een vreemde dualiteit: in feite heeft hij door deze eerdergenoemde films het meeste waardigheid kunnen behouden na de 80's door kwaliteitsvolle films te produceren die nog steeds relevant zijn en succes kennen. Maar aan de andere kant is het moeilijk om over waardigheid te spreken wanneer je eruit ziet alsof je een hersenbloeding gekregen
hebt terwijl je in een emmer botox aan het verdrinken was. Stallone manifesteert de gesmolten-kaars-look als nooit tevoren en kan geen normale gezichtsuitdrukking tevoorschijn toveren, al zou zijn leven er van uithangen. Mickey Rourke is dan weer flink bezig met zijn innerlijke Paris Hilton op te roepen en als blanke Dennis Rodman zit hij vooral in de film om één emotionele scène te dragen. Nu, de Mickey doet dat niet slecht en zijn monoloog is op zich een sterk moment, maar het heeft totaal geen plaats in de film en Rourke was beter thuisgebleven in plaats van zijn onnodige achtergrondverhaal uit te doeken te doen.Willis vond een gaatje in zijn wisselvallige kalender om even een praatje te komen doen - in de sequel zou hij een grotere rol krijgen - en de moeder aller rentrees stelt niet teleur: het is een genot om Arnold nog eens op het grote scherm te zien, want deze flauwe humor hier ligt hem toch veel beter dan zijn vorig eindstation in Around the World in Eighty Days. En dan is er nog mijn favoriet van de oude helden: Dolph Lundgren. Als enige van de oudjes heeft hij nog altijd het charisma én de fysiek om een actiefilm te dragen: petje af.Jason Statham is de beste actieheld die er momenteel rondloopt - om Clive Owen maar niet op die manier te bestempelen - en is ook hier weer het synoniem van cool, mede door zijn Brits accent en zijn persoonlijke barometer die op elk moment storm aankondigt. Jet Li toont vooral veel zelfspot en is aangenaam om bezig te zien. Randy Couture en Steve Austin doen het degelijk (en ex-worstelaar zijnde: zeer goed) en de in dit soort film toch wel vrij onbekende Terry Crews is misschien wel de grote verrassing, al
helpt het ook wel dat hij de coolste scène van de film toegeschreven krijgt. Rond deze cast werd dus een actiefilm gebouwd, en het probleem is ironisch misschien wel diezelfde cast. De film weet zijn acteurs niet te overschaduwen: iedereen krijgt twee scènes waarin hij de opperbadass mag uithangen en dat is het dan zowat. De samenhang is zo dun dat de film niet echt op zichzelf staat en de bedoelde hommage aan de 80's er nooit echt uitkomt: dit is - de homo-erotische spanningen binnen dit soort films daargelaten - vooral een liefdesbrief aan de acteurs, en niet zozeer de films. Het is erg amusant om Dolph Lundgren tegen Jet Li te zien vechten, maar geen enkel moment denk je dat "Gunner" tegen "Yin Yang" strijdt (ohja: de namen in deze film zijn verschrikkelijk). De film heeft geen eigen gezicht, maar gebruikt in de plaats de gezichten van de acteurs.Maar ook de actie hinkt op twee gedachten. In de eerste plaats is dit, net als Rambo, een fuck off naar de PG13 actiefilms van weleer. Het allereerste wapenfeit in de film is Dolph die een terrorist letterlijk doormidden schiet met een shotgun. De actie is over the top en héél erg expliciet (met jammer genoeg vreselijk CGI bloed). Maar anderzijds lijkt de kunst van overzichtelijke actie helemaal dood, want ook deze film - die zich zo authentiek 80's wil voordoen - kent weer de inmiddels welgekende problemen. Snelle
camerabewegingen, alles flink ingezoomd en een montage aan 5 frames per seconde. Soms werkt dat, maar op veel momenten is dat ook gewoon rommelig. En daardoor is de film veel te vergeetbaar, je zou vol adrenaline uit de zaal moeten stappen om thuis meteen
Abonneren op:
Posts (Atom)